Dyslexie: Vloeiend leren lezen met klanktherapie

redactie 19 jun 2018 Dyslexie

Dyslexie is een taalverwerkingsstoornis, waar je levenslang last van blijft houden. Maar met behulp van een speciaal programma, dat gebaseerd is op verbetering van de klankverwerking, kunnen de kinderen toch op een redelijk niveau leren lezen en spellen. dat betekent wel élke dag oefenen…

Dat dyslexie erfelijk is, is voor de familie Vos-Schelfhout uit het Gelderse Westervoort inmiddels geen verrassing meer. Moeder Wies is dyslectisch en haar vijf dochters, Zoë (14), Joëlle (13), Lois (12) en de tweeling Quinta en Freya (8) zijn het ook. Vader Geert is de enige voor wie snel even een mailtje schrijven of een gebruiksaanwijzing lezen automatisch gaat. De rest van het gezin kan dat ook wel, maar het zal nooit helemaal vanzelf gaan. Als ze even niet opletten, sluipen er foutjes in.

Bij Zoë, de oudste, werd het ’t eerst ontdekt. Toen zij in groep 3 zat en met kerst nauwelijks kon lezen, zei de juf dat er geen man overboord was. Maar toen het haar met Pasen nog niet lukte, werden haar ogen, oren en motoriek uitvoerig getest. Omdat het vermoeden rees dat het om dyslexie ging, werd Zoë doorgestuurd naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID). Ze deed verschillende testen op het gebied van taal, intelligentie en geheugen en bleek inderdaad dyslectisch te zijn. Net zoals haar moeder Wies, die er bizar genoeg pas op dat moment achterkwam. Voor Zoë, die aardig gefrustreerd was geraakt van het feit dat zij als enige in de klas nog niet kon lezen, was het een opluchting om te weten dat er iets met haar aan de hand was. Vervolgens volgde ze bij het RID een jaar lang iedere week een behandelingsprogramma. Daarnaast kreeg ze huiswerkopdrachten, die ze dagelijks oefende. Binnen en paar maanden begon ze het lezen en schrijven door te krijgen. Wies: ‘Ik heb haar nooit aan haar taken hoeven herinneren, die deed ze altijd uit zichzelf. Ze merkte dat het werkte en daar werd ze heel fanatiek van.’

Onzinwoorden

Het RID werkt volgens een zogenoemde psycholinguïstische benadering die er vanuit gaat dat het probleem van mensen met dyslexie in de klankverwerking zit. ‘Dyslectici hebben geen grip op de klankcombinaties die ze horen,’ zegt Patty Gerretsen, psychologe en coördinator van het RID Maastricht. ‘Het woord “kerk” kan voor hen net zo goed als “kerek” of “krek” geschreven worden. En van “reus” maken ze “ruis” of “rues’. Ze koppelen verkeerde klanken aan letters. Het feit dat sommige letters, afhankelijk van het woord waar ze in staan, wel eens anders uitgesproken worden, is ook verwarrend. Zo worden “koel” en “keel” alle twee met een k geschreven, maar je mond beweegt anders als je het uitspreekt. Een normale lezer is flexibel in de verwerking van spraakklanken. Dyslectici zijn dat niet. Dat valt ook op bij onzinwoorden. Mensen met dyslexie hebben moeite om te lezen wat er echt staat. In gewone teksten kunnen ze de woorden die komen nog wel eens raden of uit de context opmaken. Dat kost hen minder moeite dan echt lezen. Bij onzinwoorden kan dat niet en die spreken ze dan ook vaak verkeerd uit. Omdat lezen en spellen voor de meesten zo vanzelf gaat, worden dyslectici wel eens voor dom versleten. Maar lezen en spellen hebben weinig met intelligentie te maken.’

Het RID bestaat sinds 1989 en heeft het computerprogramma Gramma ontwikkeld, dat alle vaardigheden traint die dyslectici niet automatisch onder de knie krijgen. Gramma werkt bijvoorbeeld met een klankbord. Daarop staan alle klanken die in het Nederlands voorkomen. Als je ze aanklikt, hoor je de klank. Zo kan er geen verwarring ontstaan over de uitspraak. Ook zijn er klankmemory en andere taalspelletjes om het koppelen van klanken aan letters onder de knie te krijgen. Deze basisvoorwaarden zijn essentieel om de spellingsregels van het Nederlands toe te kunnen passen. Want die regels kunnen de kinderen over het algemeen best onthouden, maar je moet bijvoorbeeld wel weten of een klinker lang of kort is om de regels ook toe te kunnen passen. Patty Gerretsen: ‘We gaan dus geen letters kleien of op een bal balanceren om kinderen van hun dyslexie af te helpen. Want het probeem zit ’m immers in de klankverwerking. Soms hoor je over een bepaalde pil of bril die alles zou verhelpen, maar de wetenschappelijke evidentie voor dergelijke “behandelingen” ontbreekt. Er is helaas geen snelle oplossing: het vergt veel inzet en hard werken om de taalproblemen het hoofd te bieden.’

Vriendjeswoorden

‘Ik koop een worst bij de marktkraam. Wat is in deze zin het vriendjeswoord?’ Wies Schelfhout leest de tweeling in de studeerkamer zinnen voor die ze opschrijven. Quinta en Freya weten alle twee dat ‘markt’ het vriendjeswoord is. Tussen de r en de k horen ze nog een klinker, maar ze weten dat ze die niet moeten opschrijven. De r en de k zijn immers vriendjes en die willen naast elkaar blijven staan. Zo leren ze verschillende ezelsbruggetjes om de regels van de taal te onthouden.

De meisjes zitten in groep 5 en zijn vorig jaar door het RID getest. Na drie dyslectische dochters keken hun ouders natuurlijk niet meer op van een tweeling met dezelfde aandoening. Inmiddels zijn ze zo ervaren dat ze de eerste signalen al in de kleuterklas opmerkten.

Wies: ‘Freya draaide de d en de b altijd om en Quinta had het vaak over een belfiets of een potthee. Dan keek ze de juf aan en zei: “Dat klopt niet, hè?” Dan zei haar juf dat het inderdaad niet klopte, maar dat ze wel begreep wat Quinta bedoelde. Dat vond ik zo goed. Zo raakte Quinta niet gefrustreerd, het motiveerde haar juist om het anders te doen. Ze vinden het nu ook heel normaal om iedere dag oefeningen te doen. Bij hun zussen hebben ze nooit anders gezien.’

Dagelijks oefent ze met de tweeling het speciale huiswerk van het RID. De oudere kinderen doen het inmiddels zelfstandig, maar die heeft ze vroeger ook allemaal geholpen. Vooral in het begin is het namelijk belangrijk om een oefenpartner te hebben. Iemand die de zinnen opleest en de oefeningen begeleidt. Het computerprogramma beslaat namelijk maar een kwart van de oefeningen, de rest gebeurt met pen en papier.

Aantoonbaar resultaat

In de meeste gevallen zijn de kinderen en hun ouders er een kwartier tot vijfentwintig minuten per dag mee bezig. En die intensieve oefeningen hebben resultaat, zo bleek uit recent onderzoek.

Gramma en een ander programma op psycholinguïstische basis, Lexie, (wat ontwikkeld is door het IWAL in Amsterdam) boeken aantoonbaar ook op de lange termijn effect. Kinderen krijgen zodanige handvatten aangereikt dat ze op een laag gemiddeld niveau leren spellen en lezen.

86 Procent van de kinderen bereikt zelfs een gemiddeld niveau in een van deze vaardigheden, in vergelijking met hun klasgenoten. Doorzettingsvermogen is het belangrijkste bij het behalen van goede resultaten, belangrijker bijvoorbeeld dan intelligentie. Als kinderen veel en goed oefenen, kunnen ze heel wat bereiken. Zoë, Joëlle en Loïs zijn daar goede voorbeelden van. Omdat ze van jongs af aan begeleiding hadden en nog steeds oefeningen doen, zitten ze nu in respectievelijk havo 3, havo 2 en de brugklas en kunnen ze goed meekomen. Engels en andere vreemde talen blijven moeilijk, maar daar krijgen ze extra begeleiding voor van een Remedial Teacher. Omdat de dyslexie bij hen redelijk vroeg ontdekt werd, hebben ze ook nauwelijks frustraties opgelopen. Veel kinderen gaan namelijk denken dat ze ‘niks’ kunnen of haten het om te lezen. Daar is bij de familie Vos niets van te merken: de meiden zijn allemaal dol op lezen. Tijdens de zomervakantie las Zoë zelfs de nieuwste Harry Potter in het engels. l

Signalen die op dyslexie kunnen wijzen

Bij kleuters:

  • Namen van kleuren verwarren, maar bijvoorbeeld potloden wel goed kunnen sorteren
  • In een traag tempo dingen bij hun naam noemen, bijvoorbeeld niet meteen op de namen van fruit of groenten kunnen komen
  • Vergeten hoe klasgenoten heten maar wel alle kinderen kennen (‘Dat is dat meisje met die bril’)

Bij kinderen in groep 3 en 4:

  • Achterlopen met lezen en spellen maar op andere terreinen wel goed meekomen, extra oefening maakt het niet beter
  • Letters die op elkaar lijken, zoals de d en de b, verwisselen
  • Namen van de week niet goed kunnen onthouden
  • Het verwarren van begrippen als gisteren, vandaag en morgen en links en rechts
  • Tafels niet goed of heel langzaam opzeggen
  • Moeite hebben met puzzelen

Wat is dyslexie?

Dyslexie is een taalverwerkingsstoornis, waardoor het aanleren en toepassen van lezen en spellen voor blijvende problemen zorgt. Dyslectici hebben vanaf hun geboorte een probleem met de fonologische verwerking. Daarmee onderscheidt dyslexie zich van een leerprobleem of een leerachterstand. Waarschijnlijk heeft het een neurologische oorzaak. Als dyslexie in de familie voorkomt, heeft een kind 30 procent meer kans om het ook te krijgen.

Zo’n 3 tot 5 procent van de kinderen in Nederland heeft er last van. De diagnose kan officieel alleen na een aantal uitgebreide tests gesteld worden. Hoewel dyslexie in 1995 door de Gezondheidsraad als specifiek leerprobleem is erkend, krijgen scholen en ouders nog steeds geen extra geld voor kinderen met deze aandoening. Ouders moeten de behandelingen daarom zelf betalen.

De onderzoeken en de diagnose kosten bij het RID 756 euro. De verdere begeleiding 53 euro per keer. Gemiddeld hebben kinderen 45 lessen nodig.

Meer informatie:

www.rid.nl
Het RID heeft vestigingen in Arnhem, Maastricht, Den Haag, Hengelo, Amersfoort en Almere. Andere instituten die met een psycholinguïstische methode werken zijn het IWAL in Amsterdam, Braams & Partners in Deventer en de stichting Taalhulp in Hilversum.

Reageer op artikel:
Dyslexie: Vloeiend leren lezen met klanktherapie
Sluiten