En toch gaan we dit najaar weer met vakantie

redactie 21 jun 2018 Blogs

Wat is dat toch met het leven, dat iets wat je de ene dag zwaar valt, de andere dag een opgave van niets is. De ene dag verschoon ik fluitend Yaëls volle luier en de andere dag denk ik, zodra ze zich meldt: o nee, ze heeft gepoept, ik zát net zo lekker, moet dat nu? En blijf ik de hele verschoning hangen in die ‘o, wat is dit zwaar’- gedachten. Kon ik die opgeruimdheid en die houding van ‘dat doen we wel even’ maar altijd hebben.

Zijn het de gedachten over een klus die de klus zwaar maken? Of is de klus zelf zwaar? Allebei een beetje, denk ik. En kunnen we de zwaarte van de-dingen-die-nu-eenmaal-moeten-gebeuren beïnvloeden? Vast, al weet ik nog niet hoe. In ieder geval niet door dwangmatig te denken dat iets niet zwaar en heus leuk is. Wel door soms een beetje afstand te nemen: dan komen de dingen die ertoe doen vanzelf bovendrijven

Twee weken geleden beschreef ik onze reis naar Piemonte. De reis was afzien geblazen. Maar toen we er eenmaal waren ging het goed. Heel goed zelfs. Boven verwachting goed. Dat is in ieder geval hoe ik er nu op terugkijk. Yaël sliep goed, ze at redelijk en als we ‘s ochtends een uitstapje maakten, liep ze heel goed mee aan de hand. Al die dagelijkse wandelingen op het kinderdagcentrum hadden hun vruchten afgeworpen. En als wij even koffie dronken op een terras – wat is die koffie in Italië toch lekker – bleef ze gewoon op haar stoel zitten, wel een minuut of tien lang. Zo knap!

Ze maakte de hele week een redelijk ontspannen indruk, lachte vaak en liet weinig frustratie zien. Ze voelde zich, kortom, veilig.

Mijn geheugen heeft in een paar weken de zware momenten uit de vakantie gefilterd. Fijn hè? Hoefde ik niets voor te doen. Het grote voordeel is dat ik alweer uitkijk naar het volgende weekje weg. Als dat filteren achterwege was gebleven, had ik misschien wel gedacht: moeten we dit nog wel doen? Want er was ook een ander soort vakantie, waarin Hanno en ik voortdurend alert moesten zijn, er geen andere mensen waren om ons de zorg voor Yaël uit handen te nemen en het soms leek of we van incident naar incident holden.

Die andere werkelijkheid zag er ongeveer zo uit: ze is wéér doorgelekt, haar hele slaapzak is nat. O, gooi maar in de wasbak, ik spoel hem gewoon weer uit met shampoo. De lakens zijn ook nat. Ik hang ze wel buiten. Waarom eet ze nou niets? Ze heeft al drie dagen niet gepoept; als ze morgen niet moet, geven we haar een klysma. Wat zijn dat voor rode plekken op haar rug? Ik zei toch dat je die douche niet zo heet moet zetten? Jij zet hem altijd te heet. Die temperatuur wisselt, dat weet je toch ook wel. Je moet er ook bij blijven staan. Ze zit natuurlijk ook als een schildpadje onder die douche, waardoor de straal maar op één plek komt. En nu? Zal ik even zuster Tillie bellen wat we moeten doen? O, we hebben nog een komkommer liggen, laten we er plakjes komkommer op leggen, dat helpt ook bij verbranding door de zon. Dan moeten we haar wel vasthouden anders blijft ze nooit liggen. Wat is dát? O nee, ze heeft overgegeven. K*t, haar halve lunch ligt in het zwembad. Ze hapt ook veel te veel water. Ze moet er nú uit, ze koelt te veel af. Ik schep het kotsje er wel uit, loop maar gauw met haar naar de douche.

Elke ochtend telde ik de nachten voor haar af, de nachten voor we weer naar huis zouden gaan. En elke ochtend namen we het dagprogramma door, dat elke dag min of meer hetzelfde was: uitstapje, eten, uitrusten in haar bedtent, spelen, zwemmen, eten, slapen. Toen ik vrijdag zei dat we morgen, over één nachtje slapen, naar huis zouden gaan, begon ze te joelen van vreugde. Die nacht was ze urenlang wakker, van de zenuwen. Ze joelde en uiteindelijk huilde ze, van vermoeidheid.

‘Two minutes’, zei de stewardess streng. We hadden nog twee minuten om haar luier te verschonen. Daarna zou het vliegtuig vertrekken. Oké, snel!

Uiteindelijk doen we haar hier niet echt een plezier mee, concludeerde ik terwijl ik even zat uit te blazen in de vliegtuigstoel.

Maar toch gaan we dit najaar weer met vakantie, en volgend jaar weer en het jaar erop, en… Vanwege die andere werkelijkheid, die werkelijkheid met een lachende Yaël in het zwembad. Het eindeloos knuffelen in de ligstoel, Hanno en ik die lekker aan de wijn zitten en eens tijd hebben voor elkaar, terwijl Yaël binnen handbereik in haar bedtentje ligt te slapen. De mooie omgeving, het lekkere eten. Uiteindelijk is dat de werkelijkheid die overheerst. Waarvan ik wil dat die overheerst. En die mijn geheugen me laat zien.

Reageer op artikel:
En toch gaan we dit najaar weer met vakantie
Sluiten