Dyslexie: ‘De woorden vallen steeds uit mijn hoofd’

redactie 19 jun 2018 Dyslexie

Leren lezen en schrijven vinden de meeste kinderen leuk, maar bij sommigen gaat dat juist moeizaam, heel moeizaam. Ze blijven struikelen over dezelfde fouten. Lezen, schrijven, het wordt een vreselijke opgave. De kans is groot dat zulke kinderen dyslectisch zijn.

'Bij Peter-Jan ging het meteen in groep 3 al fout. Hij haalde veel letters door elkaar, draaide woorden om. Omdat zijn vader ook dyslexie heeft, was ik gealarmeerd en heb het vrij snel op school aangekaart. Maar daar zei men: “Hij is speels, het komt vanzelf wel.” Aan het eind van het schooljaar ging hij niet over. Toen ben ik er weer over begonnen, maar ik was een overbezorgde moeder. Ik zag beren op de weg, terwijl er niets aan de hand was. De eerste maanden dat hij opnieuw groep 3 deed, ging het volgens school goed. Dus ik dacht dat ik het misschien toch verkeerd had gezien. Tot ik op een inloopmiddag op school kwam. Toen werd er opeens pats boem gezegd: “Misschien heeft u toch gelijk. Mogen we de schoolbegeleidingsdienst inschakelen voor een test?”'

Hoewel Wilma van Vliet blij was dat die test er ook vrij snel kwam -en daaruit bleek dat Peter-Jan een ernstige leesstoornis had- klinkt haar stem nog steeds verontwaardigd. 'Als moeder mag je wel meehelpen, maar verder moet je blijkbaar je mond houden.'

Omdat ze de opvang door de Schoolbegeleidingsdienst 'knudde' vond ('Ik kreeg zonder enige uitleg een foldertje over de Leeskliniek in handen geduwd') heeft ze zich na lang aarzelen tot het Medisch Paedologisch Instituut in Rotterdam gewend.

'Je stopt je kind toch in een vakje en daar komt hij niet meer uit, dacht ik. Maar omdat hij steeds meer achterop raakte, heb ik de knoop doorgehakt. Achteraf ben ik daar blij om, want Peter-Jan ging binnen de kortste keren vooruit. Ze hebben daar bijvoorbeeld een tastkast. De letters liggen in reliëf en die moet hij dan voelen, zodat hij een beeld van de letters krijgt.'

Door de goede, wekelijkse begeleiding is Peter-Jan een ander kind geworden, vindt zijn moeder. 'Hij was druk, heel gauw moe, werd steeds onzekerder. Nu is hij veel opgewekter. Laatst wilde hij zelfs een boek aan mij voorlezen, terwijl lezen altijd zo'n crime was!'

De 8-jarige Max Spendel uit Voorschoten is ook dyslectisch, zoals onlangs uit een test bleek.

Zijn moeder, Ineke Kouwenhoven: 'Eigenlijk zagen we dit al lang aankomen, want zijn vader is het ook. Max heeft altijd moeite met lezen gehad. Hij heeft geen inzicht in de woorden, hakt ze in tweeën, zelfs nadat hij twee keer groep 3 heeft gedaan. Ook heeft hij moeite met links en rechts, klok kijken, en vergeet hij allerlei woorden. Laatst zei hij: “De woorden vallen maar steeds uit mijn hoofd, mam.” Toch lijdt hij er niet echt onder. We hebben hem uitgelegd dat het in zijn hoofd zit, dat hij er niets aan kan doen. Zijn neefje is rekenblind. Die twee kunnen het vreselijk goed met elkaar vinden. Wij zeggen dan ook vaak schertsend: samen komen jullie een heel eind. Max is gewoon een lekker joch met een levendige fantasie en een brede belangstelling. Hij is erg goed met computers. Dáár heeft hij een eindeloos geduld voor!'

Moeilijk te herkennen

Dyslexie werd vroeger woordblindheid genoemd. Maar die term is inmiddels achterhaald. Het heeft namelijk niets met de ogen te maken, daaraan mankeert niets. Dyslexie heeft geen lichamelijke of psychische oorzaken, maar is een vrij complex taalprobleem ten gevolge van het niet goed verlopen van de klank-tekenverwerking in de hersenen. Dit uit zich vooral in problemen met leren lezen en spellen, maar vaak zijn andere taalvaardigheden ook zwak. Zo kan een dyslectisch kind moeite hebben met het onthouden van instructies en namen, met het uit het hoofd leren, met het beklijven van droge kennis en met het verstaan van anderen in een lawaaiige omgeving. Tenminste, dat is nu de algemene opvatting op grond van divers wetenschappelijk onderzoek. Want over dyslexie is al veel beweerd. Veel onzin ook.

Juist omdat dyslexie zich in vele gradaties en vormen voordoet, is het moeilijk op het blote oog te herkennen, aldus Simon Eg van de Schoolbegeleidingsdienst in Den Helder. Hij is gespecialiseerd in dyslexie.

Eg: 'Er is nauwgezet diagnostisch onderzoek nodig om het te kunnen vaststellen. Ook bestaat er nog heel wat onbegrip over. Zelfs op scholen. Er zijn vandaag de dag nog steeds scholen die nauwelijks iets van dyslexie weten. Of rustig zeggen: “wij zien het nooit op onze school.” “Dan moet je een nieuwe bril kopen,” luidt steevast mijn antwoord. Want dat is meer een kwestie van het niet wíllen zien. Eigenlijk vind ik dat een schande en ook niet meer nodig. Het is onderhand genoegzaam bekend dat gemiddeld zo'n tien procent van de kinderen er last van heeft – in elke klas zitten er dus twee of drie – en dat je er vroeg bij moet zijn. Als kinderen er lang mee blijven worstelen, worden ze nogal eens voor lui of dom versleten. Terwijl ze dat níet zijn. Ze doen vaak erg hun best, maar het lukt gewoon niet. Dat is frustrerend én fnuikend voor hun zelfvertrouwen.'

Steeds meer faalangst

Hoe frustererend dat is weet Judy Doorman, moeder van de tienjarige Afra, maar al te goed. 'Bij Afra heeft het maar liefst tot halverwege groep 5 geduurd voordat de school haar eindelijk eens wilde testen. En dan alleen omdat ik inmiddels verschrikkelijk boos was. Afra was altijd een heel vrolijk, creatief en muzikaal kind. Een echte doener. Met taal had ze niets. Het lezen gaf veel problemen. Zelfs nadat ze met een remedial teacher in een apart leesgroepje had gezeten, ging het gigantisch langzaam. Ze was zo druk met spellen dat ze niet aan de inhoud toekwam. Omdat het op school zo moeizaam ging – want bij rekenen uitte het zich ook – kreeg ze steeds meer faalangst. Thuis was ze soms vreselijk verdrietig of driftig. “Ik kan ook niets, ik ben dom,” riep ze dan uit. Dat sneed door mijn ziel. Ik zag mijn kind met de dag ongelukkiger worden.

Op school had ik al vaak gesuggereerd dat het wel eens dyslexie kon zijn, maar ik kreeg elke keer nul op het rekest. Opeens was ik het spuugzat en heb een onderzoek geëist!'

Uit dat onderzoek bleek inderdaad dat Afra fors dyslectisch is. En al wordt ze op het moment naar tevredenheid geholpen door een privé-instituut, toch zit het Judy Doorman meer dan dwars dat het zolang heeft moeten duren.

'Vooral omdat het in de familie zit. En het is bekend dat het erfelijk is. Afra loopt nu weer recht en haar ogen staan helder, maar het heeft haar een fikse knauw gegeven! En nog steeds zegt ze: “Ik moet zo véél met taal en rekenen.” Als ze onder tijdsdruk moet werken, loopt haar hoofd helemaal leeg, zoals ze zelf zo treffend zegt.'

Het blijft oefenen

'Bij kinderen die dyslexie hebben, gaat niets automatisch,' is de ervaring van Baldine van den Bosch, medewerkster van de belangenvereniging Balans en zelf moeder van een dyslectische dochter. 'Het blijft elke keer weer eindeloos oefenen. Al zijn er veel praktische oplossingen, foefjes en ezelsbruggetjes te bedenken die het leren vergemakkelijken. Ook hebben deze kinderen vaak veel meer tijd nodig voor opdrachten en toetsen. Gelukkig houden steeds meer scholen daar rekening mee. Bij het examen krijgen ze dispensatie.'

'Dyslexie is iets dat nooit overgaat,' stelt Simon Eg boud. 'Dat moeten zowel ouders als kind accepteren. Er kan wel van alles aan worden gedaan, en hoe vroeger je erbij bent hoe beter, maar het is een illusie dat je ervan afkomt.

Met bepaalde schoolvakken blijft een dyslecticus moeite houden. Als een school dyslexie niet onderkent, zul je een andere school moeten kiezen. Want dan oefent die school zijn vak niet goed uit. Dyslexie is namelijk een onderwijsprobleem en moet zoveel mogelijk op school worden opgelost. Ouders moeten thuis niet te veel een schoolsituatie creëren, dat belast het kind onnodig.'

Dyslectische kinderen mogen dan minder vaardig zijn in taal, ze blinken vaak uit in ruimtelijk denken en technische vaardigheden. Ook roemen hun ouders hun fantasie, creativiteit en kunstzinnigheid. Ze kunnen meestal prachtig tekenen, van alles met hun handen maken of zijn een kei in computeren. Dat zou wel eens kunnen kloppen. Want Walt Disney, Albert Einstein en Leonardo da Vinci -toch niet de minsten onder ons- waren ook dyslectisch.

De symptomen

Dyslexie herkennen is niet eenvoudig, maar er is een aantal symptomen die vaak voorkomen:

  • Veel en hardnekkig verwarren van letters of klanken die op elkaar lijken (b/d, eu/ui) en omdraaien van woorden die op elkaar lijken (mos-som).
  • In groep 3 en 4 grote moeite hebben met leren lezen en schrijven wat na een tijd vaak resulteert in een hekel aan lezen en schrijven, soms zelfs aan school.
  • Niet goed op woorden kunnen komen.
  • Zelf vaak rare woorden verzinnen om iets aan te duiden.
  • Soms heel andere woorden lezen dan er staan, maar wel met dezelfde betekenis. Bijvoorbeeld kat zeggen terwijl er poes staat.
  • Moeite hebben om van de ene regel naar de andere te gaan (het kind leest opeens een woord dat drie regels lager staat of ziet de punt op het eind van de zin niet).
  • Moeilijk namen kunnen onthouden (bijv. van kinderen in de klas, terwijl ze wel weten wie ze bedoelen), soms ook van liedjes en versjes.
  • Moeite hebben met klok kijken (kwart voor/kwart over), kleuren, namen van de dagen, de begrippen links en rechts, kortom: met het verwerken en toepassen van droge kennis.

Veel kinderen maken in eerste instantie dit soort fouten. Maar dyslectische kinderen doen het veel vaker en hardnekkiger. Ouders moeten alarm gaan slaan als:

  • Ze veel van bovengenoemde zaken bij hun kind herkennen.
  • Dyslexie in de familie voorkomt (95 procent schijnt in de erfelijke lijn bepaald te zijn).
  • Een kind in het klassikale systeem niet bij te spijkeren is.
  • Een kind in groep 3 of 4 opeens veel hoofdpijn krijgt of slecht gaat slapen.

Actie ondernemen

Wat kunnen ouders in zo'n situatie doen?

  • Op hun eigen intuïtie afgaan. Veel ouders hebben al een tijdje het idee dat het niet goed zit met hun kind, maar worden door school met een kluitje in het riet gestuurd.
  • Naar de leerkracht of het schoolhoofd stappen en om een onderzoek door de schoolbegeleidingsdienst vragen. Het voordeel hiervan is dat de kosten voor de school zijn en dat de behandeling daar zoveel mogelijk plaats vindt.
  • Als de school weigert mee te werken kan er particuliere hulp worden gezocht bij een orthopedagoog, een Paedologisch Instituut (in veel grote plaatsen aanwezig) of bij een van de commerciële instituten die zich in dyslexie hebben gespecialiseerd.

Informatie over instituten voor dyslexie is verkrijgbaar bij het IWAL, Amaliastraat 5 te Amsterdam, tel. 020 – 6824801.

Particuliere hulp is vaak duur. Een wekelijks behandelplan kan, afhankelijk van het inkomen, al gauw een paar honderd gulden per maand kosten. Soms kan dit worden vergoed in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Meer informatie, advies of steun kan worden verkregen bij Balans, de landelijke vereniging van ouders van kinderen met gedrags- en leerstoornissen. Zij hebben op werkdagen een telefonisch spreekuur van 9.30 tot 13.00 uur: 030 – 2292204. Ook organiseren zij op diverse plaatsen in het land informatie-avonden voor ouders en geven ze een boekje uit: Dus toch… dyslexie.

Tussen ouder en kind

  • Dyslexie is en blijft een onderwijsprobleem dat zoveel mogelijk op school moet worden aangepakt. Bovendien loopt een kind vaak al op z'n tenen. Laat het thuis kind zijn en spelen.
  • Moedig het vooral aan in zijn sterke kanten: veel kinderen met dyslexie blinken uit in verbeeldingskracht, spel, creativiteit, ruimtelijk inzicht of technische vaardigheden.
  • Hakketakken op fouten die het kind maakt bij het lezen of schrijven, is dodelijk voor het zelfvertrouwen. En het kan ertoe leiden dat een kind nooit meer een lief briefje op tafel legt.
  • Lees veel voor. Associeer daarbij op woorden, zeg bijvoorbeeld: 'Zuurkool, wat een gek woord is dat?'
  • Ga op een speelse manier om met taal: zing liedjes, maak gekke rijmpjes, doe woordspelletjes. Kijk samen met het kind naar goede en informatieve tv-programma's als Klokhuis enWillem Wever. Praat hier samen over.
  • Laat het kind gerust wat moeilijker boeken lezen dan het technisch aankan: die hebben een veel rijker taalbeeld en maken het lezen leuker. Let daarbij niet op de fouten.
Reageer op artikel:
Dyslexie: ‘De woorden vallen steeds uit mijn hoofd’
Sluiten