Gebit

redactie 19 jun 2018 Gebit

Een eigen moestuin; leuk voor de kinderen om mee bezig te zijn en het maakt gezond eten een stuk aantrekkelijker. Lekker, je tanden zetten in een zelfgekweekte tomaat. Maar hoe pak je zo’n project het beste aan? De tien tuinlessen van ervaringsdeskundige Phaedra Werkhoven. ‘Pluk elke avond de rupsen van je kooltjes af.’

1. Betrek je kinderen van jongs af aan bij de moestuin

Veel kinderen vinden het leuk om te tuinieren, maar weten er bitter weinig van hoe alles groeit en bloeit. Niets is leuker dan te zien hoe een komkommer groeit – en hoe belachelijk veel emmers water die nodig heeft om groen en groot te worden. En dan heb je dus nog maar één komkommer(tje). Ook leren ze incasseren, want een dag niet bewaterd betekent een verdorde plant.

2. Denk klein

Je hoeft geen lap grond te hebben om je kinderen en jezelf wat plezier aan een moestuintje te laten beleven. Zelf trapte ik in de val van een veld van 1000 vierkante meter moestuin en ik moet zeggen, daar ging de lol sneller vanaf dan ik had kunnen vermoeden. Een grote moestuin vraagt namelijk om grote zorg. En die heb ik, als fulltime werkende moeder van vier kinderen, al genoeg.

3. Houd het leuk

Bedenk dat jij degene bent die een moestuin wil, en dat je kind daarin alleen meehelpt en niet het leeuwendeel van de zorg moet doen. Wij hebben het wel eens overdreven en de kinderen de moestuin laten omspitten of eindeloos onkruid laten plukken. Dat was zonde, want daardoor raakten ze minder gemotiveerd. Gek hè? Dus laat hen zaadjes planten met maximaal resultaat: rucola (groeit hard en snel), veldbloemen (want ook die zijn nodig in een mooie moestuin) en boontjes (zie les 5).

4. Wees voorbereid op lastige vragen

Soms kunnen kinderen intelligente vragen stellen als: ‘Waarom zouden we hier in de moestuin zo ingewikkeld doen om sla te poten, als je ze voor 99 cent in de winkel kunt kopen?’Heb daar maar eens een goed doordacht antwoord op. Ik vertelde iets over onze eigen grond, dat het bij ons langzaam groeit en dus lekkerder is, dat het waardevol is om zelf te verbouwen, dat je ervan leert door voor je grond en dus ook voor je gewassen te zorgen. Dat er bij ons geen pesticiden aan te pas komen en in de winkel wel. Het overtuigde ze.

5. Verbouw niet meer dan nodig

Maar als je, zoals ik, een lel van een moestuin hebt, heb je ook bakken vol bonen. Dat houdt in: invriezen. Want geloof me, na een week boontjes uit eigen tuin komen ze je neusgaten uit. En ook uit die van je kinderen. Dan wordt de juichkreet ‘kijk jongens, uit eigen tuin!’ met gegrom begroet. Ik weet nog dat ik een ieniemienie tuintje had waarin slechts één armzalige bonenplant in een pot stond. Daar groeiden elf zielige boontjes aan die amper met het blote oog waarneembaar waren. Toen ik ze met een zorg als ware het kleine baby’tjes in de pan drapeerde tussen de reuzebonen uit de winkel, was ik zo trots op die elf boontjes. En de kinderen aten ze met smaak. ‘Ze zijn echt veel lekkerder, mam,’ zeiden ze verrast.

6. Tuinieren is goed voor de ‘leef in het moment’-fase

Ook voor kinderen. Ze zijn even weg bij telefoons, televisie of iPads en ze zijn buiten. Uit diverse onderzoeken blijkt hoe gezond het is om buiten te zijn. Je denkt helemaal nergens aan. Er ontstaan vaak leuke gesprekjes. Je zweet weer eens (want het is best zwaar werk).

7. Maak er een leermomentje van

Veel spreekwoorden gaan leven met een moestuin. Groeien als kool, vele handen maken licht werk, de appel valt niet ver van de boom, onkruid vergaat niet, met wortel en tak uitroeien, wat je zaait oogst je. En, als je ook nog een paar kippen hebt: als de kippen erbij zijn.

8. Je raakt verlos van je angst voor beestjes

Slakken, vliegjes, rupsen, lieveheersbeestjes, wormen; er zit echt van allerlei krioelend spul op jouw groenten en fruit. Je sla wordt aangevreten door slakken en rupsen, in je appels zit een worm. Dus het is een kwestie van goed wassen en de aangevreten delen erafscheuren. En dat duurt langer dan je denkt. En vaak is het dan nog zo dat er wel eens wat uit wil kruipen als de salade eenmaal op je bord ligt. Sommige kinderen vinden dat heeeeeel vies. Sommige moeders en vaders ook. In dat geval, zou ik zeggen, is een moestuin met sla of andere bladgroenten of kolen niet aan je besteed. Maar met boontjes of tomaten heb je er minder last van. Zelf wierp ik regelmatig met een gil appels weg waar ik m’n tanden al in had staan, terwijl er een wurm uithing. Ik ben niet zo’n held.

9. Heb geduld

Niets is zo frustrerend als verspilde moeite. Realiseer je dat moestuinen een aanslag zijn op je geduld. Realiseer je ook dat jouw lieve kleine plantjes, als ze al opkomen, heel snel het slachtoffer worden van allerlei gespuis. Zijn het moestuinniet de kinderlaarsjes van je kind die dat boerenkoolplantje plet, dan zijn het wel rupsen, vogels, muizen, ratten, slakken of konijnen die ervan lusten. Probeer daar waar het kan je plantjes te beschermen door ze op te zaaien onder een kasje of door een net te plaatsen (maar houd rekening met veel dode vogels die vastzitten in je netten – niet lief). Of strooi korrels tegen slakken (misschien helpt het bij jou wel, bij mij niet) of probeer schaaltjes met bier neer te zetten. Pluk elke avond met de hand de rupsen van je kooltjes af. (Leuk klusje voor de kinderen, maar wat doe je er vervolgens mee? Niet doodmaken, want zielig. Maar tegen de tijd dat jouw boerenkool door rupsen is opgevreten, zou je maar wat graag je laars erop zetten.) Overall: geef niet op. Als een lichting is mislukt, kun je gewoon weer opnieuw inzaaien tot het wel lukt.

10. Kies de makkelijke weg

Start met dingen waarvan succes gegarandeerd is: boontjes, prei, snijbiet, boerenkool, sla, spinazie, aardappel. Pompoenen lijken makkelijk, maar hebben heel vruchtbare grond nodig. Van aardbeien droom je, maar uiteindelijk zijn ze voor de vogels. Probeer eens een witte aalbesstruik, die zijn zoeter en lekkerder dan de rode, en de vogels ‘zien’ ze niet als rijp. Probeer niet te veel tegelijk te zaaien van één gewas. Het lijkt alsof het niks is, maar uit ieder zaadje komt echt een krop sla. Tien kroppen is beslist voldoende. Dus zaai er liever met tussenpozen nieuwe bij.

tot slot; let er ook op dat je een zaaischema maakt. Teken een plattegrond van je moestuin en zet erop wat je waar zaait. Zodat je het volgend jaar – als je tenminste fan bent geworden – kunt wisselen. Zo niet, dan zaai je na de zomer lekker gras in. Voetbalveldje, ook leuk.

Reageer op artikel:
Gebit
Sluiten