Familietrekjes: ‘Ik lijk mijn moeder wel’

redactie 19 jun 2018 Erfelijkheid

Later zou je het allemaal anders en vooral beter gaan doen. Maar nu heb je je eigen gezin, en besef je dat je net zo hardnekkig aan bepaalde regels vasthoudt als je ouders ook altijd deden. Of, erger nog, dat je dezelfde irritante trekjes hebt als je moeder. Is het mogelijk om bij het opvoeden afstand te nemen van je eigen opvoeding?

Sommige opvoedingsgewoontes of ergerlijke eigenschappen kunnen generaties lang doorsijpelen. Zoals blijkt uit het verhaal van oma Metty, dochter Hendrike en kleindochter Merlijne.

‘Mijn moeder vond dat het leven gevierd moest worden,’ zegt Metty de Graaf (68), moeder van drie volwassen kinderen. ‘En dus was het op verjaardagen en andere hoogtijdagen altijd feest, werd de tafel alle dagen van het jaar mooi gedekt en liep mijn moeder er ondanks haar eigen vijf kinderen altijd verzorgd bij.’ Stuk voor stuk goede eigenschappen, vindt de Graaf. Maar ze is niet alleen maar positief. ‘Mijn moeder kon ook ongeduldig zijn. Als je niet snel aanvoelde wat er moest gebeuren of niet onmiddellijk deed wat ze vroeg, werd ze niet echt boos maar zei met een zucht: “Laat maar hoor, ik doe het wel zelf.” Dan voelde ik me altijd vreselijk slecht. Ik vond dat zo vervelend! Het heeft lang geduurd voor ik van dat gevoel af was. Ik nam me heilig voor om dat mijn eigen kinderen te besparen.’ Is dat haar gelukt? ‘Nee, niet helemaal,’ zegt ze. ‘Ik was ook ongeduldig, en ik kon ook met een geërgerde blik zeggen dat ik iets zelf wel deed als ze niet meteen reageerden op wat ik zei.’

De Graafs oudste dochter, Hendrike Reinking (43), was bij tijd en wijle best boos op haar moeder. ‘Ik heb me door haar vaak slecht gevoeld. Als we ergens ruzie over hadden, kon zij nooit eens zeggen dat ze het bij het verkeerde eind had. Het lag altijd aan mij. Haar normen waren de wet.’

Doet Reinking het nu anders met haar eigen kinderen? ‘Ik probeer het wel, maar het lukt me niet altijd. Ik kan af en toe ook flink van leer trekken tegen mijn kinderen. Ik probeer wel aan het einde van de dag te zeggen dat het niet goed van me was. Ik wil laten blijken dat volwassenen ook niet altijd de wijsheid in pacht hebben.’

Maar Reinking heeft ook veel positieve dingen overgenomen van haar moeder. ‘Ook ik vind het belangrijk om verjaardagen en andere jaarfeesten uitgebreid te vieren. Ook ik wil dat de deur hier altijd openstaat, dat kinderen lekker kunnen spelen, dat er altijd knutselspullen zijn.’ Heeft ze bewust voor die leuke kanten gekozen? ‘Ja, min of meer wel. Maar het gaat ook een beetje vanzelf.’

Hendrike’s dochter Merlijne is 8. Wil zij later moeder worden? ‘Ja.’ En gaat ze die dan net zo opvoeden als haar eigen moeder het doet? ‘Nou, mama schreeuwt wel snel. Dat vind ik heel stom, maar ik schreeuw zelf ook veel, dus misschien ga ik het ook wel doen. Als zij schreeuwt, ga ik meestal op mijn kamer zitten huilen. Ik ga later proberen om gewoon te praten tegen mijn kinderen, maar als ze heel vervelend zijn moet ik natuurlijk wel boos worden en gaan schreeuwen.’ En zijn er ook leuke dingen die zij later net zoals mama gaat doen? ‘Mama helpt me altijd als ik ruzie heb met papa. Dan wil ze dat we het goedmaken. En ze geeft heel veel zoentjes. Dat ga ik later ook allemaal doen.’

Onuitgesproken boodschappen

Is een ouder in staat om anders op te voeden dan de manier waarop hij of zij zelf is opgevoed? Volgens contextueel therapeut Mirjam Diatlowicki kan dat wel, maar ligt het vaak niet zo voor de hand. ‘Het bekende voorbeeld is natuurlijk het kind dat is opgegroeid in een gezin waar veel geweld werd gebruikt. Deze kinderen nemen zich meestal stellig voor om het later anders te doen. Maar heel vaak zie je dat ze óf zelf hun kinderen mishandelen, óf een partner kiezen die hen mishandelt.’ Waarom? ‘Omdat dat de manier is waarop zij geleerd hebben om met hun emoties om te gaan. Bij je geboorte krijg je een rugzakje mee met allerlei bagage en onuitgesproken opdrachten. Met die opdrachten bedoel ik dingen als: als je het niet meer weet, dan sla je er maar op, of “Wij van Dammen zijn altijd flink.” Bij het opvoeden van je kinderen val je, zeker in drukke tijden en op crisismomenten, terug op de inhoud van dat rugzakje.’

Het anders doen

Toch zie je ook regelmatig dat ouders bewust proberen om het heel anders te doen. Zij willen koste wat het kost hun kind besparen wat zijzelf als kind hebben meegemaakt. Dat gebeurt dan met zo’n inzet, dat het uiteindelijke effect misschien wel net zo’n pijn doet als wat het nu volwassen kind zijn eigen ouders verwijt. Diatlowicki: ‘Het gevaar van die manier van opvoeden is dat je heel erg bezig bent met het uitvoeren van een opdracht. En die opdracht is het vervullen van jouw kinderlijke behoefte om het anders te doen dan je ouders. Als je op die wijze opvoedt, ben je meer bezig met het bevredigen van je eigen behoeften dan met de behoeften van je kind. Daar heeft jouw kind niets aan.’ Ze geeft een voorbeeld: ‘Stel dat jij als kind graag een muziekinstrument had willen bespelen, maar je mocht dat niet. Dan is het heel verleidelijk om je kind vreselijk te stimuleren om wél op muziekles te gaan. Dat kan goed uitpakken, maar voor hetzelfde geld heb je misschien geen oog meer voor het feit dat je kind veel liever wil voetballen. Sterker nog, je zou het feit dat hij liever wil voetballen misschien wel kunnen zien als een afwijzing.’

Iets vergelijkbaars geldt voor de ouder die vindt dat hijzelf als kind veel te streng is opgevoed. Die ouder kan dan geneigd zijn als compensatie voor zijn eigen frustratie zijn kind flink te verwennen en veel toe te staan. Toont het kind geen onverdeeld enthousiasme over de geschenken en vrijheid, of kan het die vrijheid gewoon niet aan, dan loop je als ouder het risico om het kind ontevreden of verwend te vinden. Je bent teleurgesteld. Hoe kan het nou niet blij zijn met iets waar je zelf als kind zo naar gesnakt hebt? Wederom gaat het hier om het bevredigen van je eigen behoefte en niet die van het kind.’

Bespreek de vraagtekens

Hoe kun je voorkomen dat je in zo’n valkuil stapt? Diatlowicki: ‘Als je merkt dat er iets in je rugzak zit waar je ongelukkig van wordt, kun je twee dingen doen. Als je ouders niet meer leven en er is ook niemand anders meer die ze vroeger gekend heeft, probeer dan te begrijpen waarom ze op een bepaalde manier hebben gehandeld. Als je ouders nog wél leven, probeer het dan met ze te bespreken. Pas wel op dat je geen verwijtende toon aanslaat. Want als je bijvoorbeeld zegt: “Mam, door jouw opvoeding ben ik een heel onzelfstandig persoon geworden”, dan kun je er bijna op rekenen dat je moeder meteen in de verdediging schiet. Daar schiet je niets mee op. Je kunt beter zeggen: “Mam, ik voel me niet zo zelfstandig, herken je dat? Heb jij enig idee hoe dat komt? Zou dat te maken kunnen hebben met hoe wij thuis leefden? Hoe was dat met jouw moeder? Liet ze jou de ruimte?” Als je het op die manier aankaart, dan probeer je je als het ware te verbinden met je moeder. Door je te verdiepen in haar geschiedenis kun je beter begrijpen wat haar heeft bewogen om zich op een bepaalde manier te gedragen.’

Begrip tonen

Diatlowicki begrijpt best dat dat niet makkelijk is, zeker als bepaalde aspecten uit je eigen opvoeding je heel verdrietig of boos hebben gemaakt. ‘Het is heel menselijk om te wensen dat je moeder – en liefst ook je partner – altijd alles aanvoelt en precies het goede doet op het moment dat jij daar behoefte aan hebt. We verlangen stiekem allemaal terug naar de tijd waarop we nog aan de borst lagen en je moeder precies wist wat je nodig had. Vanuit die kinderlijke gedachte is het ook begrijpelijk dat je boos wordt op je moeder als ze niet aan al die wensen is tegemoetgekomen. Sterker nog, dat je haar de schuld geeft van de tegenslagen die je in je eigen leven oploopt. Maar, zoals ik al zei, dat is een redenering die stamt uit de kindertijd. Een moeder is gewoon een mens en heeft dus haar fouten en gebreken. Zij is immers ook weer een product van haar eigen geschiedenis. Er is bij mijn weten geen moeder die als ze een baby krijgt denkt: jou ga ik eens lekker verwaarlozen. Als je dat als volwassen kind kunt begrijpen en invoelen, dan kun je je ouders als het ware ontschuldigen en maak je jezelf vrij. Dat wil niet zeggen dat je niet verdrietig kunt blijven over iets wat je als kind hebt gemist. Wel helpt het je om te accepteren wat er gebeurd is. Als je het zo bekijkt kun je het beschouwen als een onderdeel van je leven dat jou maakt tot wat je bent. Een mens wordt nou eenmaal gevormd door leuke en minder leuke ervaringen.’

De cirkel doorbreken

‘Het voordeel van dit zogenaamde ‘vrij zijn’ is dat je je als ouder veel meer kunt richten op de behoeften van je eigen kinderen. Je voedt niet meer op vanuit je eigen pijn en frustratie. Die kinderlijke behoefte om te compenseren voor wat jij niet hebt gehad is dan immers weggevallen. Daarmee doorbreek je een vicieuze cirkel.’

Als je eenmaal hebt besloten om zoveel mogelijk vanuit de behoefte van je kind op te voeden, kan het zijn dat je een aantal vaardigheden nodig hebt die je van huis uit niet hebt meegekregen. Kun je die vaardigheden leren?

‘Ik geloof zeker dat dat kan,’ zegt Diatlowicki. ‘Zoals Hendrike Reinking het al anders heeft gedaan door aan het eind van de dag met haar kinderen te praten, zo zal ook Merlijne het weer anders gaan doen met haar eventuele kinderen. Dat gaat geleidelijk. Het belangrijkste bij verandering is dat je de moed hebt om je eigen verlangen serieus te onderzoeken.’

Vaders en zonen

Veel van de huidige vaders hadden zelf een vader die weinig tijd voor hen had. In hoeverre is dat van invloed op de manier waarop zij hun kinderen opvoeden? Een praktijkvoorbeeld van drie generaties mannen.

Harry van Beek (65) is vader van twee volwassen kinderen. Als kind had hij niet veel contact met zijn vader. Hij deed ook nooit iets met hem samen. De opvoeding van zijn vader beschrijft hij als ‘normaal’. Toen Harry zelf vader werd, ondernam hij ook niet zo veel met zijn zoon André (40). Op de een of ander manier klikte het niet goed tussen hen.

Harry: ‘Achteraf vind ik het heel jammer dat dat zo gelopen is. Ik heb daarom geprobeerd om het later alsnog beter te gaan doen als vader. Ik denk dat dat redelijk is gelukt. Ik heb nu meer tijd voor André en de relatie die we nu hebben voelt veel beter dan die van toen.’

Zoon André van Beek is vader van Rutger (6) en Wim (2). Hij heeft het als een groot gemis ervaren dat hij zo weinig binding had met zijn vader. Is hij daar boos over? ‘Boos niet. Mijn vader had het druk met zijn werk en hij is van nature een stugge man. Bovendien heeft hij het zelf als kind niet echt leuk gehad. Ik kan zijn manier van doen tot op zekere hoogte dus best begrijpen. Maar dat neemt niet weg dat ik het wel jammer heb gevonden.’

Doet hij het zelf anders? ‘Ja, ik probeer regelmatig iets te ondernemen met een van de jongens. Zo ga ik af en toe alleen met Rutger naar het bos of met hem voetballen. Als Wim wat groter is, wil ik dat ook met hem doen.’

Kost het hem moeite om dit soort dingen te doen, omdat hij hierin niet echt een voorbeeld heeft gehad van zijn vader? André: ‘Als ik er niet bewust aan denk, dreigt het er wel eens bij in te schieten. Ik moet mezelf bij tijd en wijle dus wel wakker schudden.’

Los van het beschreven gemis is André stellig van mening dat hij is opgegroeid in een liefdevolle familie. ‘Wij waren een heel stabiel gezin. Er was veel duidelijkheid. Dat is fijn voor kinderen. En ik vond het ook altijd heel leuk dat mijn ouders moderne opvattingen over van alles hadden. Ze waren niet snel geneigd om anderen te veroordelen. Dat zijn allemaal zaken die ik graag doorgeef aan mijn eigen kinderen.’

André van Beeks oudste zoon Rutger (6) wil later ook kinderen krijgen. Hij wordt iets minder streng dan zijn vader, vooral bij het tandenpoetsen en het naar bed gaan, maar als het moet zal hij het wel zijn: ‘Net als papa eigenlijk.’ Wat hij leuk vindt van zijn vader? ‘Ik vind het leuk om met hem naar het bos te gaan, of om iets met hem te timmeren.’ Gaat hij dat later ook doen met zijn kinderen? ‘Ja!’

Versterk de band

Contextueel therapeut Mirjam Diatlowicki adviseert mannen wiens vader vroeger weinig tijd voor ze had – ‘En dat zijn er veel!’ -?alsnog te proberen het gesprek met hun vader aan te gaan. ‘Maak hem geen verwijten, maar probeer die band aan te halen. Is je vader niet zo’n prater, ga dan iets met hem doen – vissen bijvoorbeeld. En stel vragen. Heeft het leven hem gebracht wat hij wilde? Hoe zag hij het leven toen hij zo oud was als jij? Er is waarschijnlijk geen vader die het vervelend vindt dat er iemand oprecht geïnteresseerd is in zijn geschiedenis. Die achtergrond zal je in staat stellen te begrijpen waarom je vader was zoals hij was. Dat maakt vrij, waardoor je beter kunt kijken naar de behoeften van je eigen kind.’

Contextuele hulpverlening

Bij deze vorm van hulpverlening wordt er gekeken naar de verbondenheid die mensen hebben met ouders, grootouders, broers en zussen, maar ook met vrienden, partners en collega’s. De achterliggende gedachte is dat mensen bewust of onbewust boodschappen van hen meekrijgen die bepalend zijn voor hun levenspad. Zo wordt de invloed van het gezin waarin ze opgroeien vaak doorgegeven aan de volgende generatie.

Loyaliteit is een belangrijk aspect van de verbondenheid tussen mensen en hun naaste omgeving. Zo is de band tussen ouders en kinderen onverbrekelijk: men blijft altijd het kind van zijn ouders, wat er ook gebeurt. Problemen kunnen ontstaan als de balans tussen geven en ontvangen uit evenwicht is. Iemand kan bijvoorbeeld het gevoel hebben dat de communicatie eigenlijk maar van een kant komt. Of men heeft het gevoel slachtoffer te zijn geworden van de omstandigheden waarin men is opgegroeid. De contextuele therapeut probeert mensen meer inzicht te geven in hoe een bepaalde situatie is ontstaan en biedt praktische handreikingen die uiteindelijk moeten leiden tot meer verbondenheid en een betere kwaliteit van leven.

Reageer op artikel:
Familietrekjes: ‘Ik lijk mijn moeder wel’
Sluiten