‘Er zijn ook kinderen die helemaal geen beentjes hebben’

redactie 21 jun 2018 Blogs

'Maar vindt Bo het wel leuk op school,' vroeg ik aan mijn vriendin Klarianne.

'Dat weet ik eigenlijk niet goed,' antwoordde ze. 'Ik denk het wel.'  

We lunchten in de stad en namen onze kinderen door. Ik had zojuist verteld dat het met Yaël heel goed gaat: ze zit lekker in haar vaste ritme, heeft het naar haar zin op haar dagbesteding, slaapt goed en is meestal opgewekt. En als iets haar niet bevalt of als ze zich niet goed voelt, maakt ze dat, zonder woorden, meestal goed duidelijk. Yaël is makkelijk 'leesbaar' en dat is fijn.

Bo is, zoals veel verstandelijk gehandicapte kinderen, wat minder makkelijk te peilen. Ze lijkt het leven wel best te vinden zoals het zich aandient. Het overkomt haar een beetje. En dat is lastig voor haar moeder, omdat die veel minder houvast heeft dan ik.

Ik telde mijn zegeningen. Wat fijn dat Yaël zo'n duidelijk kind is. Wat goed dat ik altijd kan zien hoe ze zich voelt. Bij een kind dat niet kan praten is dat zo belangrijk. Op die manier kan ik indirect ook zien of de mensen die met haar werken haar goed behandelen. Yaël reageert namelijk op alle mensen heel duidelijk. Ik weet het meteen als ze ergens weg wil of als bezoek wat haar betreft nu naar huis mag. Dan komt ze naar me toe, kijkt ze boos naar het bezoek en trekt ze hard aan mijn kleren met een blik van: 'Doe d'r wat aan, mama.'

'Wat heb ik eigenlijk een makkelijk kind,' zei ik tegen Klarianne. 'Of nou ja, makkelijk, ik heb in ieder geval een duidelijk kind.'

Ik heb dus een makkelijk kind. Om tot die conclusie te komen moet ik haar wel met de juiste groep vergelijken: de kinderen met nog moeilijker verstaanbaar gedrag of met nog grotere beperkingen. Wat ben ik blij dat ze kan lopen, denk ik dan. Of dat ze alleen maar kleine epileptische aanvallen heeft.

Dat relativeren heb ik van huis uit meegekregen. Wanneer ik als kind bijvoorbeeld tegen mijn moeder zei 'mam, mijn knie doet pijn', keek ze verstoord op van wat ze aan het lezen was en zei ze: 'Er zijn ook kinderen die helemaal geen beentjes hebben.'

Ja, wat u zegt, dan houd je wel op met zeuren.

Ik had even een zerekniegevoel toen een collega-moeder vorige week op mijn blog reageerde. Ik beschreef in de blog dat Yaël uitgekeken was op haar speelgoed en zij schreef op Facebook: 'Lady's, zonder flauw te willen zijn, echt niet!!, maar realiseren jullie je ook wel eens, even een minuutje zo hier en daar, hoe heerlijk het is dat jullie kinderen überhaupt kunnen spelen……'

Ja, tuurlijk realiseer ik me dat. Toch dacht ik ook even: wat zit er achter deze opmerking? Dat ik niet moet klagen? Het antwoord gaf ze zelf al. 'Ik heb altijd gemopperd over het speelgedrag van mijn zoon en wat ik voor hem kon betekenen daarin tot hij helemaal niet meer speelde….. toen dacht ik: had ik er maar meer van genoten…… that's all.'

Het was haar eigen verdriet dat erachter zat, over een jongen die eerst niet zoveel kon en die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een jongen die nagenoeg niets meer kon. Net zoals ik mijn eigen verdriet verwoordde toen ik in een blog schreef dat ik dat geteut over een vmbo-advies van ouders niet begreep. Ik zou een gat in de lucht springen als Yaël naar het vmbo kon!

Relativerende woorden zeggen toch vaak het meest over de relativeerder.

Reageer op artikel:
‘Er zijn ook kinderen die helemaal geen beentjes hebben’
Sluiten