Meer blogs

Toestanden op school? Als onderwijsadviseur sta ik nergens meer van te kijken. Tenminste, dat dacht ik. Toch stond ik vorige week op de school van mijn kinderen te trillen op mijn benen. Mijn zoontje stond naast zijn juf bij de uitgang van de kleuters op mij te wachten. Hij zag me al vanuit de verte en wapperde met een brief. Toen ik dichterbij kwam riep hij: ˜Mama! Hier staat iets heel belangrijks in. Heel belangrijk! Lees maar!'

Ik las dat een van zijn klasgenoten, Sjors, dit weekend onverwacht zijn moeder had verloren. Met de kinderen was hierover uitgebreid gesproken, maar de leerkrachten waren niet in detail getreden over de doodsoorzaak. Opeens realiseerde ik me dat ik vanochtend had gelezen dat een vrouw door haar eigen man met een mes was doodgestoken. De politie was nog te hulp geschoten, maar kon niet naar binnen en hoorde buiten machteloos aan wat zich in huis afspeelde. Na de moord reed de vader zijn kinderen naar de schoonouders en gaf zichzelf aan bij de politie.

Mijn dochter, die inmiddels ook naar buiten was gekomen en dezelfde brief in haar handen had, keek me vragend aan: ˜Wat is er mama? ˜Niets zei ik, ˜ik lees een brief die jullie van school mee hebben gekregen. Ik hees de kinderen op de fiets en trapte als een robot naar huis.

Ik dacht aan de kleuterjuffen. Hoe ze het nieuws deze ochtend met de kleuters gedeeld hadden. Ik dacht aan mijn kinderen die op de fiets zaten en een deuntje neurieden. Hoe reageren kinderen op dit soort dingen? Hoe begeleid je zoiets? Welk advies geef je ouders mee naar huis om het verwerkingsproces in goede banen te leiden? Geen idee.

Thuisgekomen twijfelde ik enorm. Moest ik het onderwerp aanzwengelen of afwachten tot de kinderen er zelf mee kwamen? Dagen verstreken, maar mijn kinderen repten geen woord over het voorval. Ik besloot mijn collega’s te raadplegen. Volgens hen moest ik vooral goed naar de tekeningen van mijn kinderen kijken. De tekeningen zouden verraden wat ze bezighield. Dat klonk aannemelijk.

Toen kwam een vriendin van mij op bezoek. Zij vroeg niets vermoedend aan mijn zoon: ‘Toe, vertel eens een klein dingetje over je nieuwe school.’ Hij dacht even na, sperde zijn ogen toen wijd open en stak van wal: ‘Weet je, er zit een jongen in mijn klas, hij heet Sjors, en zijn moeder is dood. Ja echt! En weet je hoe dat komt dat ze dood is gegaan? De papa van Sjors heeft haar doodgemaakt. Ja echt! En weet je waarom? De papa van Sjors, die heeft iets aan z’n, ehh…’ Hij keek mij peinzend aan en wees tegelijkertijd ongeduldig met zijn vingers naar zijn hoofd. ‘…O ja, aan z’n hersenen, ja, en daarom, daarom heeft hij het gedaan!’

Ik stond perplex. Geen milde versie, gewoon de naakte waarheid. Maar mijn zoon was nog niet klaar: ‘Het is echt waar hoor. Ik heb het zelf aan Sjors gevraagd. Ik vroeg: Woon jij nu echt bij je opa en oma? Voor altijd? En Sjors zei ja. En ik vroeg Heb jij heel erg gehuild? En hij zei weer ja. Zielig he?

De rillingen liepen over mijn rug. Zijn verhaal klonk bijna macaber. Maar misschien was dit wel de beste manier, bedacht ik. Het verschrikkelijke voorval gewoon bespreekbaar maken, en voor wie daar behoefte aan heeft hoort het ‘het hele verhaal’. De school heeft gedaan wat ik zelf niet durfde.

Reageer op artikel:
Meer blogs
Sluiten