Een gelukkig kind: De rol van ouders

redactie 19 jun 2018 Gedrag

Hoe zorg je ervoor dat je kind oplossingsgericht is? Zelfstandig, vol zelfvertrouwen, met zelfbeheersing en ook nog een mooi arbeidsethos? Veel opvoedboeken laten zich lezen als de gebruiksaanwijzing van een nieuwe tv. Volg de enorme hoeveelheden raad & advies op en het resultaat is een gelukkig en succesvol kind. Zo belooft bijvoorbeeld de Amerikaanse bestseller Teach your Children Well van Madeline Levine dat goed ouderschap leidt tot ‘authentic succes’.

En het moet gezegd, het boek bevat voor een groot deel geen onzin. De achtergrondartikelen zijn informatief, de tips nuttig en soms zelfs origineel. Het hoofdstuk Teaching Our Kids to Find Solutions geeft de raad: ‘Elk kind moet een vertrouwde volwassene om advies kunnen vragen, iemand buiten je eigen familie.’ Dat kan een leraar zijn of een sportcoach, een pastor of een vriend van één van de ouders. Nooit aan gedacht, maar het zou heel goed kunnen werken.

Bij zelfbeheersing geeft Levine de raad: ‘Verlies je tiener niet uit het oog, blijf betrokken ondersteunen. Blijf in de gaten houden wie zijn vrienden zijn, zo voorkom je verkeerde invloeden en zelfdestructie.’ 
Je kind als bouwpakket; het is een gedachte waarvan opvoedboeken en ook -bladen nog steeds zijn doordesemd. In Levine’s boek eindigt elk hoofdstuk met een onderdeel DO en een onderdeel DON’T, letterlijk in hoofdletters afgedrukt. Alsof je elke tiener voortdurend in de gaten moet houden. Ook de braveriken met een lieve vriendenschare.

Wetenschappelijk onderzoek naar de langetermijneffecten van opvoed- methoden zet echter steeds meer vraagtekens bij stringente opvoedadviezen. Zo werd lange tijd geadviseerd om je kind positief te stimuleren. Elke krabbel of andere creatieve uiting diende met luid applaus begroet te worden. Van dit overdreven geprijs is men inmiddels wel teruggekomen. Er wordt juist gewezen op de risico’s van overdreven loftuitingen. Kinderen met positivo’s als ouders kunnen vaak slecht omgaan met tegenslag en zijn het ‘opgepompte’ zelfvertrouwen ook zo weer kwijt. Natuurlijk moet een kind zich gewaardeerd en geliefd voelen, maar af en toe een kleine tegenslag en wat minder zelfvertrouwen kan helemaal geen kwaad, concluderen onderzoekers van Duke University. 
Ouders moeten op zoek naar het midden, wordt nu geadviseerd. Voortdurend negatief is niet goed, alsmaar te positief ook niet. Waardeer de inspanning: ‘Ik zie dat je er hard aan hebt gewerkt’. Maar prijs niet het resultaat als het frutsel er echt niet uitziet.

Dat zoeken naar het midden maakt ouders onzeker. Ze voelen zich in hoge mate verantwoordelijk voor het latere geluk van hun kind, maar weten steeds minder goed wat ze daarvoor moeten doen. ‘Ouders hebben faalangst’ was de conclusie van het Opvoedonderzoek dat J/M in september 2010 publiceerde. ‘Ze hebben regelmatig het gevoel het niet goed te doen.’ Twee jaar later kwam bij het meest recente onderzoek naar voren: ‘Ouders zijn tobberiger, kritischer, vermoeider en geïrriteerder geworden.’

Een van de verklaringen is dat de vroegere vaste opvoedwijsheden onder druk staan en de deskundigen het op veel terreinen met elkaar oneens zijn. 

Neem ADHD. Veel behandelaars zien de inmiddels erkende stoornis als een chemische afwijking in de hersenen, die met Ritalin redelijk in de hand gehouden kan worden. Anderen wijzen vooral op een prikkelrijke omgeving of eetgewoonten die hyperactiviteit bevorderen. In dat laatste geval zou een dieet wonderen doen.

‘De waarheid ligt ook in dit geval in het midden.’ Aan het woord is Robert Vermeiren, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie en directeur patiëntenzorg bij Curium/LUMC in Leiden en hoogleraar forensische jeugdpsychiatrie van de Vrije Universiteit. ‘ADHD kent verschillende oorzaken, zowel biologisch als in de omgeving. Bij elk kind is die mix bovendien verschillend. Als een kind al in de moederbuik heel onrustig was, is een grotere impact van de biologie te verwachten. Maar bij anderen kan de oorzaak heel goed in grotere mate aan de omgeving of de voeding liggen, bovenop een eigen kwetsbaarheid.’ Ouders van een kind met ADHD moeten dus ook hier weer hun eigen weg kiezen. Bij de één is dat medicatie, bij de ander een dieet. Al is de claim van wetenschapper Lidy Pelsser (verbonden aan het Pelsser Red Centrum) dat 60 procent van de ADHD’ers met een andere voeding geholpen is, inmiddels wel naar het rijk der fabelen verwezen. Vaak zal een combinatie van de twee behandelmethoden de beste uitkomst zijn. Bijvoorbeeld medicatie én een strikt dagritme met duidelijke grenzen.

Als hoogleraar forensische jeugdpsychiatrie ontmoet Vermeiren veel jongeren waarmee het goed is misgegaan. Zij zijn met Justitie in aanraking gekomen. Ook hier ziet hij verschillende oorzaken voor het criminele gedrag. Soms maken de ouders grote fouten: door verwaarlozing en een liefdeloze opvoeding zijn kinderen niet gehecht en zijn hun sociale vaardigheden slecht ontwikkeld. Ze kunnen zich dan niet inleven in het leed dat ze anderen berokkenen.
Maar evengoed kan de hoofdoorzaak in de genen gelegen zijn. Bekend is dat de neiging tot verslaving en de drang naar gevaar een erfelijke component heeft. Toch zijn ook deze jongeren niet hopeloos verloren, vindt Vermeiren. ‘Met een combinatie van behandelingen, zowel medicatie als therapie, komen er nog heel wat goed terecht. Bovendien bespaart behandeling de maatschappij veel leed, en dus ook veel kosten.’

Vermeiren heeft sowieso een optimistische boodschap voor ouders. ‘Je doet het niet zo gauw fout. Gewoon normaal opvoeden: met liefde, aandacht en duidelijkheid. Op tijd naar bed, gezond eten en veiligheid bieden. Als de basis goed is, komt het bijna altijd wel goed.’ Kinderen zijn sterk, kunnen ook best met tegenslag omgaan. ‘Het is natuurlijk niet leuk als ouders gaan scheiden, maar als beide partijen zich een beetje normaal gedragen – zoals wij dat van onze kinderen willen – levert dat geen blijvende schade op.’ Het kan juist wel kwaad als ouders blijven hangen in het leed uit het verleden. ‘Dat zie je soms bij ouders die te maken hebben gehad met seksueel misbruik van hun kind. Verschrikkelijk natuurlijk, maar door er zo nadrukkelijk, soms fanatiek, mee bezig te blijven, wordt de kans alleen maar groter dat je kind er niet overheen komt.’

Met bijna alle kinderen komt het goed. Toch maakt Vermeiren zich zorgen om het huidige maatschappelijke klimaat en de gevolgen daarvan bij de jeugd. ‘Het belangrijkste wat volwassenen kunnen doen, is het goede voorbeeld geven en op dat terrein gaat het de laatste jaren de verkeerde kant op.’ Kamerleden die elkaar en de minister-president voor rotte vis uitmaken, sportcoaches die de scheidsrechter de kanker toewensen: kinderen krijgen slechte voorbeelden. Ook in het dagelijks leven, vindt Vermeiren. ‘Ik sta er als van origine Belgische vader nog regelmatig raar van te kijken hoe Nederlandse ouders zich gedragen.’ Hij geeft twee voorbeelden. ‘Laatst hoorde ik een moeder een fietser enorm uitschelden omdat ze blijkbaar gesneden werd, terwijl haar eigen kind van een jaar of 6 achterop zat. Wat voor voorbeeld geef je dan? Scheld er maar op los als een ander je hindert.’

Ook de omgang met leraren doet zijn wenkbrauwen regelmatig fronsen. ‘Dan gaat een ouder een felle discussie met de onderwijzer aan, met zijn kind er gewoon bij. Doe dat op een ander moment en liefst ook op een andere toon.’

De basis voor wat hoort en niet hoort wordt in de eerste tien levensjaren gelegd. Daarna wordt de invloed van vrienden en de omgeving geleidelijk aan groter. ‘Als dat vroege fundament goed is, is de kans een stuk kleiner dat je kind later meedoet aan negatief groepsgedrag,’ meent Vermeiren. ‘Het is echter geen garantie.’ De jongerenrellen bij Project X in Haren zijn wat dat betreft een waarschuwing. Vermeiren: ‘Dat zoveel gewone kinderen zich zo laten gaan, dat moet ons aan het denken zetten.’ 

De belangrijkste opvoedvaardigheid? Vermeiren hoeft er niet lang over na te denken: ‘Leer vooral goed naar je kind kijken. Hoe zit jouw kind in elkaar? Welke steun en begeleiding heeft hij nodig, welke grenzen? Elk kind zit weer anders in elkaar. Het kan geen kwaad om je te verdiepen in opvoedboeken, maar kies uiteindelijk een manier die bij jouw kind past. Dat weet jij als ouder als geen ander.’ 

Reageer op artikel:
Een gelukkig kind: De rol van ouders
Sluiten