Dyslexie: Dyslectisch is niét dom

redactie 19 jun 2018 Dyslexie

Dyslexie hoeft een succesvolle schoolcarrière allang niet meer in de weg staan. Maar zowel kind als ouders moeten wel aan de bak. De deskundige: 'Het is echt topsport.'

Wat is dyslexie?

Dyslexie is een taalverwerkingsstoornis, waardoor leren lezen en spellen voor veel problemen zorgt. Kinderen met dyslexie hebben vooral veel moeite met lezen, spelling en automatisering. Ze kunnen daarentegen veel beter in grote lijnen denken en zien vaak direct het eindresultaat. In het voortgezet onderwijs, hebben ze vooral veel problemen met het leren van vreemde talen, omdat elke taal weer z'n eigen klanken en lettercombinaties kent.

De deskundigen zijn er nog niet helemaal uit, maar de overheersende visie is op dit moment dat bij kinderen met dyslexie het hersengebiedje waar klanken aan schrifttekens worden gekoppeld, te zwak is aangelegd of moeilijk bereikbaar is. De klankcodes worden daardoor onvolledig of incorrect in de hersenen verwerkt en minder goed in het geheugen opgeslagen.

In 1998 is een grootschalig wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie gestart en over enige tijd worden daarvan de eerste resultaten bekend. Duidelijk is in ieder geval dat er een erfelijke component is. 'Als één van de ouders dyslectisch is, stijgt de kans dat een kind het ook heeft met ongeveer 30 procent,' weet Annemarie Vink, senior onderwijsadviseur en coördinator van het dyslexiecentrum van de Amsterdamse onderwijsbegeleidingsdienst ABC.

Ze is al dertig jaar betrokken bij de behandeling van dyslexie. Ouders hoeven volgens haar niet te wanhopen als hun kind deze leerstoornis heeft. 'Uiteindelijk krijgen we iedereen aan het lezen. Maar voor sommigen vergt dat wel een enorme inspanning. Het is topsport voor ouder en kind.'

Hoe herken je het?

Echt vaststellen of een kind dyslexie heeft kan pas vanaf groep 3 en 4, maar er kunnen al op jonge leeftijd aanwijzingen zijn. Als je kleuter bijvoorbeeld moeite heeft met rijmversjes en taalspelletjes. In groep 2 kunnen dyslectische kinderen veelal moeilijk de relatie leggen tussen klank en tekens. Ze struikelen over langere woorden, zijn minder geïnteresseerd in het lezen van boekjes. Zekerheid krijg je pas als kinderen echt gaan lezen. Ze houden dan moeite met het 'hakken en plakken' van woorden. Het verschilt sterk per kind, maar meestal hebben ze moeite met het direct herkennen van woordjes. Ze blijven spellend lezen. 'Maar sommige kinderen kunnen het heel lang verbloemen,' zegt Vink. 'Slimme dyslecten leren hele teksten uit het hoofd en lezen die dan foutloos voor. Bij hen moet je vooral letten op kleine en betekenisloze woorden.'

Allochtone kinderen die thuis hun moedertaal spreken, lopen extra veel kans dat dyslexie op de basisschool bij hen moeilijk wordt herkend, omdat hun problemen met lezen en spellen vaak geweten worden aan hun algehele taalachterstand.

Wat is eraan te doen?

Kinderen van wie vermoed wordt dat ze dyslectisch zijn, krijgen meestal eerst extra aandacht van de remedial teacher. Als dat te weinig resultaat biedt, volgt een test die vaak wordt uitgevoerd door een lokale onderwijsbegeleidingsdienst. Dit levert een analyse op van de leerproblemen, waaraan in de eventueel daaropvolgende intensieve behandeling gewerkt gaat worden. Vaak gaat het dan om klank/teken-koppeling, verschil in korte en lange klanken, de regelmatigheden, het goed aanleren van de spellingsregels. 'Het is vooral veel oefenen,' benadrukt Vink. Kinderen worden wekelijks een uur door een deskundige begeleid. Daarnaast moeten ze een half uur per dag thuis zelf lezen en spellen en ook op school extra leesopdrachten uitvoeren. 'We kiezen natuurlijk zoveel mogelijk voor teksten die kinderen interesseren, maar het blijft vaak een hele opgaaf. Ze moeten echt hard werken.'

Voor zware gevallen brengt de computer uitkomst. Bijna alle schoolboeken zijn inmiddels digitaal beschikbaar en kinderen kunnen op hun computer met een speciaal taalprogramma teksten lezen die gelijk ook te horen zijn.

Om tekstvakken als geschiedenis en biologie te leren, kunnen kinderen ook mindmapping toepassen. Belangrijke woorden uit een tekst zet je in een systeem waarbij je de onderlinge verbanden aangeeft.

Daarnaast geven veel ouders aan dat hun kind baat heeft bij de Brain Stimulating Method van Janny de Jong, waarbij kinderen allerlei speciale bewegingsoefeningen doen om prikkels te geven aan de 'luie' delen van de hersenen en deze zo in werking te zetten. Deze methode is echter nog niet wetenschappelijk onderzocht.

Wie betaalt dat?

Lange tijd moesten ouders zowel de diagnosestelling als de behandeling uit eigen zak betalen en dat kon aardig in de papieren lopen. Sinds 1 januari 2009 is dyslexiebehandeling opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. In eerste instantie alleen nog voor leerlingen die in 2009 7 of 8 jaar oud waren. Vanaf 2010 wordt de leeftijdsgrens jaarlijks met een jaar opgetrokken, totdat in 2013 alle basisschoolleerlingen een beroep kunnen doen op deze vergoeding.

De regels zijn echter zeer streng en in de praktijk is het moeilijk om voor zo'n vergoeding in aanmerking te komen. Zo moet de school een goed dossier hebben bijgehouden waaruit blijkt dat er extra hulp is geweest voor de leesproblemen.

Bovendien moet uit de diagnostische test blijken dat je kind tot de 10 procent zwakste lezers behoort én de dyslexie mag maar de enige stoornis zijn. Kinderen die naast dyslexie bijvoorbeeld ook nog adhd of een vorm van autisme hebben, komen niet in aanmerking.

Toch moeten ouders niet te snel akkoord gaan met geen vergoeding, vindt Vink. 'Scholen hebben ook een regulier budget voor leerproblemen, dat kunnen ze ook aanwenden voor in ieder geval een onderzoek. En bij autisme en adhd is er natuurlijk de gewone AWBZ-financiering.'

Welke schoolcarrière?

Ook in het voortgezet onderwijs is de aandacht voor dyslexie toegenomen. Er is inmiddels zelfs een Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs, met richtlijnen voor de docenten en 'compenserende faciliteiten'. Zo kunnen kinderen met een officiële dyslexieverklaring bijvoorbeeld vrijstelling krijgen van voorleesbeurten, spellingtoetsen en spellingbeoordeling en hoeven de boekenlijsten minder lang te zijn. Ook is het op veel scholen mogelijk om – net als bij de Cito-eindtoets op de basisschool – langer over een proefwerk te doen. In de praktijk echter moeten ouders er vaak flink achteraan om deze extra's voor elkaar te krijgen. Dat komt omdat je met meerdere docenten hebt te maken en de één staat er meer voor open dan de ander. Af en toe is er zelfs nog een docent die het een modeverschijnsel vindt.

Bij school- en profielkeuze is het natuurlijk meestal raadzaam om een niet al te talige opleiding te doen. 'Toch kan dat per kind sterk verschillen,' is de ervaring van Vink van het ABC. 'Voor de meeste dyslectici is Engels een verschrikkelijk moeilijke taak, omdat letters op nog veel meer verschillende manieren uitgesproken worden dan in het Nederlands.'

Om een voorbeeld te geven: in het Engels kan de oe-klank op zeven manieren geschreven worden, zoals in: you, to, fruit, boot, new, tulip en shoe. Voor een dyslecticus is dat bijna ondoenlijk. 'Maar,' vertelt Vink, 'sommigen zijn juist erg goed in Engels omdat ze nooit de ondertitels op tv lezen en Engelse series dus op het gehoor volgen.'

Ook kan het vwo voor slimme dyslectici juist een betere opleiding zijn dan het havo. Vink: 'Want op het vwo komt het meer aan op inzicht en verbanden leggen dan uit het hoofd leren.'

Zelfs het gymnasium hoeft niet uitgesloten te worden. 'Het vertalen van Grieks en Latijn is eigenlijk een soort puzzelen en daar kunnen ze best heel goed in zijn.'

Wat kun je thuis doen?

Je kunt je kind steunen en stimuleren, hem helpen met woordjes en tafels leren, overhoren en blijven oefenen met schrijven, maar neem het probleem niet over. Gun hem z'n eigen, langzame tempo en ga bijvoorbeeld niet alle briefjes die hij schrijft verbeteren, want dat helpt toch niet. Veel leuker en leerzamer is het om voor te lezen en samen woord- of taalspelletjes te doen. Zeker bij pubers moet je er als ouder niet te veel bovenop zitten. Bied af en toe gerichte hulp aan, bijvoorbeeld als je kind veel nieuwe grammaticaregels of woorden van een vreemde taal moet leren. Leg er verder geen druk op, want dat werkt averechts. Besef dat er geen snelle oplossing is en dat het kind het meeste werk zelf moet doen.

Reageer op artikel:
Dyslexie: Dyslectisch is niét dom
Sluiten