Een deel van mijn identiteit

redactie 22 jun 2018 Blogs

Ik ben de moeder van Yaël. Yaël is meervoudig gehandicapt. Ik ben de moeder van een gehandicapt kind. Dat is een deel van mijn identiteit.

Ik was niet meteen na Yaëls geboorte moeder van een gehandicapt kind. Dat werd ik pas later. Eerst was Yaël normaal, of nou ja, normaal genoeg. Daarna had ze een ontwikkelingsachterstand en toen die niet bijtrok was ze van het ene op het andere moment ernstig verstandelijk gehandicapt. Ze was toen 3,5 jaar oud. En ik was dus van het ene op het andere moment moeder van een gehandicapt kind.

Was ik ineens iemand anders? Nee, natuurlijk niet, en toch ook wel. Ik was enorm verdrietig omdat ik wist hoe groot het verschil was tussen een ontwikkelingsachterstand en een verstandelijke handicap: het eerste bood nog perspectief, kon nog overgaan, het tweede was voor altijd. Daarover was ik zo verdrietig dat ik niet verdrietig kon zijn. Ik was bang dat als ik zou toegeven aan mijn verdriet, ik erin zou verdwijnen.

Dat was niet zo, gelukkig. Toen het verdriet zich door mijn zelfbedachte harnas heen wurmde, bleek het mee te vallen. Verdriet is een zacht gevoel. Verweer tegen verdriet is hard.

Maar los van het verdriet, dat soms nog even komt opzetten, had ik ineens ook die nieuwe identiteit waartoe ik me moest verhouden. Moeder van een gehandicapt kind, wat ben je dan? Hoe gedraagt zo iemand zich? Wat verwacht ze van haar omgeving?

In het begin worstelde ik nog met dingen als: wanneer vertel ik het de mensen die het nog niet weten? Nieuwe mensen of oude mensen die je een tijd niet gesproken hebt? Hoe reageer ik op aardige en soms iets minder aardige reacties.

Nu ga ik met die dingen veel nonchalanter om. Ik vertel het als ik daar zin in heb en anders niet. Wanneer mijn hoofd niet naar gehandicaptenpraat staat, verplaats ik de aandacht elegant naar de ander. De minder aardige mensen zijn al naar de periferie van mijn leven verdwenen. Ik weet goed wat ik van de anderen verlang.

Wat ik niet wil: zielig gevonden worden. Wie zielig is, is bij voorbaat verexcuseerd, kan zich vervelend gedragen en ermee wegkomen. Want wie zielig is heeft recht op gedrag waar anderen geen recht op hebben. Emotioneel entitlement.

Wat ik wel wil, en het verschil met zielig gevonden worden is subtiel: dat mensen die me na staan bereid zijn rekening te houden met mijn bijzondere omstandigheden. En dat hoeven ze alleen maar te doen als ik daarom vraag. Ik wil dat mensen het begrijpen als ik een eetafspraak op de dag zelf afzeg vanwege weer een slechte nacht. Dat ze het niet erg vinden als ik tijdens een etentje na een paar glazen wijn een beetje instort wegens chronisch slaaptekort en dan een wat minder levendige gesprekspartner ben. Dat ik – en dat is al heel lang niet gebeurd, maar je weet maar nooit – meestal ook na een paar glazen wijn wel eens een paar tranen laat omdat het gesprek nu eenmaal zo loopt. Ik wil dus dat mensen zich op gezette tijden even inleven in mij, en dan het liefst op een luchtige manier.

O ja, en ik vind het ook fijn als mijn omgeving niet al te geschokt reageert op de sarcastische grappen die ik maak over mijn kind. Ik ben namelijk nog steeds dezelfde als vroeger.

Reageer op artikel:
Een deel van mijn identiteit
Sluiten