‘En toen heb ik hem gekeeld’

redactie 21 jun 2018 Blogs

Onze buren aan de linkerkant zijn een blank echtpaar met vier ontzettend leuke blonde kinderen. De jongste van die vier, Willem, is een leeftijdgenoot van onze pleegzoon. Het contact verliep in het begin een beetje moeizaam. Vanaf ons balkon stond onze 8-jarige kleine man, die inmiddels door mijn vrouw steevast aangesproken wordt met ‘Koekie’, vaak naar hun tuin te kijken en dan vooral naar de overrompelend grote trampoline. Springen op die trampoline werd eerst een droom en daarna een obsessie.

‘Mag ik daar gaan spelen?’ vroeg hij.

‘Nee, dat mag alleen als ze je vragen,’ zeiden wij.

Op een vrijdagavond was het zover. Hij liep op straat de vader tegen het lijf, die hem uitnodigde. Willem vierde een verjaardagsfeestje. Of hij ook zin had om even langs te komen.

Jazeker wel. Hij was in totale staat van opwinding.

Ik moest even weg. Toen ik een half uur later terugkwam, heerste er diepe verslagenheid. Het feestje was opgebroken. En daar was onze Koekie verantwoordelijk voor. Op de trampoline had hij een van de andere gasten gewurgd. De aanwezige ouders hadden hun kinderen onder de arm gepakt en waren vertrokken. Mijn vrouw hoorde ze op straat spreken over ‘dat jongetje’.

Hier paste een straf. Naar zijn kamer, natuurlijk. Een goed gesprek.

Natuurlijk. Maar hij zei niks. We waren een uur verder voor er enige uitleg kwam. ‘Hij sloeg me en toen heb ik hem gekeeld.’

Mijn vrouw probeerde hem uit te leggen dat geweld geen oplossing was. Als onervaren opvoeder kwam ik met de slechtst denkbare oplossing. Ik dreigde. ‘Nu moet je morgen een heel boek voorlezen aan me,’ zei ik. Hij houdt er erg van om voorgelezen te worden en hij haat het om zelf te lezen. Hij ging compleet uit zijn dak. ‘Ik wil naar mijn moeder,’ bleef hij hysterisch, tussen het huilen door, schreeuwen. Dat ging zo door tot hij eindelijk in slaap viel.

De volgende ochtend had mijn vrouw een passende ‘straf’ bedacht. Hij moest een brief schrijven aan Willem. Dat duurde lang, maar uiteindelijk lukte dat. ‘Beste Wilm,’ luidde de aanhef. Tientallen taalfouten in een korte brief. We gingen hem samen bij de buren in de brievenbus doen.

Niet veel later kwam er een brief terug: ‘Dank voor je aardige briefje. Het is goed zo. Groetjes, de buren, Willem en zo.’

Die brief ligt op zijn kamer. Als een les. Dat je ruzies ook met woorden kunt oplossen.

Zelf heb ik er zo ook mijn gedachten bij. Ten eerste dat een zwart jongetje in een blanke buurt voor iedereen wennen is (misschien nog wel het minst voor onze kleurenblinde Koekie), dat een zwart jongetje zich beter moet gedragen dan een blanke om geaccepteerd te worden. Ik bedenk ook dat kinderen nu eenmaal vechten (hopelijk niet zoveel als ik vroeger). Ik probeer iedereen duidelijk te maken dat de Bijlmer, waar hij vandaan komt, een andere buurt met andere wetten is dan het politiek correcte Oud Zuid.

En stiekem ben ik ook trots. Want de jongen die hij keelde was anderhalve kop groter dan hij.

Reageer op artikel:
‘En toen heb ik hem gekeeld’
Sluiten