Zo communiceer je effectief met je kind

redactie 19 jun 2018 Gedrag

Heb je soms het gevoel tegen een muur te praten als je wat tegen je kind zegt? Roep je regelmatig; 'Hoor je me wel?!' Met deze tips wordt communiceren een stuk makkelijker. Werkt zowel bij peuters als bij pubers!

Dé truc om te zorgen dat je kind luistert, kent iedereen. Ga naar je kind toe, zorg dat jullie op dezelfde ooghoogte zijn én dat hij je aankijkt. Vertel dan je boodschap. Maar hoe dan ook is dat natuurlijk een reddingspoging achteraf. Beter is het te voorkomen dat je zo'n truc moet toepassen. Hoe? Dat ontdekte communicatietrainster Heleen de Hertog dankzij een boek dat, gebaseerd op de theorie van de psycholoog Haim Ginott, een nieuwe, effectieve manier van communiceren met kinderen beschrijft.

Leren communiceren

Kern van de methode is dat ouders leren communiceren zonder te oordelen of te evalueren, maar puur beschrijvend en invoelend. “Kinderen voelen zich begrepen. Niet omdat hun ouders zéggen dat zij hun kind snappen, maar omdat zij dat laten zien door te omschrijven hoe het zich voelt. Uiteindelijk leidt dat tot meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld.” Beloven Gordon, Triple P en al die andere trainingen niet exact hetzelfde? De Hertog: “Deze aanpak is praktisch, simpel en direct toepasbaar. En werkt zowel bij peuters als bij tieners; je moet alleen de manier waarop je praat aanpassen. Zelfs als alles al uit de hand is gelopen, biedt de methode soelaas. Het is inderdaad niet allemaal nieuw. Dat je het weet, wil echter niet zeggen dat je het ook toepast. Met deze methode ga je het doén!”

In totaal bestaat de methode uit zes bouwstenen. Speciaal voor J/M maakte De Hertog een complete mini-workshop rond de eerste twee bouwstenen.

Eerste bouwsteen – Omgaan met negatieve gevoelens

Dit is de fundering. Pas als de angel en boosheid zijn verdwenen, kan er gebouwd worden. Doel is dat ouders zich leren verplaatsen in hun kind, diens gevoelens leren accepteren en zien wat het effect is als die stelselmatig worden ontkend. Kinderen gaan hun emoties op een acceptabele manier uiten en dat leidt tot meer zelfkennis en mentale kracht. Slechts vijf vaardigheden zijn daarvoor nodig.

Vijf vaardigheden – Omgaan met (negatieve) gevoelens

  1. Luister rustig en aandachtig
    Je kind roept kwaad: 'Ik haat oma.' Ouder antwoordt: 'Dat wil ik niet horen!'
    De Hertog: 'Ouders hebben de neiging direct te gaan opvoeden. En dus gaan ze ontkennen, adviseren, ondervragen, redeneren. Daar wordt een kind alleen maar bozer van. Laat hem even! Moet jij je eens voorstellen dat je gefrustreerd thuiskomt, foetert op je baas en je partner zegt: “Ach, zo erg kan het niet zijn.”' De kunst is om niet te reageren en een 'sympathieke' stilte te laten vallen.
  2. Erken hun gevoel
    Woorden als 'oh', 'hmmm' of 'jaja' maken het een kind mogelijk zijn eigen gedachten te ontdekken en misschien zelfs met een oplossing te komen. 'Zo trekken ze zelf conclusies. Dat beklijft veel beter dan dat jij met een kant-en-klare oplossing komt.'
  3. Benoem hun gevoel
    Gewoon beschrijven, zonder te oordelen: 'Je bent boos.' 'Ouders zijn vaak bang dat het dan erger wordt. Het tegendeel is waar. Als jij zijn diepste gevoelens verwoordt, zal je kind zich echt begrepen en getroost voelen.' Het vergt heel wat concentratie en inzet om te achterhalen wat er achter het gesproken woord schuilgaat en dat gevoel (angst, woede, teleurstelling) te benoemen. Toch hoeven ouders niet bang te zijn het fout te doen. Meestal worden ze meteen gecorrigeerd.
  4. Verwoord de wens van het kind in een fantasie
    'Wat zou het fijn zijn als je nooit naar bed hoefde te gaan, hè?' Als iemand begrijpt hoe graag je iets wilt, komt de werkelijkheid minder hard aan.
  5. Accepteer zijn gevoelens, maar stop onacceptabel gedrag
    Gouden regel is dat alle gevoelens geaccepteerd worden, maar niet elk gedrag. 'Ik zie hoe boos je bent op je zus. Vertel dat met woorden, niet met je vuisten.'

Oefening: Geef het gevoel een naam

Ga uit van een negatieve opmerking van een van je kinderen.
Ga op zoek naar het woord dat het gevoel van je kind beschrijft.
Gebruik dat woord in een opmerking die laat zien dat je hem begrijpt (denk aan de succesfactoren!) en verwoord eventueel zijn verlangen in een fantasie.

  • Denk aan je grondhouding. Die moet getuigen van oprechte empathie. Ontbreekt die, dan kunnen al je woorden verkeerd uitpakken.
  • Gebruik algemene termen. Vervang 'Nou sta je rood en ik heb je nog wel zo gewaarschuwd' door 'Schulden zijn moeilijk in te lossen.' In het eerste klinkt door dat je kind jou dwars zit. Dan zal hij afhaken. Het tweede klinkt veel minder beschuldigend. Kinderen kunnen zelf de conclusie wel trekken en nadenken over een oplossing.
  • Vermijd directe vragen. Je kind krijgt het gevoel dat het zich moet verantwoorden. Het gaat zich verdedigen in plaats van op zoek te gaan naar het antwoord.
  • Schrap: 'Ik begrijp dat…' Zeker tieners zullen onmiddellijk antwoorden dat jij helemaal niets begrijpt. Wees liever specifieker: 'Dat is balen! Jij bent gefrustreerd dat die leraar zo snel uit zijn vel springt. En nou moet je je morgen ook nog eens om acht uur melden!' Tien tegen één dat er dan meer uitkomt.
  • Geef geen adviezen. Ouders willen het beste voor hun kind, maar vaak is zwijgen echt goud.
  • Volg je gevoel. Er zijn wel een paar algemene richtlijnen te geven, maar de invulling is per gezin verschillend. Vooral door veel te oefenen, merk je wat wel werkt en wat niet.

Tweede bouwsteen – Stimuleren tot coöperatief gedrag

De manier waarop ouders iets van hun kinderen gedaan proberen te krijgen, is niet altijd handig. Bekijk de tien gebruikelijke ouderlijke reacties hieronder: zijn ze herkenbaar? Oefen met de zeven vaardigheden die een kind wél uitnodigen tot samenwerking. Niet elke vaardigheid past bij iedereen, en niets is eeuwig effectief. Maar het zorgt wel voor het benodigde respect, waardoor de wil tot meewerken toeneemt.

Tien manieren om ze NIET te laten meewerken

  1. Verwijten: 'Hoe vaak moet ik je nog zeggen je jas op te hangen?'
  2. Etiketteren: 'Jij bent ook zo'n viespeuk.'
  3. Dreigen: 'Ik tel tot drie en dan…'
  4. Commanderen: 'Doe je huiswerk!'
  5. Preken en moraliseren: 'Nou is de telefoonrekening alweer zo hoog. Je hebt geen idee van de kosten…'
  6. Slachtoffer spelen: 'Wil je mij soms gek maken?'
  7. Waarschuwen: 'Pas op, straks brand je je nog.'
  8. Vergelijken: 'Waarom lijk je niet wat meer op je zus?'
  9. Sarcasme/cynisme: 'Ja, dát helpt!'
  10. Voorspellen: 'Als jij zo doorgaat, wil niemand meer met je spelen!'

Het doel is het beste in hen naar boven te halen

Veelgestelde vragen

Moet ik altijd maar empathisch blijven?
De Hertog: “Krop je boosheid niet op, want dan barst je! Houd het echter wel bij jezelf ('Ik vind het vervelend…') en uit je woede in kleine porties.”
Mijn kind accepteert mijn nieuwe aanpak niet!
“In het begin lijkt het heel gekunsteld, omdat je een andere taal gebruikt. Emoties kunnen zelfs heftiger worden, als kinderen doorkrijgen dat zij ze mogen uiten. Maar op den duur werkt het bij iedereen.”
Ik pas alle technieken toe en toch doet-ie nog steeds niet wat ik zeg.
“Kinderen zijn geen robotten. Het doel is niet ze te manipuleren tot gehoorzaamheid, maar het beste in hen naar boven te halen.”
Laatst verviel ik weer in mijn oude gezeur. Leer ik het ooit?
“Ik hanteer de methode nu al drie jaar en zelfs ik val nog wel eens terug in oude patronen. Toch wordt het steeds meer een tweede natuur. Het blijft echter altijd je tweede taal, omdat je het van huis uit niet hebt meegekregen.”

Zeven vaardigheden – Stimuleren tot coöperatief gedrag

  1. Beschrijf het probleem
    Hierdoor krijgt het kind de ruimte om zelf na te denken en conclusies te trekken. In plaats van: 'Je hebt de hele dag de hond niet uitgelaten. Je verdient geen hond', kun je zeggen: 'Ik zie Juna voor de deur heen en weer lopen.' 
  2. Geef informatie
    Het geeft ze inzicht in waar het om gaat, zonder dat alles wordt voorgekauwd. Niet: 'Heb je nou nog steeds dat werkstuk niet af?' Maar: 'Het maken van zo'n werkstuk kost veel tijd.'
  3. Geef een keuze
    Je kind moet naar bed, daar valt niet aan te tornen. Door hem te laten kiezen ('Gaan we op jouw bed voorlezen of op dat van papa en mama?') voelt hij zich serieus genomen en vermindert zijn verzet. Bovendien leert hij zo beslissingen te nemen en op zijn eigen oordeel te vertrouwen.
  4. Zeg het met één woord
    Niet: 'Vergeet je wéér je brood mee te nemen!' Maar: (op vriendelijke toon) 'Broodtrommel!'
  5. Omschrijf wat jij voelt
    Kinderen voelen toch wel aan hoe ouders zich voelen. Als we dat gevoel beschrijven – zonder verwijten of beschuldigingen – klaart dat de lucht en is het makkelijker samenwerken.
  6. Schrijf
    Een briefje werkt soms beter dan praten. Zelfs bij kleine kinderen: die kun je vertellen wat er op het papiertje staat.
  7. Gebruik humor
    Een geintje of onverwachte opmerking haalt de angel er soms uit. Maar doe het niet als het je niet ligt. Niks erger dan een ouder die denkt dat 'ie lollig is.

Als jij zijn diepste gevoelens verwoordt. zal je kind zich echt begrepen en getroost

Succesfactoren

  • Denk aan je grondhouding. Behandel het kind niet als vijand, maar als de persoon die het kan zijn. Het is een capabel mens, maar er is even iets aan zijn aandacht ontsnapt.
  • Geen gemaar. 'Maar' ontkracht alles wat er eerder is gezegd.
  • Alternatieven zijn: het punt/probleem is…, zoals je weet… Of begin een nieuwe zin.
  • Gebruik plustaal. Benoem wat ze wél kunnen doen in plaats van wat ze niet mogen. Als je belooft dat de tv aangaat zodra de blokken zijn opgeruimd, zal hij eerder meewerken dan wanneer je dreigt dat de tv niet aangaat als hij niet heeft opgeruimd.
  • Maak van je keuzes geen verkapte dreigementen: 'Of je doet nu je jas aan óf je blijft dit weekend alleen thuis.'
  • Ga eventueel terug naar de eerste bouwsteen, als je merkt dat je woorden niet aankomen.

Oefening: stimuleer ze om mee te werken

Je zit aan tafel en je kind stoot een beker met drinken om. Gebruikelijke reactie is: 'O, is het weer zover! Kun je nou niet even uitkijken?'

Schrijf met behulp van de Vaardigheden Coöperatief Gedrag op wat je wél zou kunnen zeggen. Onderaan deze pagina vind je enkele mogelijke antwoorden.

DE ANTWOORDEN BIJ OEFENING 2:

  • Doekje! Als je een beker omstoot, ruim je dit zelf op
  • Er is een beker omgevallen. We hebben een doekje nodig
Reageer op artikel:
Zo communiceer je effectief met je kind
Sluiten