Een goed gesprek over joints

redactie 19 jun 2018 Opvoeden

Alarmerende krantenkoppen: in Amsterdam heeft 2 procent van de kinderen op de basisschool al eens drugs gebruikt. Op sommige basisscholen in de betere buurten van Den Haag wordt al in groep 7 hasj gerookt. Ook in kleinere steden als Gouda wordt op de basisschool geblowd.

Op het voortgezet onderwijs gebeurt het vaker. Twintig tot 35 procent van de scholieren tussen 12 en 17 heeft het ooit geprobeerd. Veel kinderen vinden er niks aan en gaan er niet mee door. Elf procent van de scholieren rookt weleens hasj of wiet, zegt het Trimbos-instituut in Utrecht dat daar een groot onderzoek naar heeft gedaan. In 1992 was dat nog 7 procent. Een kwart van de gebruikers (nog geen 3 procent van alle scholieren dus) zou een regelmatig gebruiker zijn: minstens tien keer per maand.

Maar er zijn ook onderzoekers die zeggen dat 1 op de 10 dertienjarigen al een joint gerookt heeft. Dat is waarschijnlijk erg afhankelijk van waar je woont. Er zijn scholen en buurten die erom bekend staan. Over één ding zijn de onderzoekers het eens: hasj roken gebeurt van alle schooltypen het meest op het havo, in de twee hoogste klassen. En jongens doen het meer dan meisjes.

Dat er vooral in de grote steden hasj en wiet wordt gerookt, is een fabeltje, zegt Pier Prins, consulent van de stichting Spectrum die maatschappelijke ontwikkelingen in Gelderland ondersteunt. Zo heeft in Gendt, een dorp in de Oost-Betuwe, 20 procent van de jongens en 4 procent van de meisjes tussen 12 en 18 jaar weleens drugs (voornamelijk hasj) gebruikt. Tien procent van hen heeft xtc geslikt. In de dorpen in de buurt was het beeld ongeveer hetzelfde.

Niks aan

Tussen 65 en 80 procent van de jongeren taalt dus blijkbaar niet naar drugs. Toch maken veel ouders zich zorgen. Volgens een aantal deskundigen is dat wel begrijpelijk, maar is er op zich weinig reden tot zorg. Han Kuipers, die bij het Trimbos-instituut onderzoek doet naar drugsgebruik onder jongeren: ‘Van de kinderen die met hasj en wiet experimenteren, concludeert het merendeel dat het niet is wat ze zochten. Of ze vinden er niks aan. De groep die overblijft, blijft gebruiken, maar doet dat heel beheerst. Blowende scholieren komen zelden of nooit in de problemen. Blijkbaar zijn ze zo verstandig om het alleen in het weekend te doen. De schoolprestatie lijdt er niet onder.’

Laura de Goot, 16, klas 4 vwo: ‘Toen ik 14 was, heb ik twee keer hasj gerookt. ‘t Was wel leuk maar ik heb het niet nodig om het naar m’n zin te hebben. Bij mij in de klas zitten kinderen die in het weekend hasj roken. Als je niet meeblowt, vinden ze dat oké. Maar ik weet dat er groepen zijn waarin je moet meedoen, anders lig je eruit. Xtc zal ik nooit nemen, veel te gevaarlijk.’

Peter Cohen, die aan de Universiteit van Amsterdam al jaren onderzoek doet naar drugs, zegt net zoiets. ‘Zwaar gebruik van hasj komt bij jongeren maar heel weinig voor. Dat wordt door andere leerlingen afgekeurd.’

Twee tot vijf van elke duizend kinderen die hasj roken, komen bij de hulpverlening terecht omdat ze er niet mee kunnen ophouden. De meesten hebben persoonlijke problemen die ze proberen weg te blowen met een aantal joints per dag.

Afwijkend gedrag

Maar ook al komen blijkbaar weinig jongeren in de problemen door het hasjgebruik zelf, toch zijn veel ouders bang dat hun kinderen verkeerde vrienden opdoen als ze hasj roken. Ach, zeggen hulpverleners, je kunt overal verkeerde vrienden opdoen, ook als je geen hasj rookt.

Alicia van Dam, 13, brugklas havo/vwo: ‘Ik zou wel meer over drugs willen weten. Maar ik zou het nooit proberen. Stel je voor dat je verslaafd raakt. Ik denk niet dat mijn ouders veel over drugs weten. Maar ik luister goed naar ze. Ze hebben gezegd: niet doen. Tegen mijn eigen kinderen zou ik zeggen: je mag het zelf weten. Maar ik zou ze wel op de gevolgen wijzen.’

Maar is die vrees van ouders echt onterecht? De stichting Spectrum heeft in Gendt onderzocht of er verschillen waren tussen jongeren die wel en jongeren die geen drugs gebruikten. Dat loog er niet om. Van de 617 jongeren in het dorp, verveelden gebruikers zich veel vaker (44 procent, tegen 21 procent van de niet-gebruikers). Ze hadden ook veel minder vaak een vriendenkring op school (44 procent, tegen 79 procent van de niet-gebruikers), ontmoetten veel vaker vrienden op straat (83 procent, tegen 38 procent) en beschikten veel vaker over een steekwapen (67 procent, tegen 19 procent van alle jongeren in het dorp). Jongeren die drugs gebruikten, stalen ook veel vaker (50 procent, tegen 11 procent van alle jongeren) en hadden een minder goed contact met hun ouders dan andere jongeren (50 procent tegenover 17 procent).

Hoogstwaarschijnlijk is het druggebruik een onderdeel van afwijkend gedrag en is het afwijkend gedrag geen gevolg van het druggebruik. Maar dat je je als ouder niet lekker voelt als je kind in zo’n groepje verkeert, is zeker. Han Kuipers: ‘Als je kind ineens heel andere vrienden heeft, besteed je daar als ouder aandacht aan, lijkt me. Aandacht , begrip en respect zijn belangrijk. Je hoeft niet alles te accepteren, maar je moet wel in gesprek blijven. Als je merkt dat je daar moeite mee hebt, ga dan eens praten bij een Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs of overleg met de huisarts. En bij de Drugs Informatielijn van het Trimbos-instituut hebben ze goede folders.’

Manon Springer, 14, klas 3 atheneum: ‘Ik heb nog nooit hasj gerookt. Maar ik denk dat ik het wel ga proberen. Als het leuk is, doe ik het vaker, denk ik. Maar niet elke week, want het is slecht voor je: er zit tabak in en het tast je hersens aan. Ik zou het niet thuis vertellen. Mijn ouders hebben me niet verboden te blowen, maar het gaat ze gewoon niks aan.

Het zijn wel leuke jongens die hasj roken. Maar ze doen het niet op school want als je daar stoned bent, worden je ouders gebeld en dan word je een paar dagen geschorst.

We kregen op school ook folders over drugs. Maar daar staat niet in hoe het de eerste keer voelt, hoe duur het is en waar je het kan krijgen. Dat willen wij graag weten.’

Geen ruimte

Waarom gaan kinderen met drugs experimenteren? En waarom doet de een het wel, en de ander niet? Pier Prins van de stichting Spectrum: ‘Bij de een zit het in het karakter, er zijn nu eenmaal kinderen die graag alles zelf onderzoeken. Maar het kan ook het gevolg zijn van de opvoeding. Als ouders heel streng zijn en er geen ruimte is voor het kind om zichzelf te zijn, kan het van de weeromstuit iets gaan doen wat de ouders nooit verwacht zouden hebben. Als het kind geestelijk verwaarloosd wordt, kan het op zoek gaan naar andere dingen. Een veilig thuis is heel belangrijk. Of de ouders drinken veel en het kind heeft daarvan geleerd dat het oké is om iets te gebruiken en daarbij geen maat te houden.

Het kan ‘m ook in de omgeving zitten: de vriendenkring gebruikt en je wilt erbij horen, of je hoort bij een groep hangjongeren die door de buurt niet wordt ge-doogd. Zulke groepen gaan zich dan soms gedragen zoals de omgeving van hen verwacht.’

Dennis van Eck, 15, klas 3 vbo: ‘ik hoef niet zo nodig wiet te roken. Je kunt net zo goed een pilsje drinken. Drank is veel gezonder volgens mij. En ik rook anderhalf pakje shag per week. Ik vind jongens die wiet roken een beetje aanstellers.’

Prins vindt dat ouders hun kinderen in ieder geval moeten bijbrengen dat een echte vriend niet aandringt op druggebruik. Maar wat doe je verder?

Ineke Borgeld-Kruize (37) uit Vlagtwedde, moeder van Paul (13), Mark (12) en Marion (7): ‘Op zich zou ik het niet erg vinden als Paul met hasj gaat experimenteren, dat doen ze bijna allemaal. Verbieden maakt het alleen maar erger. Ik zou erover praten met hem: wat heb je gebruikt, hoe vond je het, ga je het weer doen? In alle redelijkheid, maar ik zou wel proberen hem er vanaf te brengen het vaker te doen. Want stel je voor dat hij het te vaak doet, of aan andere drugs begint. Gelukkig weet ik heel zeker dat hij me alles eerlijk zal vertellen, we hebben een hele goede band.’

Niet bang maken

Het is niet gezegd dat Paul het zijn ouders niet zal vertellen. Maar toen J/M aan een aantal kinderen vroeg of ze het thuis zouden vertellen, bleken maar heel weinig kinderen dat van plan – zelfs niet als hun ouders hasjgebruik niet hadden verboden. Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de kinderen die hasj roken, ouders hebben die dat niet weten.

Het is in ieder geval belangrijk dat je als ouder goed geïnformeerd bent over drugs. Praat erover, bijvoorbeeld naar aanleiding van een tv-programma of een spreekbeurt. In verschillende landen is gebleken dat kinderen die er veel van afweten, er minder snel mee beginnen en ook minder gebruiken. Maar dan moet de voorlichting wel goed zijn. Als een kind merkt dat de ouders onzin vertellen of er toch niet zoveel van afweten, wordt een goed gesprek onmogelijk.

De voorlichting kan het beste positief worden gehouden. Het is stimulerend voor kinderen om te leren hoe je zo gezond mogelijk kunt blijven. Voorzichtig zijn met drugs is daar een onderdeel van.

Het kind bang maken en eindeloos waarschuwen helpt niet. Druggebruik wordt dan vaak juist extra spannend. Bovendien kan het effect van al die bangmakerij en de waarschuwingen averechts zijn: als jongeren al enige ervaring hebben opgedaan met drugs, weten ze dat er overdreven wordt en geloven ze niks meer.

Verbieden heeft weinig zin. Juist de kinderen met ouders die het streng verbieden, beginnen er het snelst aan. Uit een landelijk onderzoek is gebleken dat 80 procent van de kinderen die blowden, zeiden dat ze dat absoluut niet mochten van hun ouders.

Dat betekent niet dat je alles maar goed moet vinden. Geef regels en grenzen aan, zegt ongeveer de helft van de ouders. De andere helft vindt dat er niks mis is met gezonde nieuwsgierigheid – zolang het daar maar bij blijft.

Riny ten Bohmer (39) uit Wageningen, moeder van Barry (16), Steve (15), Cathy (12) en Jimmy (7): ‘Ik vind het niet erg als ze een keer blowen. Ik zou het zelf ook graag een keer proberen. Ik maak me niet echt zorgen. Mijn kinderen kennen genoeg figuren die de hele dag stoned rondlopen. Dat trekt niet.’

Leer je kind ook omgaan met tegenslag. Als kinderen nog niet hebben ervaren dat er in het leven ook moeilijkheden en tegenslagen zijn, zullen ze zich geen raad weten als ze problemen krijgen. En voorkom verveling, moedig hobby’s aan.

Wellicht dat kinderen die tabak roken, gemakkelijker een joint zullen proberen dan kinderen die nog nooit gerookt hebben. Maar zeker is dit niet.

Zelfvertrouwen

Janet Davids-Taen (42) uit Zwolle is moeder van Niels (13), Inge (11) en Thijs (8) en werkt als orthopedagoge. Zij vindt dat je je kind al vroeg, als het nog op de basisschool zit, kunt voorbereiden op een verstandige houding ten opzichte van drugs, alcohol, roken en sex. ‘Veel hangt af van het voorbeeld dat je zelf geeft. Op vrijdag, zaterdag en zondag drinken wij een borrel. De kinderen krijgen sap, er zijn chips, de open haard is aan. Zo leer je ze misschien dat je matig kunt zijn en dat het dan toch gezellig is.’

Je hoopt dat het kinderen worden die in een groep de flair hebben om te zeggen: ‘ik doe niet mee’, zegt ze. Vaak wordt dat geaccepteerd en zelfs gewaardeerd omdat zo’n kind zekerheid, originaliteit en zelfvertrouwen uitstraalt. ‘Hoe kweek je dat zelfvertrouwen? Bijvoorbeeld door het kind te prijzen. Daarbij kun je beter niet zeggen “wat ben je toch geweldig”. Je kunt beter gericht op bepaald gedrag ingaan, bijvoorbeeld met de mededeling “ik ben trots op je dat je een 6 hebt gehaald, ik weet hoeveel moeite je dat heeft gekost.” Dan concludeert het kind zelf: ik ben blijkbaar iemand die kan doorzetten. Zo kunnen ze steentje voor steentje zelfvertrouwen opbouwen.’

Als je goed naar ze luistert, hun mening respecteert en serieus omgaat met wat ze zeggen, denken kinderen: goh, er wordt naar me geluisterd, ik mag zeggen wat ik denk en voel, ik heb het recht gehoord te worden, zegt Janet Davids-Taen. ‘Dan staan ze ook sterker in de groep.’

En je moet ze leren zelf verantwoordelijkheid te nemen en hun eigen problemen op te lossen. Als ze bijvoorbeeld hun gymtas vergeten, ga hem dan niet nabrengen, zegt ze.

Manuel van der Laan, 15, klas 3 atheneum: ‘Ik ken een heel stel kinderen bij mij op school die hasj roken. Mij interesseert het niet. Mijn ouders hebben me niet echt gewaarschuwd. Ik denk dat ze wel boos zouden zijn als ik ‘t deed, maar dat ze toch zouden zeggen: het is jouw leven.?Het is fijn dat ik zelf ook iets in te brengen heb. We kregen op school foldertjes over drugs, maar niemand heeft ze gelezen.

Ik ook niet. Ik weet er genoeg van, van kinderen die andere kinderen kennen die het geprobeerd hebben. Dus die folders?heb je niet nodig.’

‘Wat je ook kunt doen, is oefenen met “stel, dat- situaties”. Stel dat je vriendje je een sigaret aanbiedt, stel dat er brand uitbreekt, wat doe je dan? Zo bereid je ze alvast wat voor. Soms komen ze dan met hele goede ideeën. Dat geeft ook weer zelfvertrouwen.’ .

Leer je kind dat het te allen tijde ‘nee’ mag zeggen, zegt ze. ‘Het is jouw lijf, je hoeft niet geknuffeld te worden door een tante als je niet wil en je hoeft ook geen joint te roken als dat tegen je gevoel ingaat.’

Het klinkt allemaal heel mooi, dat beseft ze zelf ook. Nu de praktijk nog. ‘Als Niels zou zeggen: “ik heb geblowd”, hoop ik dat ik me genoeg zou kunnen inhouden om niet meteen “ontzettend stom, weet je wel tot welke ellende dat kan leiden!” te roepen. Terwijl de reactie “Oké, maar probeer maat te houden” waarschijnlijk veel beter is. Maar ja, ik ben behalve orthopedagoog ook moeder, natuurlijk.’

Veel ouders maken zich zorgen: stel je voor dat ons kind straks drugs gaat gebruiken? Is dat te voorkomen? De voorbereiding op het onderwerp kan het beste beginnen als de kinderen nog op de basisschool zitten.

De Drugs Informatielijn van ?het Trimbos-instituut in Utrecht (0900-1995) geeft telefonisch informatie over drugs en er kunnen goede, gratis folders besteld worden.

Jellinek Preventie heeft elke middag na 13.00 uur een telefonisch spreekuur: tel. 020-6267176. Er kan ook informatiemateriaal worden besteld. Bij stichting De Regenboog (tel. 020-6253737) is de folder ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid: over verslaving en jongeren’ te bestellen. Ook bij de GGD en in bibliotheken is informatie verkrijgbaar.

Wat doen drugs?

Hasj en wiet (dat laatste wordt ook wel marihuana genoemd) zijn afkomstig van de hennepplant. Andere namen zijn onder meer stuff, weed, nederwiet, shit en skunk. Het wordt meestal, samen met tabak, tot een soort sigaret gerold: een joint (groot, rook je samen) of een stickie (klein, rook je in je eentje). Het roken heet ‘blowen’. De werking is 2 tot 4 uur. Je kunt je ‘stoned’ gaan voelen: je armen en benen voelen zwaar, kleuren en geluiden zijn intenser, het gevoel voor ruimte en tijd verandert en er gebeuren allerlei dingen in je fantasie.

Meestal word je heel ontspannen van hasj. Maar je kunt er ook angstig, duizelig en misselijk van worden. Je hart gaat sneller slaan en je voelt je paniekerig. Dat gebeurt vooral wanneer je een joint opsteekt terwijl je je niet happy voelt. Mensen die zich er niet van bewust zijn dat ze aanleg hebben voor een psychische stoornis, kunnen psychotische verschijnselen krijgen. Het eten van hasj, bijvoorbeeld in ‘space-cake’ is riskant omdat je niet weet hoeveel je binnenkrijgt. Van een grote dosis kun je je urenlang naar voelen. Mensen die stoned zijn, kunnen zich moeilijk concentreren. Hun reactievermogen is verminderd en ze vergeten dingen die net gezegd of gebeurd zijn. Logisch denken valt niet mee; ze zien allerlei onvermoede verbanden tussen dingen. Het kan moeilijk zijn het verhaal te volgen van iemand die stoned is. Huiswerk maken is niet of nauwelijks mogelijk. Wie elke dag een aantal joints rookt, raakt nogal suf en apathisch, maar uit allerlei onderzoek blijkt dat de hersenen niet blijvend worden aangetast. Maar als je elke dag blowt, kun je wel blijven stilstaan in je ontwikkeling.

Hasj en wiet zijn niet lichamelijk verslavend, wel kun je er geestelijk afhankelijk van worden als je het gedurende langere tijd elke dag rookt. Heel weinig jongeren stappen over van hasj of wiet naar zwaardere middelen. Hasj en wiet zijn volgens de deskundigen geen riskante drugs als ze met mate worden gebruikt, bijvoorbeeld alleen in de weekends of vakanties. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties zijn hasj en wiet zelfs minder schadelijk dan tabak en alcohol. Het eerbiedwaardige Britse blad The New Scientist meldde pas dat het gebruik van hasj en wiet weinig kwaad kan en het?gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet schreef onlangs ook al dat hasj geen gevaar voor de samenleving is.

Blowen is wel schadelijk voor de longen. De rook, die meer kankerverwekkende stoffen bevat dan tabaksrook, wordt diep geïnhaleerd en lang in de longen vastgehouden. Bovendien is de rook buitengewoon heet, waardoor cellen in de mond en luchtpijp beschadigd worden.

Xtc (ecstacy) is een drug die energie geeft (bijvoorbeeld om te dansen) en gevoelens van intimiteit versterkt. Bij onzorgvuldig gebruik kan uitdroging of oververhitting optreden. Dat laatste is zeer gevaarlijk en kan gepaard gaan met hoge koorts, toevallen, bloedingen in het hele lichaam (dus ook in de hersenen), spierafbraak en schade aan de nieren. Over de gevolgen van gebruik op lange termijn is weinig bekend, maar er zijn aanwijzigingen dat het schadelijk is. Xtc is niet lichamelijk verslavend, maar geestelijke afhankelijkheid kan voorkomen. Tegenwoordig bevat nog maar één tot twee op de tien pillen een xtc-achtige stof. De rest bevat amfetamine – een bepaald niet aan te raden drug – of andere, mogelijk giftige stoffen.

Paddo’s zijn paddestoelen die het bewustzijn beïnvloeden. De gebruiker ziet en ervaart dingen anders dan ze in werkelijkheid zijn. Dit wordt trippen of hallucineren genoemd. De ervaring kan nogal heftig zijn en kan enige uren duren. Paddo’s worden nauwelijks door kinderen gebruikt. Ze zijn niet verslavend.

Cocaine, heroine, lsd, smart- en ecodrugs worden nauwelijks door scholieren gebruikt.

Streng beleid

De meeste scholen voor voortgezet onderwijs hebben tegenwoordig een streng beleid: drugs worden niet getolereerd. Wie betrapt wordt, wordt meteen geschorst en de ouders worden ingelicht. Sommige scholen dreigen met definitieve verwijdering van kinderen die drugs gebruiken. In andere scholen hangt een waarschuwing: bij druggebruik wordt onmiddellijk de politie ingeschakeld. Toch geven de meeste scholen toe dat je het nooit helemaal kunt tegengaan.

Reageer op artikel:
Een goed gesprek over joints
Sluiten