Gedrag en erfelijkheid: Familietrekjes

redactie 19 jun 2018 Erfelijkheid

Elke generatie geeft het erfgoed van verworvenheden en lasten, van verwachtingen en ongeschreven wetten door aan de volgende. Is dit onvermijdelijk of kunnen sommige patronen doorbroken worden?

Bart de Vries (14) uit Amsterdam is volgens zijn moeder ‘een heel braaf mannetje’, alleen niet op school. Vanaf de allereerste dag op de basisschool had hij een hekel aan school, gedroeg hij zich opstandig in de klas. Al na een paar weken werd zijn moeder bij de juf ontboden. Bart deed nooit eens wat ze hem vroeg. Die hekel aan school is bij Bart niet overgegaan. Hij zit nu in de derde klas van de havo, en vindt het verschrikkelijk. Hij komt steeds te laat, noteert zijn huiswerk niet goed, vergeet zijn boeken uit het kluisje mee te nemen naar huis, vergeet zijn proefwerken te leren; het is een lijdzaam soort verzet dat hij laat zien. In zijn vrije tijd gaat hij niet met zijn medeleerlingen om.

Zijn beste vriend is zijn neef Melle Haverkamp (14), en die heeft precies dezelfde antipathie tegen school. En diens broer Igor (17) ook. Hun pientere verstand heeft ze tot op het lyceum gebracht, niet hun inzet. ‘Het zijn zulke leuke jongens,’ zeggen de docenten altijd. ‘Voerden ze maar eens wat uit.’

Gezagsallergie

Astrid, de moeder van Bart de Vries, snapt de afschuw van de pubers, want ook zij haatte school. ‘Je moest daar dingen doen waarvan ik het nut niet inzag,’ zegt ze. ‘Je werd onder je niveau toegesproken. Ik vond het vernederend. Het is een autoriteitsprobleem, denk ik.’ Haar broer Michiel kon evenmin aarden in een klaslokaal; hij doorliep vijf middelbare scholen. En dan hebben we de pater familias, opa Hans, bij wie het gezin van Michiel in huis woont. School was voor hem een regelrechte ramp.

Alleen voor de muziek zet deze familie hun gezagsallergie aan de kant. Opa Hans en zijn dochter Astrid kwamen tot bloei op het conservatorium. Oom Michiel vond zijn plek in een kleine uitgeverij in klassieke muziek. De drie kleinzoons, eveneens muzikaal begaafd, krijgen muziekles. Maar spelen in de schoolband? Vergeet het maar.

DNA of familiecultuur

Het is een intrigerend fenomeen; dat bepaalde gedragingen binnen een familie van generatie op generatie worden doorgegeven. Iets van de verklaring kan in overeenkomstig DNA worden gezocht; als vader opvliegend is, is er een flinke kans dat tenminste een van zijn kinderen dat ook is. Maar specifieke antipathieën en voorkeuren hebben over het algemeen meer met de familiecultuur te maken dan met genetisch materiaal.

‘Elke familie heeft wel een eigen mythe die de afzonderlijke leden met elkaar verbindt,’ zegt de Amsterdamse familietherapeut Mirjam Diatlowicki. ‘Bijvoorbeeld: “Wij Jansens laten ons niet de les lezen” of “De Huizinga’s komt alles altijd aanwaaien.”’ Diatlowicki is contextueel therapeut; zij onderzoekt welke rol de familie speelt in iemands problemen.

Volgens Astrid en Carolien Haverkamp, de moeders van de spijbelende neven, is de moeite met school echter niet iets waar de familie prat op gaat. ‘We moedigen die antipathie niet aan,’ zegt Carolien. ‘Ik vind het eerder een beetje zorgelijk.’

Hoe zit dat dan?

‘Een deel van de familiecultuur dragen ouders onbewust uit,’ zegt Diatlowicki.

‘Bij deze familie zou ik benieuwd zijn naar wat zich in de geschiedenis heeft afgespeeld. Is er misschien iemand geweest die het goed deed op school, maar die daardoor niks met z’n muzikale talent heeft kunnen doen? Is er de boodschap dat je ook wel maatschappelijk slaagt als je niks doet op school? Speelt oorlog een rol? Leeft het idee dat het gevaarlijk is om je aan een instituut over te geven? Er zijn mensen die het lastig vinden om leerling te zijn, omdat het ze in een underdogpositie plaatst.

Er zijn ook families waar de stille overtuiging leeft dat je alleen elkaar kunt vertrouwen en anderen niet. Ze zijn niet graag afhankelijk van mensen in de buitenwereld, vinden het moeilijk om banden met anderen aan te gaan. Ze gaan met familie op vakantie, vieren met familie hun verjaardag. Ook zoiets zou hier kunnen spelen.’

Familieopdracht

Een familieopdracht is een manier van leven die familieleden elkaar stilzwijgend of openlijk opdragen. ‘In mijn familie moest iedereen vooral sociaal zijn,’ zegt de bekende familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt: ‘Toen ik voor het eerst op de televisie was, werd ik bij een oude tante geroepen die zei: “Else-Marie, het gaat er niet om een ster te worden, maar om mensen te blijven helpen.”’

Volgens Van den Eerenbeemt geeft elke generatie het erfgoed van verworvenheden en lasten, van verwachtingen en ongeschreven wetten door aan de volgende. ‘Door de generaties heen vormt dat familiebezit – immaterieel maar ook materieel – de bouwstenen voor elke nieuwgeborene.’

Juist de puberteit is een moment waarop dat ‘erfgoed’ op de voorgrond treedt, zeggen Van den Eerenbeemt en Diatlowicki. Voor pubers die zoeken naar hun identiteit, zijn de familiemythes een ijkpunt. Door te doen wat opa deed, of expres niet te doen wat opa deed, ‘maken ze contact met hun familiegeschiedenis’. De loyaliteit aan de stille overtuigingen in de familie geeft ze houvast in hun zoektocht naar wie ze zijn. Nabootsen van bekend familiegedrag waarvan bekend is dat vader of moeder het haat, is bovendien een geslaagde manier om ouders op de proef te stellen.

Averechtse werking

Zelfbewuste ouders die denken korte metten te hebben gemaakt met de boodschappen waarmee ze zijn opgegroeid, zijn vanzelfsprekend onaangenaam verrast als de notoire familietrekjes bij hun tieners aan het licht komen. Rietje van Dijk, kind van Zeeuwse, calvinistische ouders, werd een groot ontzag voor hiërarchie en autoriteit bijgebracht. Als een leraar haar vroeger op school onrechtvaardig behandelde, zei haar moeder: ‘Je zult het er wel naar gemaakt hebben.’ Haar gehele schooltijd probeerde ze onzichtbaar te blijven voor het oog van de meester. Ze was passief en teruggetrokken.

Inmiddels heeft ze zich ontwikkeld tot een assertieve vrouw ‘voor wie iedereen gelijk is’. In reactie op haar eigen opvoeding, heeft ze haar dochters van 11 en 15 geleerd dat ze – mits ze beleefd blijven -?altijd voor zichzelf moeten opkomen. En toch zei de klassenmentor enkele weken geleden over haar oudste dochter precies hetzelfde wat haar eigen leraren vroeger over haar zeiden: dat ze verlegen is, weinig van zichzelf laat zien en nauwelijks initiatief toont.

Mirjam Diatlowicki kent veel van dit soort voorbeelden waarin de pubers zich ondanks de inspanningen van de ouders niet aan de familiecodes kunnen onttrekken. Volgens haar begint het met de misvatting dat vader of moeder zich zelf heeft kunnen losmaken van die patronen.

‘Je hoort wel eens: “Dat heb ik uit mijn systeem gewerkt,”’ zegt Diatlowicki, ‘maar de pijn blijft. En ouders laten zich in hun opvoeding toch vaak leiden door het tekort dat ze zelf hebben opgelopen.’

Ze geeft het voorbeeld van de moeder die tijdens haar eigen tienerjaren ’s middags altijd alleen thuis was, omdat beide ouders werkten. Als haar eigen puber uit school komt, heeft ze steevast de thee klaarstaan. Diatlowicki: ‘Deze moeder geeft haar dochter wat ze zelf van haar moeder had willen krijgen. Haar kind wil eigenlijk na schooltijd wat anders doen, maar ze gaat erin mee omdat ze daarmee haar moeder een plezier doet. Het patroon wordt pas doorbroken zodra de moeder gaat kijken naar wat haar dochter echt wil.’

‘Niemand wil de kwetsingen die ze opgelopen hebben, herhalen bij hun eigen kinderen,’ zegt Van den Eerenbeemt. ‘Ouders willen dat erfgoed corrigeren via de kinderen. Maar daarmee leggen ze onbedoeld een enorme druk op hen. De vader die zelf niet heeft kunnen studeren, en dat zijn dochter wel gunt, raakt bij de eerste de beste onvoldoende van zijn kind helemaal van streek.’

Nieuwe oplossing zoeken

Volgens Diatlowicki en Van den Eerenbeemt is het onmogelijk om in de opvoeding van je eigen kinderen met een schone lei te beginnen. ‘Dergelijke patronen zijn zó in een familiesysteem ingesleten geraakt,’ zegt Diatlowicki. ‘Je hebt je eigen leven in de volle lengte nodig om daar een passend antwoord op te vinden. Als je geluk hebt, kom jij een stapje verder, en komen jouw kinderen weer een stapje verder, en dan is het over vijf generaties misschien weg.’ Daarvoor is het nodig, schrijft Van den Eerenbeemt in De Liefdesladder (2003) dat ouders hun eigen vader en moeder niet langer de schuld geven van alles wat ze in de opvoeding verkeerd hebben gedaan. Om zich te realiseren dat hun eigen ouders ook zoons en dochters waren die gekwetst zijn geraakt. ‘Begrip en vergeving voor fouten van ouders zorgt ervoor dat de kinderen het in hun eigen ouderschap niet hoeven goedmaken.’

Volgens Diatlowicki zouden ouders ook niet altijd hoeven pretenderen een antwoord te hebben op de problemen van hun pubers. ‘Het zou goed zijn om eens te zeggen: “Ik zie je probleem. We hebben je niet geleerd daarmee om te gaan. Het is ook hartstikke moeilijk. Ik worstel er zelf ook nog steeds mee.” Daarmee geef je je tiener en jezelf de mogelijkheid een nieuwe oplossing te zoeken.’ Heel vruchtbaar kan het in dit opzicht zijn grootouders bij de opvoeding van de pubers te betrekken. Tegen oma of opa te zeggen: “Ik ben op het moment nogal onzeker over het gedrag van mijn zoon. Was ik vroeger ook zo snel driftig?” Of: “Was ik ook zo passief, en wat deed jij dan?” Diatlowicki: ‘Dan maak je het intergenerationeel, zonder dat je beschuldigingen uit.’

Onlangs zei het driejarige neefje van Bart de Vries tegen een nichtje dat huiswerk zat te maken: ‘Tja, dat zijn zo de taakjes, hè? En daarom wil ik straks niet naar school.’

Reageer op artikel:
Gedrag en erfelijkheid: Familietrekjes
Sluiten