Geen manieren

Hebben kinderen tegenwoordig nog manieren? Ik betwijfel het. Zo zegt mijn 5-jarige zoon in het kringgesprek 's morgens tegen zijn juf : ˜Jij zegt de hele tijd effe. Maar het is even. En: ˜Jij zegt altijd ga nou effe op je kont zitten. Maar weet je, je mag geen kont zeggen! Ook al horen dit soort teksten bij zijn leeftijd, en verwacht je van leerkrachten dat ze beschaafd Nederlands spreken, het verbeteren of tegenspreken van volwassenen blijft iets waarbij ik gemengde gevoelens heb. Zoiets was vroeger uit den boze – en dat is het in veel culturen nog steeds.

Ook als ik voor mijn werk op scholen kom, sla ik vaak stijl achterover van de toon die kinderen tegen hun leerkrachten of andere volwassenen aanslaan. Daarnaast proef ik regelmatig onverschilligheid in de manier waarop kinderen zich gedragen. Een voorbeeld. Ik loop het schoolplein op. Op verschillende plekken staan groepjes kinderen. De gesprekken, hun spel en het nuttigen van de pauzehap gaat gepaard met oorverdovend hard geschreeuw. Als de pauzehap genuttigd is – voor sommigen gewoon een snoepreep of een zak chips – mikt een aantal kinderen de lege wikkel of verpakking doodleuk op de grond. Dat ik er vlak langs loop, doet ze niet minder hard schreeuwen of eerder naar de prullenbak lopen. Goed, ik bel aan bij de hoofdingang. De deur wordt opengedaan door een leerling uit een bovenbouwgroep, die sloffend aankomt. Hij kijkt me niet aan. Als ik hem passeer, hem groet en bedank voor het openen van de deur, krijg ik geen antwoord, of er klinkt wat onverstaanbaar gemompel. De jongen verdwijnt in een klaslokaal en laat mij achter in een donkere gang. Ik moet zelf de weg maar zien te vinden. Wie ik ben, voor wie ik kom; het zal de jongen een zorg zijn.

Nog zoiets. Ik neem plaats op een klein stoeltje achter in de klas. Ik haal mijn papieren tevoorschijn en zet mijn koffie op een plank met werkboeken. Bij het opstaan stoot ik tegen de kast, waardoor mijn koffie over de rand klotst, met een plas in de kast en een aantal natte werkboeken als gevolg. Natuurlijk voel ik me een ongelooflijke oen. Een stel meiden van een jaar of 9 a 10, dat vlak bij de kast zit, trekt een vies gezicht. ˜Gatver! euurlg! Jaaaaaaaak!' Dat ik de natte boekjes van de droge probeer te scheiden en onhandig om me heen kijk, op zoek naar een doekje, valt ze niet op. Ze gaan volledig op in hun act. U zult misschien denken: redelijk onschuldig, het kan veel erger, misschien weten ze zich geen houding te geven. Misschien denkt u zelfs: die kinderen mankeren niks, die mevrouw Slingerland is gewoon een ouwe zeur. Mevrouw Slingerland houdt alleen van brave Hendrikjes.

Maar dat is niet het geval. En het is ook niet zo dat ik naar vroegere of betere tijden verlang. Ik zou een beetje vriendelijkheid en opmerkzaamheid willen. Gewoon: ordinaire beleefdheid. En wat ik me vooral afvraag: waarom doen deze kinderen zo? Zijn kinderen gewoon zo, of zijn ze zo geworden? En als dat laatste het geval is: hoe zijn ze dan zo geworden? Door nalatigheid in de opvoeding? Door ouders die zelf het verkeerde voorbeeld geven? Door leerkrachten die hun leerlingen niet corrigeren als ze dit gedrag vertonen? Of door leerkrachten die zelf misschien niet al te beleefd zijn? Door lessen die soms zo slaapverwekkend zijn dat leerlingen niet anders meer kunnen dan zich plat op de tafel te laten vallen en teksten uitkramen als: ˜Djiesus; so saai!!! Waarom moeten we dit doen, man? En is dit gedrag dat je specifiek in de grote stad tegenkomt en niet in ˜dorpen', om het maar weer eens over die boeg te gooien?

Ik heb geen idee. Jullie?

Reageer op artikel:
Geen manieren
Sluiten