En opeens is daar de vader van Koekie

redactie 21 jun 2018 Blogs

Op een ochtend zit de juf van de naschoolse opvang met Koekie, onze 11-jarige pleegzoon, in de tram. Er is een man die Koekie lang en doordringend aankijkt.

Na enige tijd zegt hij: ‘Jij bent Koekie, hè.’
‘Ja, dat ben ik,’ zegt Koekie.
‘Ik ben een vriend van je vader,’ zegt de man.

De toevallige ontmoeting in de tram eindigt ermee dat de man Koekie een papiertje geeft met een telefoonnummer. Van Koekie’s vader.

Steeds meer zijn we aan het vergeten dat Koekie een pleegkind is. Hij is in onze beleving gewoon een 11-jarige jongen met alles wat daarbij hoort. Steeds minder beroept hij zich ook op de status van pleegkind; steeds minder geeft hij dat op als reden om dingen niet goed te doen en om te verklaren dat het logisch is dat hij ergens een zooitje van maakt.

We hebben natuurlijk de immer terugkerende rechtszaken waarbij ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen weer verlengd moeten worden, we hebben de telefoongesprekken met moeder en broertjes en zusjes en sporadische afspraken. Want voor alle duidelijkheid: Koekie’s moeder is zijn moeder, moeders kinderen zijn zijn broertjes en zusjes. Daar laten we nooit enig misverstand over bestaan. Maar dat heeft op een bepaalde manier wel zijn plaats gekregen. Het brengt Koekie niet meer op verpletterende wijze in de war.

Maar deze gebeurtenis in de tram is toch weer een heel ander verhaal. Nimmer is er in de tijd dat Koekie bij ons woont welk contact dan ook geweest met zijn vader. Ook in rapporten van Jeugdzorg en Kinderbescherming zijn nauwelijks verwijzingen naar hem te vinden. We weten niet wat hij doet, we weten niet waar hij woont, we weten niet hoe hij eruitziet, we weten niet of hij een gezin heeft. Koekie’s moeder is op dat gebied een gesloten boek. De enige opmerking die ze wel eens gemaakt heeft over hem, was toen ze een foto van Koekie zag. ‘Sprekend zijn vader,’ zei ze.

En Koekie zegt heel terloops wel eens iets over hem. ‘Hij is klein,’ staat me nog bij. En: ‘Mijn vader woont bij de RAI.’ We hebben geen idee wanneer hij hem voor het laatst gezien of gesproken heeft. Soms denken we wel eens dat hij hem helemaal nooit ontmoet heeft. Dat wat hij over zijn vader vertelt, gecreëerd is in zijn hoofd met de zelfbeschermende bedoeling om net als ieder ander kind een tastbare vader te hebben.

Als ik hem ‘s avonds ophaal van de naschoolse is Koekie in alle staten. ‘Frans! Frans! Frans! Ik heb het telefoonnummer van mijn vader! Van mijn vader!’ Zelden heb ik hem zo opgewonden meegemaakt. Ik ben verrast, denk na hoe ik moet reageren. Zijn blijdschap wint het echter ruim van mijn dubbele gedachten. ‘Te gek,’ zeg ik. ‘Echt cool.’

Thuis hebben we het erover. We vragen hem wat hij zich voorstelt van een mogelijk telefoongesprek. Wil hij hem wel bellen? Beseft hij dat zijn vader hier misschien wel helemaal niet op zit te wachten? Dat zijn vader misschien wel een vrouw heeft, een nieuw gezin?

‘Hoe lang heb je hem niet gezien of gesproken,’ informeren we.
‘Zes of zeven jaar,’ zegt hij. Het klinkt als een willekeurige periode, want denken in tijd is nog niet zijn sterkste punt.
‘Dus: wil je hem écht bellen,’ vragen mijn vrouw en ik.
‘Ja,’ zegt hij.

We vragen hem nog een laatste keer waarom.
‘Omdat ik het leuk vind met mijn vader te praten,’ zegt hij.
Mijn vrouw en ik kijken elkaar aan.

Reageer op artikel:
En opeens is daar de vader van Koekie
Sluiten