‘Geef je kind rust en tijd om te groeien’

redactie 19 jun 2018 Gezondheid

Kleine kinderen zijn onbevangen, spontaan en ongerept. Dat was vroeger zo en dat geldt nog steeds. Maar verder zijn er heel wat verschillen tussen de twee-, drie- en vierjarigen van nu en die uit 1975.

Doordat hun belevingswereld is verruimd en ze al op jonge leeftijd veel indrukken te verwerken krijgen, zijn peuters en kleuters tegenwoordig sneller ‘wijs’. Maar dat flitsende leven heeft ook een schaduwzijde. Want ze zijn ook veel drukker, onrustiger en chaotischer geworden. Dat constateren de peuter- en kleuterdeskundigen Iet Bakker (58) en Marian Schuurmans (54). Iet Bakker bestiert al 26 jaar een peuterspeelzaal in Amsterdam-Buitenveldert, Marian Schuurmans werkt even lang als leerkracht voor groep 1/2 van verschillende basisscholen in Noord-Holland. ‘Ik had vroeger minder moeite met een klas van 43 kleuters dan ik nu heb met mijn groep van 29 leerlingen,’ zegt zij. ‘Je moet nu extra je best doen om hun aandacht vast te houden,’ beaamt Iet Bakker. Zij is aan het eind van de ochtend dan ook altijd doodmoe. Niet omdat er zoveel meer zware probleemgevallen zijn. Maar wel omdat het percentage dat extra zorg vraagt de laatste jaren is gestegen. Marian Schuurmans schat dat ze vroeger drie ‘aandachtskinderen’ in haar klas had; nu zijn dat er gemiddeld zeven. ‘Mijn huidige leerlingen zijn sneller uit hun evenwicht. Er zijn er steeds meer die niet lekker in hun vel zitten.’

Te veel impulsen

Twee van de aloude drie R’en – rust en regelmaat (naast reinheid) – zijn tegenwoordig vaak ver te zoeken in het leven van peuters en kleuters. ‘De hele dag is er herrie en drukte om hen heen,’ aldus Marian Schuurmans. De computer, televisie en het gevarieerde aanbod aan activiteiten zorgen ervoor dat ze van jongs af aan heel veel impulsen krijgen. ‘Veel kinderen kunnen die indrukken niet verwerken.’ Dat is volgens haar wellicht de reden dat de leerlingen in haar klas niet meer gericht kunnen luisteren: instructies moet ze soms wel drie tot vier keer herhalen voordat ze het hebben opgepakt. ‘Veel ouders werken en hebben het druk met het combineren van al hun verplichtingen. Het bioritme van hun kind moet zich aanpassen aan dat drukke bestaan,’ vult Iet Bakker aan. Dat betekent dat een kind zich niet meer op zijn eigen tijd kan ontwikkelen, maar op momenten dat het zijn vader of moeder uitkomt. Iet Bakker: ‘Vroeger hádden ouders tijd, nu máken ze tijd. Een moeder die de hele dag thuis is, kan spelenderwijs rea­geren op de behoeften en vragen van haar grut. Een bezoekje aan de eendjes in het park leent zich bijvoorbeeld goed voor een spontaan lesje in tellen. Nu moet alles in de schaarse vrije tijd gepropt worden.’ De weekeinden zijn daardoor veel te geprogrammeerd en laten nauwelijks ruimte voor impulsieve invallen.

Dat overvolle programma zorgt er volgens beide juffen ook voor dat kleintjes zich tegenwoordig op praktisch gebied minder goed kunnen redden. Aan- en uitkleden, eigen billen afvegen, jasjes ophangen, eten met lepel en vork, veters strikken: het zijn allemaal handelingen die hen veel moeite kosten. ‘Vroeger deden ze dat spelenderwijs. Nu moet ik het elke dag honderd keer herhalen,’ verzucht Iet Bakker. Vooral kinderen van werkende ouders zijn er volgens haar slecht in. ‘Die ouders hebben vaak haast en daardoor niet de rust en het geduld om hun kind ’s ochtends te laten aanmodderen met zijn rits.’ De dagelijkse verzorging moet snel, snel, snel en liefst in verloren ogenblikken. Marian Schuurmans en Iet Bakker pleiten ervoor om kinderen juist veel meer bij het huishouden te betrekken. ‘Door samen koekjes te bakken of de ramen te lappen, zien ze wat er allemaal nodig is om iets af te krijgen. Doordat ze leren een proces te beginnen én af te ronden, krijgen ze greep op de wereld om hen heen. Zo begrijpen ze bijvoorbeeld dat een jas niet automatisch aan de kapstok komt. ‘

Een andere boosdoener is volgens Iet Bakker het onvermogen of de onwil van veel moderne ouders – zelf opgegroeid in de woelige jaren zeventig – om regels te stellen.

‘Kinderen snakken naar autoriteit en smeken om grenzen. Tegenwoordig kan, mag en is alles er.’ Als voorbeeld voor dat ongelimiteerde materiële bezit noemen ze kleuters die al op paardrijden zitten en hummels met Nike-gympjes. Ouders pikken vaak veel te veel van hun peuters, valt Iet Bakker verder op. ‘Soms gedragen ze zich zó onopgevoed. Dan denk ik: “Die moet een klap voor zijn billen!”’ Maar, vermoedt ze, ouders blijven lief, omdat ze hun kind niet met ruzie op de speelzaal willen achterlaten. ‘Dan gaan ze met een naar gevoel naar hun werk.’ Omdat zij heel duidelijk maakt dat ze dit gedrag niet accepteert, heeft Iet Bakker naar eigen zeggen geen moeite met haar peuters.

Leren spelen

Dat twee-, drie- en vierjarigen tegenwoordig meer aandacht en begeleiding vragen en zich minder goed zelf kunnen amuseren komt vooral tot uiting in hun spelgedrag. ‘Fladderig’ noemen beide oudgedienden het. Konden peuters en kleuters zich vroeger uren vermaken met een schepje en een emmertje, nu vragen ze de juf om de haverklap ‘wat ze moeten doen’. ‘Ze hebben minder rust om een spel te beginnen en dat ook vol te houden. Vaak hebben ze thuis al niet goed leren spelen. Er zijn niet zoveel ouders meer die samen met hun kind op de grond gaan legoën en het spelgedrag stimuleren,’ aldus Marian Schuurmans. ‘Als ouder kun je je kind leren zich te verdiepen in zijn spel. Ga erbij zitten, stel hem vragen en help hem verder als-ie even vast zit.’ Ze hamert op het belang van een overzichtelijke hoeveelheid speelgoed. ‘Ze hebben tegenwoordig zoveel dat het logisch is dat ze van het ene naar het andere spel “dwarrelen”. Kinderen worden onrustig van een uitpuilende kast waaruit ze maar geen keuze kunnen maken. Je helpt ze door het aanbod te beperken.’

Met het kant-en-klare speelmateriaal van nu kan een kind bovendien niet experimenteren. Juist speelgoed waarmee ze handelingen kunnen verrichten en grote mensen kunnen nadoen, is goed voor de ontwikkeling van kleintjes. En dan gaat het om het ouderwetse spul: blokken, verf, water, klei, verkleedkleren, zand. ‘Ze komen op de speelzaal met draagbare neptelefoontjes en spelcomputers. Maar ze hebben de meeste lol als ze de ramen mogen zemen,’ zegt Iet Bakker.

Nu veel socialer

Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel met onze jongste generatie. ‘Ze zijn nog even lief als vroeger,’ beamen beide deskundigen. Marian Schuurmans valt het op dat haar jongste kleuters nu socialer zijn. ‘Ze hebben bijna allemaal op de peuterspeelzaal of crèche leren spelen met andere kinderen.’ Daardoor kunnen ze ook beter van zich afbijten en laten ze minder over zich heen lopen. Ze zijn vrijer, durven meer. En in rekenen en taal zijn ze hun voorgangers ruim de baas. Ze zijn eerder met letters bezig en hebben een grotere woordenschat.

Maar tegelijkertijd merkt ze aan de regelmaat waarmee ze logopedische hulp moet inschakelen dat het aantal jonge kleuters met taal- en spraakproblemen is gestegen: slappe mondspieren, broddelen, verkeerde zinsbouw. ‘Ze zeggen meer, maar spreken slechter,’ vat Marian Schuurmans het samen. Het is gissen naar de oorzaken daarvan. Misschien spenen ze langer of wordt er niet voldoende met ze gepraat. Elke dag voorlezen is volgens haar een goede manier om de taalontwikkeling te bevorderen. En door foute zinnen op een tactische manier goed te herhalen, leren kinderen hun taal spelenderwijs.

Ook dat kost tijd en dat is waar het uiteindelijk allemaal op neerkomt: ‘Hoe druk je het als ouder ook hebt, voor je kind is het van levensbelang dat het voldoende rust en tijd krijgt om tot een zelfstandig mens uit te kunnen groeien.’

Zó krijgen peuters en kleuters (weer) rust

  • Zorg voor vaste eet-, speel- en slaaptijden
  • Zet regelmatig de televisie uit en plan eens ’n leeg weekend
  • Leer ze om zich op hun spel te concentreren
  • Geef ze materiaal waarmee ze kunnen experimenteren: zand, water, verf, blokken
  • Beperk het speelgoedaanbod
  • Betrek ze bij huishoudelijke klusjes
  • Neem de tijd om met ze te praten
  • Gun ze de tijd om praktische handelingen te oefenen
  • Speel alert op hun ontwikkeling in
Reageer op artikel:
‘Geef je kind rust en tijd om te groeien’
Sluiten