Een kleuter van bijna 16

redactie 21 jun 2018 Blogs

Daar zaten we dan in het gras. Zeven ouders en vier gehandicapte kinderen. De twee niet-gehandicapte kinderen vermaakten zichzelf: die zagen we af en toe voorbijrennen. Een van de moeders heeft ouders met een buitenhuis in Breukelen, aan het water, en daar waren we deze zondagmiddag allemaal naartoe gekomen om te barbecuen, rosé te drinken en bij te praten.

Nou ja, bijpraten, daarvan komt meestal niet zo veel als onze kinderen erbij zijn. Bovendien wordt het huis omsloten door water, dus we moesten vooral goed opletten. Maar gezellig was het evengoed.

Wij, Yaëls ouders, hadden het de eerste tijd gemakkelijk, omdat Yaël helemaal opging in een kinderlaptop, die aan al haar fascinaties beantwoordde. Knopjes! Muziekjes! Lampjes! De laptop had ze eerst op redelijk brute wijze buitgemaakt op een ander meisje. Ik zag het tafereel aan en dacht: is dit afpakgedrag een ontwikkelingsstap, of is de fascinatie voor het lawaaispeelgoed zo sterk dat ze het andere kindje niet eens opmerkt? En: moet ik nu ingrijpen?

Het meisje dat de laptop had moeten afstaan, kwam na de afpakactie spontaan bij me op schoot zitten, op de onbevangen manier die je alleen bij gehandicapten ziet. En van het andere meisje dat er was, kreeg ik ook een hartverwarmende omhelzing, waarbij ze haar neus tussen mijn borsten begroef en tevreden knorrend snoof. Ik genoot van de zon, het gezelschap en het pure, spontane van onze kinderen.

En ik genoot van Bram. Bram is een kleuter van bijna 16. En ook een puber: lang, slungelig en dwars. Bram heeft een heel naar syndroom, Lennox-Gastaut, waardoor hij de hele dag door geplaagd wordt door grote en kleine epilepsieaanvallen. Hij draagt een helm omdat hij elk moment onderuit kan gaan door de epilepsie. Bram is autistisch en verstandelijk gehandicapt. En maakt een volmaakt gelukkige indruk.
Bram daagde zijn ouders uit met kleine pesterijen. Expres op zijn moeders stoel gaan zitten, iets te dicht bij het water gaan staan, eten pakken dat niet van hem was. Daarbij lachte hij melig een typische, net-de-baard-in-de-keel-puberlach. En tussendoor zag je steeds die aanvallen, was hij steeds even weg.
Bram kan verraderlijk goed praten. Zo vroeg hij in een mooie volzin of iemand van de aanwezigen wel eens een snoek gevangen had. Door dat praten vergat ik soms even hoe gehandicapt hij is.

Gedurende de middag voelde ik steeds meer bewondering voor de manier waarop Brams ouders met hem omgingen. Ze stelden grenzen als het moest, waren soepel als het kon, maar vooral: ze gingen mee in Brams wereld. Zo besloten ze fluisterend dat Bram niet mocht vissen met een echte hengel ‘want dan blijft hij daar weer de hele tijd in hangen, en hij heeft het nu prima naar zijn zin’. Dus bleef Bram ‘vissen’ met een geïmproviseerde hengel: een stok met een touw eraan. ‘Ik heb al bijna een vis gevangen,’ zei hij trots. Waarop zijn moeder vertederd zei: ‘Het is zo’n grenzeloze optimist.’

Bij het eten kreeg Bram een alcoholvrij biertje. ‘Als je nu lief je biertje drinkt, krijg je straks een hamburger,’ zei zijn moeder. Ik vond dat een heel grappige zin. Bram zag er stoer uit met zijn blikje Amstel malt, al liep het bier, door alle aanvallen, langs zijn kin. Daarna ontstond er even een scène. De worstjes waren op en Bram begon als een kleuter te mokken. Zijn moeder pareerde zijn gedrag snel door te zeggen dat het ‘meisjesworstjes’ waren. En wie wil er nu meisjesworstjes eten?

Brams vader vertelde dat Bram al veel naar meisjes kijkt. Hij heeft een voorkeur voor wat tuttige hockeymeisjes. En als binnenkort een van zijn begeleidsters gaat trouwen, wil Bram de kus niet zien. Dan wordt hij jaloers op de nieuwbakken echtgenoot.
Alles aan Bram was een beetje verwarrend: een kleuter in een puberlijf, met kleutergedrag en puberhormonen. Maar Bram zelf leek er niet al te veel mee te zitten.
Bram woont nog thuis. Een paar nachten per week gaat hij uit logeren. Zijn moeder zegt altijd eerlijk: ‘Ik ben heel blij als hij weggaat en ook weer heel blij als hij terugkomt.’ In de auto terug zei ik: ‘Wat een leuke jongen, en wat doen ze het goed met hem!’ En ik zag de toekomst voor even zonnig in: wat zij kunnen, kunnen wij vast ook.

Reageer op artikel:
Een kleuter van bijna 16
Sluiten