Gebruik je verstand – Vertrouw op je intuïtie

redactie 21 jun 2018 Opvoedstijlen

Intuïtief opvoeden? Redacteur Anne Elzinga kan zo acht redenen opsommen waarom je dat vooral niet moet doen. Tot ze in de feiten duikt, en ontdekt dat op je gevoel afgaan leidt tot snellere, effectievere en (vaak) betere resultaten. 

Intuïtief opvoeden? Alleen al van de term kreeg ik kippenvel tijdens de brainstorm van de J/M-redactie. Maar mijn collega’s doken enthousiast op dit thema en kwamen direct met eigen voorbeelden. Zo had de één een nieuwe oppas voor haar zoontjes afgewezen, terwijl het toch een leuke vrouw en een fijn gesprek was. Een maand later hoorde ze dat deze vrouw naar een Jellinek- liniek ging om haar drankprobleem aan te pakken. Een ander had zich ‘uit het niets’ afgevraagd hoe ze snel aan oppas voor haar baby kon komen als de school zou bellen dat haar – kerngezonde – kleuter ziek was geworden en ze hem dus moest ophalen. Een paar uur later werd ze inderdaad gebeld door de juf. En de derde had geen goed gevoel bij een zwemfeestje waar zijn dochter voor was uitgenodigd. Uiteindelijk ging ze wel, maar wilde al na een uur huilend naar huis. Totaal over de rooie vanwege de drukte, de keiharde muziek en het wilde geplons en gegil.

Ondertussen voelde ik mijn eigen Binnenste Voelsprieten steeds verder ineenkrimpen. Ik heb geen intuïtie, en ik gebruik die al helemaal niet bij de opvoeding van mijn drie kinderen. Mijn weerstand tegen het onderwerp had niet alleen te maken met instinctief onvermogen, maar ook met een fris wantrouwen jegens de huidige spirituele zingevingshype. Te hip, te veel op winst beluste Jomanda’s, te weinig wetenschappelijk onderbouwd, te ayurvedisch en te Chakra. En nu dan intuïtief opvoeden als nieuwste pedagogische trend? Ik kan uit de losse pols zo acht redenen bedenken waarom je dat juist níet moet doen.

  1. Intuïtief opvoeden suggereert dat jij als ouder weet wat goed is voor je kind. ‘Ik voel dat jij…’. Vul maar in. Wat nou als je kind daar anders over denkt? Zo’n invoelende papa of mama kan kinderen heel onzeker maken.
  2. Handelen vanuit wat jij (in plaats van je kind) denkt dat goed is, kan zijn vermogen tot autonoom denken en doen flink inperken.
  3. Bovendien leert hij zo niet te vertrouwen op zijn eigen gevoel. Mama knows best, tenslotte. 
  4. Intuïtieve opvoeders, die het altijd bij het rechte eind hebben en hun kind zo behoeden voor nare ervaringen, ontnemen hem belangrijke kansen om fouten te maken (en daarvan te leren).
  5. Elke hype creëert zijn eigen verliezers. Als we het ouderlijk instinct tot Gouden Opvoedleidraad verheffen, maakt dat mensen zoals ik superonzeker. Al die andere ouders weten precies wat ze moeten doen, en ik krijg maar geen contact met mijn innerlijke Dr. Spock. Daar wordt kind noch ouder beter van.
  6. Wie zegt trouwens dat jouw onderbuikgevoel niet gebaseerd is op angsten? Of op vooroordelen? Of op je eigen slechte ervaringen?
  7. Intuïtie wordt wel gedefinieerd als: weten zonder woorden, denken zonder erbij na te denken. 

Opvoeden op intuïtie gebeurt dan dus ook zonder erbij na te denken. Het is voor mijn drietal maar goed dat ik af en toe wél even nadenk voor ik iets doe. Mijn oergevoel heeft me een aantal keren ingegeven dat ze gewoon een draai om hun oren verdienden, omdat ze op dat moment even k..kinderen waren.

Bovendien: voeden we in de praktijk van alledag niet allemaal op zonder na te denken? Het zou wat zijn als we voor elke pedagogische handeling J/M erbij moeten pakken. Is het niet gewoon een non-item? Omdat ik op mijn klompen aanvoelde (héé, dus toch?) dat ik mijn zaak niet zou gaan winnen met dit soort onbewezen gevoelsargumenten besloot ik voor de harde feiten te gaan. Ik dook in de literatuur. Dat die er überhaupt was, was een eerste eye opener. Serieuze wetenschappers, van de Radboud Universiteit in Nijmegen tot Yale University in Amerika, verdienen hun brood met onderzoek op dit terrein. Einstein – die je met de beste wil ter wereld niet van zweverigheid kunt betichten – zei ooit dat het intuïtieve denkvermogen een godsgeschenk is en de rationele geest zijn trouwe dienaar. ‘We hebben een maatschappij gecreëerd die de dienaar vereert en het geschenk vergeten is.’

Onze hersenen blijken volgens twee strategieën te werken: een bewuste en een onbewuste. Die eerste kennen we allemaal: dat is de piekermanier, waarbij we allerlei afwegingen maken en ons verstand laten werken. Maar onder die rationele oppervlakte zijn stiekem allerlei radertjes aan het werk die ons sturen in ons gedrag en onze beslissingen. Dat is het domein van het onbewuste. We hebben het aan Sigmund Freud te danken dat we dat gebied wegzetten als een beerput van oerdriften en duistere behoeftes. 

Volgens de Amerikaanse wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell is het echter eerder een soort reusachtige computer die feilloos, snel, geruisloos en efficiënt enorme hoeveelheden informatie verwerkt; 200.000 keer meer dan ons bewuste brein. Denk maar aan een situatie waarin je vóelt dat ze over je praten zonder dat je de woorden hoort. Onbewust pik je allerlei verbale en non-verbale signalen op van wat er om je heen gebeurt. Het onbewuste is zelfs in staat chocola te maken van hele kleine snippertjes informatie. Selectieve informatiereductie heet dat, en het betekent dat je op grond van enkele details binnen twee seconden een situatie kunt inschatten en ernaar handelen. Dat doe je bijvoorbeeld als je kind bij een nieuw vriendje wil spelen en je direct aanvoelt of dat een goed idee is of niet. Mensen zijn tot dat soort razendsnelle analyses in staat omdat ze kunnen putten uit een geheim reservoir aan kennis uit eerdere ervaringen of zelfs uit de overerfde ervaringen van onze (verre) voorouders.

We weten veel meer dan we weten. Die alternatieve bron van wijsheid is niet alleen voorbehouden aan spiriwiri’s die de geheime godin in zichzelf naar de oppervlakte hebben gemediteerd. Iedereen heeft het. En iedereen gebruikt het; je hebt eenvoudig geen tijd om alle informatie uit de bovenwereld op te nemen en dat trage, bewuste denkproces af te wachten. Alleen: spiriwiri’s beseffen dat en vertrouwen erop. Anderen hebben het niet door; het is niet voor niets onbewust. Toch laat dat onbewuste ons duidelijk merken wat het denkt, al gaat dat via wel heel indirecte aanwijzingen.

Wetenschappers van de universiteit van Iowa voerden een experimentele kaartentruc uit. Proefpersonen moesten een spelletje spelen, waarbij ze steeds een kaart moesten kiezen uit twee rode en twee blauwe stapels. Het spel was zodanig gemanipuleerd dat alleen de kaarten uit de blauwe stapels tot geldwinst leidden. Pas na vijftig kaarten hadden de proefpersonen dat door en konden ze verwoorden hoe het werkte. Hun zwetende handpalmen – die tijdens het experiment waren aangesloten op een apparaat dat de activiteit van de zweetklieren registreerde – verraadden echter dat hun autonome zenuwstelsel al bij de tiende kaart wist dat er iets mis was met de rode stapels: véértig kaarten voordat dat tot hun bewuste brein was doorgedrongen!

Vanwege die ongekende krachten pleit Ap Dijksterhuis, hoogleraar psychologie van het onbewuste aan de Radboud Universiteit, er al jaren voor om juist deze in te zetten bij complexe besluiten, zeker gezien de overduidelijke mankementen van de ratio. Volgens hem zijn er drie manieren om beslissingen te nemen: snel zonder nadenken, bewust met plusjes en minnetjes, of onbewust, waarbij iemand informatie opneemt, even iets anders gaat doen en dan pas een besluit neemt. 

Die eerste twee methodes werken prima als je een makkelijke beslissing moet nemen: welke spijkerbroek je voor je dochter gaat kopen bijvoorbeeld. Gaat het over iets ingewikkelders als de keuze van een school, dan kun je er beter een nachtje (of twee) over slapen. Dijksterhuis heeft verschillende laboratoriumstudies gedaan waaruit blijkt dat mensen na afleiding (een puzzel doen, slapen) tot betere oplossingen komen. Gedurende die rustperiode is het onbewuste namelijk keihard aan het werk met het afwegen van de voors en tegens van de enorme bulk aan beschikbare informatie. Het kan daarbij ook nog eens een natuurlijke rangorde aanbrengen in relevante en minder relevante argumenten. Met als gevolg dat je de volgende ochtend opeens zeker weet wat je moet doen.

De geraadpleegde onderzoekers en experts bevestigen allemaal wat ik al vermoedde: iedereen doet aan intuïtief opvoeden. Of je wilt of niet. Maar daarmee is het niet direct een non-item. Want lang niet iedereen gunt het zichzelf om maximaal gebruik te maken van die verborgen bron van interne wijsheid. Ik ben zelf het prototype van de scepticus die zijn instincten negeert en heilig gelooft in het dogma van de rationele besluitvorming. En dat is jammer, voor mijzelf en voor mijn kinderen. Want op gevoel opvoeden leidt tot snellere, effectievere en (vaak) betere resultaten. Gelukkig kun je je intuïtieve vermogens trainen, net als elke andere vaardigheid. Met vier hanteerbare tips kan zelfs de hardnekkigste cynicus beginnen met Intuïtief Opvoeden (klik hier).

Ga ik nu dus onbekommerd hartknuffelen? Nee, dat niet. De reden daarvoor heet David Myers. Myers is een sociaal psycholoog die een heel leven heeft gespendeerd aan het onderzoeken van de connecties tussen subjectieve en objectieve waarheid, tussen gevoel en feiten, tussen intuïtie en realiteit. Over dat laatste schreef hij Intuition, Its Powers and Perils. De titel zegt het al. Myers gelooft heilig in de kracht van spontane ingevingen, maar erkent ook dat het intuïtieve denkvermogen zich soms vergist. Tot de zeventiende eeuw geloofde men dat de zon om de aarde draaide, totdat Galilei wetenschappelijk aantoonde dat het andersom was. Allerlei psychologische experimenten laten eveneens zien hoe vaak onze gut feelings ons voor de gek houden, waardoor we verkeerde inschattingen maken, foute voorspellingen doen of ons geheugen ons misleidt. Zo denken patiënten bij wie een HIV-test is afgenomen bijvoorbeeld dat ze zich bij een slechte uitslag veel langer ongelukkig zullen voelen dan ze daadwerkelijk doen, terwijl een goede uitslag mensen veel minder blij maakt dan ze vooraf verwachten. 

Verschillende krachten doorkruisen de werking van het intuïtieve brein. Zelfoverschatting maakt dat we onszelf of het resultaat van onze inspanningen vaak te hoog inschatten. We denken vooraf altijd meer gewicht te verliezen, vaker te sporten en sneller onze klussen af te ronden. Van de studenten die in een experiment van de Stanford University voorspellingen over zichzelf moesten doen, bleek 84 procent het bij het verkeerde eind te hebben. Verder heeft ook onze intuïtie last van vooroordelen. We zijn geneigd tot hokjesdenken. Dat is prima omdat het ons in staat stelt snelle conclusies te trekken. Maar het biedt ook ruim baan aan negatieve stereotypen, die zich in ons onbewuste nestelen. Waardoor we ‘aanvoelen’ dat onze dochter beter niet bij die overgetatoeëerde familie kan gaan spelen.

Angst is echter de allergrootste intuïtiekiller. Wij worden beheerst door irreële angsten: angst voor wat we niet onder controle hebben (wel vertrouwen in onze eigen stuurmanskunst maar bang in het vliegtuig), angst voor onmiddellijke dreigingen (wel voor een ongeluk, maar niet voor de opwarming van de aarde), angst voor ‘onbekende’ gevaren (wel bang voor kinderlokkers, maar niet voor een pesterig buurkind). ‘Intuïtie stuurt ons leven,’ concludeert Myers, ‘maar is ook gevaarlijk. Laten we de creatieve fluisteringen van het verborgen brein verwelkomen, maar dan als het begin van onderzoek. Slim en kritisch denken begint vaak met ingevingen, maar ontwikkelt zich als je aannames onderzoekt, bewijzen evalueert, kritiek uitnodigt en conclusies test.’ De les die Myers mij leert is dat ik de deur wijder moet openzetten voor onlogische brainwaves, maar me wél bewust moet blijven van de door mij opgesomde acht bedreigingen.

Reageer op artikel:
Gebruik je verstand – Vertrouw op je intuïtie
Sluiten