Een goed gesprek in 6 minuten

Drie keer per jaar enkele minuten praten met de docent Engels, wiskunde of maatschappijleer: heb je daar iets aan? Ja, vindt Ivo Mijland, co-auteur van Het 10-minutengesprek met leraren – Een handreiking voor ouders. Hij geeft vier gouden tips.

De overgang van groep 8 naar de brugklas is niet alleen voor je kind groot. Ook voor jou als ouder voelt het waarschijnlijk of je vanuit een warm bad in de koude zee geworpen wordt. Weg is het persoonlijke contact met de leerkracht. Weg het gevoel dat je weet wat je kind doet op school. In plaats daarvan moet je het doen met incidenteel contact met de mentor en de 6-, 8- of 10-minutengesprekken – dat verschilt per school – die één of meerdere keren per jaar georganiseerd worden, en waarbij je kunt intekenen voor een gesprekje met enkele vakdocenten.

Als het lekker gaat met je kind, heeft het dan wel nut om naar die korte, onpersoonlijke gesprekjes te gaan? En als je je zorgen maakt, moet je dan niet gewoon bij zijn mentor aankloppen – in een veel eerder stadium?

1 Ga altijd

'Hoe dan ook: altijd gaan' is het devies van Ivo Mijland. Hij verzorgt docententrainingen en ouderavonden, heeft een praktijk voor gezinshulpverlening en is (mede)schrijver van verschillende boeken voor ouders en docenten. Of je nu met de mentor, de leraar Engels of de lerares wiskunde kunt praten, of het nu 6, 8 of 10 minuten zijn en of je kind problemen heeft of niet: ga!

'De mentor heeft de functie die de groepsleerkracht had op de basisschool. Hij is je eerste aanspreekpunt, de spil die de verbinding moet leggen met de vakdocenten. Zorg dat je bondgenoot wordt van deze persoon. Investeer in die band, óók als het met je kind goed gaat op school. Als er problemen ontstaan, is dat vaak pas na de herfstvakantie, maar grijp toch al die eerste ontmoetingskansen aan. Veel scholen houden de tweede week van het nieuwe schooljaar een informatieavond. Daar naartoe gaan is een kleine investering die je nog veel zal opleveren. Al laat je slechts je gezicht zien, schud je wat handen en maak je een kletspraatje; het gaat erom dat je contact maakt, zodat alle latere gesprekken – ook wanneer er echt iets aan de hand is – gemakkelijker verlopen. Veel ouders gaan pas praten als er problemen zijn. Dat is jammer.'

2 Bereid strak voor

In tien minuten tijd zet je niet uitgebreid een boom op over het leven van je kind en alle gedachten die je over hem zou willen delen met school. Laat staan dat je dat in acht of zes minuten kunt. 'Wees reëel,' zegt Mijland daarom, 'bereid je thuis voor op het gesprek, liefst samen met je partner, en bedenk welke punten je wilt bespreken. Ga voor jezelf na of al die punten binnen de gegeven tijd passen. Zo nee, kies de belangrijkste uit. Houd er rekening mee dat de mentor of vakdocent misschien ook enkele punten heeft.'

En blijf constructief communiceren – ook als er andere wachtende ouders in je nek staan te hijgen of als de docent schichtig op zijn horloge begint te gluren. Een voorbeeldzin voor zo'n situatie: 'Ik heb eigenlijk nog wat punten die ik wil bespreken, maar ik zie dat er nog meer ouders wachten en dat mijn tijd om is. Is het mogelijk dat ik morgen even bel om over die andere punten verder te praten of om een afspraak te maken?'

3 Vermijd klagen

In zijn boek De kracht van klagende ouders dat in april verschijnt, drukt Mijland leerkrachten op het hart om te bedenken dat klagen een poging tot communiceren is. Hij raadt docenten aan zichzelf een plezier te doen: maak de vertaalslag en zie klachten als een gratis advies.

Omgekeerd moeten ouders zich realiseren dat de meeste docenten niet in staat zijn om de behoeften te herkennen die achter een klacht schuilgaan. Het gros zal in de verdediging schieten, want klagen roept dat nu eenmaal op.

Het is dus veruit het verstandigst om als ouder – wanneer je merkt dat je boos en klagerig bent over de gang van zaken op school – eerst bij jezelf te rade te gaan hoe je het dan wél wilt. Wat heb je nodig van de docent?

'Stel,' zegt Mijland, 'je hebt stevige kritiek op de docent Engels omdat hij er ontzettend lang over doet om proefwerken na te kijken. Dan kun je zeggen: “Ik vind het belachelijk dat u er zo lang over doet om de proefwerken na te kijken”, wat vrijwel zeker een conflict zal uitlokken of op z'n minst stevige weerstand.

Je kunt je kritiek echter ook positief verwoorden. Bijvoorbeeld door te zeggen: “Ik merk aan mijn dochter dat ze het vervelend vindt dat ze lang moet wachten op de uitslag van haar proefwerk. Kunt u kijken in hoeverre er mogelijkheden zijn om dit aan te passen?”

4 Zet de (positieve) toon

Wat ook helpt, is het gebruik van 'erkennende taal'. Zeg bijvoorbeeld tegen de docent Engels: 'Ik begrijp heel goed dat u het druk hebt en dat het soms lastig is om op tijd alle proefwerken na te kijken.' Zo'n zin kun je dan vervolgen met: 'Ik denk echter toch dat het mogelijk zou moeten zijn om de resultaten eerder…' et cetera. Mijland: 'Want erkenning is niet hetzelfde als de ander gelijk geven. Waar het om gaat is dat je de situatie ook door de bril van de docent probeert te zien. We zien de dingen namelijk niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn. Het is in gesprekken daarom zaak om op zoek te gaan naar gemeenschappelijkheden, in plaats van tegenstellingen. Praat niet als tegenstanders, maar als bondgenoten die samen de beste omstandigheden voor een kind proberen te bereiken.'

Tot slot – of liever, om te beginnen – kun je benoemen waar je wél tevreden over bent. Als je start met een opmerking als: 'Ik merk thuis dat het heel goed gaat met mijn dochter. Ze komt altijd vrolijk thuis. Hoe vinden jullie dat het op school met haar gaat?' Dan nodig je de docent of mentor uit om ook positief te communiceren. Als het nodig is kun je het gesprek daarna pijnloos vervolgen met: 'Ik maak me alleen de laatste tijd een beetje zorgen over hoe het gaat bij Engels.'

De mentor zal ervan genieten dat hij een enthousiaste, betrokken ouder voor zich heeft, en zal je graag willen helpen met het probleem bij Engels. Mijland: 'Jij geniet van het positieve gesprek en als je glunderend thuiskomt, voelt je kind dat ook. Die glimlach neemt het kind de volgende dag mee naar school. Tel uit je winst.'

Zijn de korte gesprekjes met docenten op de middelbare school nuttig?

  • Ja, als het gaat om een zwak vak van mijn kind 32 %
  • Nee, ze zijn altijd te kort 45 %
  • Wel met de mentor, niet met andere docenten 23 %

Bron: poll op www.jmouders.nl

Reageer op artikel:
Een goed gesprek in 6 minuten
Sluiten