Gewonemensentaal

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Blijf normaal praten,' zeg ik, en met een arm wijs ik naar mijn powerpointpresentatie, waar hetzelfde staat. 'Gebruik gewonemensentaal,’ voeg ik toe.

Ik sta voor een groep hbo-zorgstudenten die de minor 'verstandelijke beperkingen' volgen en ik geef ze een gastles met als thema 'omgaan met de familie van de cliënt'. Die familie, heb ik net uitgelegd, wil graag weten waarom dingen in de zorginstelling gebeuren zoals ze gebeuren. En als er eens een fout gemaakt wordt, wil de familie ook graag precies weten wat er is misgegaan. Een rookgordijn na een fout ondermijnt het vertrouwen namelijk meer dan de fout zelf. En een zin als 'de protocollen voldoen niet langer, dus die zullen we in een intern onderzoek opnieuw tegen het licht houden' is óók een rookgordijn.

'Jullie zijn nog jong,' zeg ik tegen de studenten, een zin waardoor ik me ineens zelf heel oud voel. 'In jullie woorden proef ik idealisme, jullie willen de zorg écht beter maken. Maar als je langer meeloopt en hogerop komt, kun je soms je idealen verliezen. Dan kun je soms het zicht verliezen op de reden waarom je ooit voor dit mooie vak koos.'

Veel zorginstellingen zijn ontstaan uit kleine initiatieven, leg ik uit. Die initiatieven ontstonden omdat mensen niet tevreden waren over het bestaande aanbod. Die groeien uit tot een volwassen instelling of sluiten zich aan bij een zorggroep. En dat soort instellingen hebben, zoals eigenlijk alle semipublieke instellingen, de neiging het zicht op hun oorspronkelijke missie – of dat nu de beste gehandicaptenzorg of het beste onderwijs is – te verliezen. Zo kun je dan ineens lezen dat een zorginstelling aan de rand van de financiële afgrond staat omdat de directie leuk aan het speculeren was geslagen met vastgoed of dat een woningbouwvereniging miljarden verliest door geknoei met derivaten. De mensen die zich met dat soort dingen bezighouden, praten al lang niet meer normaal en in hun omgeving is waarschijnlijk niemand die eens vraagt hoe de aankoop van monumentale panden de gehandicaptenzorg gaat verbeteren.

Maar ook lager in de organisatie kunnen rare dingen gebeuren. Ik vertel de studenten een waargebeurd verhaal: een bezorgde moeder vertelt aan een manager dat twee begeleidsters op acht kinderen in het weekend niet genoeg is omdat de kinderen zoveel zorg nodig hebben dat er niet genoeg tijd is om eens naar buiten te gaan of iets anders met de kinderen te doen dan ze te verschonen, verzorgen en voeden. Moeder vertelt erbij dat ze haar dochter wel eens om half elf 's ochtends heeft opgehaald en dat die toen nog in bed lag te wachten. De manager hoort het verhaal aan en antwoordt: 'Het beeld dat je schetst verwerp ik.' Moeder is met stomheid geslagen.

'Wat zegt deze manager nou?' vraag ik de studenten. Ze weten het ook niet helemaal. Ik zeg: 'Het is toch merkwaardig dat een moeder op een heel concrete manier haar zorgen uitspreekt en dat de manager, iemand die ze persoonlijk kent, dan ineens gaat praten als een technocratische politicus. De waarnemingen van de moeder heten ineens “beeld”, waarmee ze gereduceerd zijn tot iets in het hoofd van de moeder wat niets met de werkelijkheid te maken heeft. En een beeld, dat kun je verwerpen, omdat het lucht is.'

Ik leg ze uit dat het dan nog beter is te zeggen dat er helaas niet genoeg geld is om hier iets aan te doen. Of nog beter: dat je gaat proberen er wel iets aan te doen.

Door normaal te blijven praten win je het vertrouwen van de familie, wat veel waard is in de zorg. Maar, belangrijker, door normaal te praten, blijf je ook normaal denken.

Reageer op artikel:
Gewonemensentaal
Sluiten