Gezellig samen soppen

redactie 21 jun 2018 Ouders

Als de overheid wil dat vrouwen meer betaalde arbeid gaan verrichten, dan moéten mannen wat meer doen thuis. En dat niet alleen: ze moeten zich er ook verantwoordelijk voor voelen. Hoe bereik je dat?

'Wie doet het meest aan het huishouden?’ vroeg marktonderzoeksbureau Nipo een jaar geleden aan vijfhonderd samenwonende mannen én aan vijfhonderd samenwonende vrouwen. Van de vrouwen antwoordde 95 procent dat zij met stip bovenaan stond als het ging om opruimen en poetsen. Dit beaamde 88 procent van de mannen. Niet echt verrassend dus. Daar staat tegenover dat de meeste vrouwen parttime werken en dus meer tijd hebben voor huishoudelijke klusjes. Maak je geen onderscheid tussen huishoudelijk werk en betaald werk buitenshuis, dan komt het er volgens recent Belgisch onderzoek op neer dat vrouwen en mannen even hard werken.

Zo oneerlijk is het dus allemaal niet verdeeld, zou je denken. Maar daar is niet iedereen het mee eens. Volgens de Belgische socioloog Mark Elchardus hebben veel vrouwen het wel degelijk zwaarder. En dat zit ’m niet zozeer in de dubbele dagtaak – huishouden en werken – maar in de dubbele verantwoordelijkheid die vrouwen hebben of voelen. Vrouwen voelen zich vaak verantwoordelijk voor het hele reilen en zeilen van gezin en huishouden, terwijl mannen gewoon af en toe een taak aanvaarden. Franse sociologen noemen die permanent gevoelde verantwoordelijkheid ‘bekommernis’. Bekommernis is eigenlijk alles wat de geest bezighoudt zonder dat je daar onmiddellijk je handen voor hoeft te laten wapperen. Een meer gelijke verdeling van de huishoudelijke taken lost dit probleem maar ten dele op. Want natuurlijk is het fijn als een man de wasmachine een keer laat draaien, maar daarmee is de bekommernis ‘was’ nog niet weg uit het hoofd van de vrouw. Zal hij het de volgende keer ook uit zichzelf doen, vraagt zij zich af en daarmee blijft het probleem bij haar liggen.

‘Gezellig’ aansporen

Deze onevenredige taakverdeling tussen mannen en vrouwen laat de Nederlandse overheid niet koud. De economie moet immers draaiende worden gehouden en die dubbele belasting stimuleert vrouwen niet om zich ook nog eens een flink aantal dagen in een betaalde baan te storten. En als het om de centen gaat in Nederland, dan moet er iets gebeuren. Om mannen aan te sporen zich meer om het huishouden te bekommeren, bedacht het ministerie van Sociale Zaken de campagne ‘Wie doet wat’. Op de site www.wiedoetwat.nl kunnen mannen lezen dat vrouwen kennelijk een lagere vuildrempel hebben en dat dit vaak leidt tot een hoop gemopper. Of dat gemopper terecht is, wordt betwijfeld. Desalniettemin wordt er op geanimeerde wij-mannen-onder-elkaar-toon gezegd dat je het een stuk gezelliger in huis kunt maken als je met je vrouw afspreekt wie wat doet in het huishouden. ‘Als je dat voor elkaar krijgt zul je zien dat je je vrouw weer een stuk leuker gaat vinden. En zij jou waarschijnlijk ook, hoewel het voor haar even wennen zal zijn dat zij niet bij alles hoeft te verzuchten: “Kan jij nou nooit eens…”’

Nog meer te lachen valt er bij de oubollige Smoezengenerator. Een muisklik levert het volgende op: ‘Ik vind het best hoor, de badkamer een beurt geven, maar dan stellen we de bruiloft even uit, oké?’ ‘Mail hem door!’ staat er bij.

Eisen vrouwen te veel?

De suggestie van de site om een taakverdeling af te spreken is verstandig. Uit onderzoek van sociologe Stephanie Wiesmann, verbonden aan de universiteit van Utrecht, blijkt dat ouders zelden afspraken maken over het huishouden. Pas als de ruzies hoog zijn opgelopen wordt er gepraat – en dan nog worden er niet altijd spijkers met koppen geslagen. Bovendien gaan de onderhandelingen vaak niet eens zozeer over wát er gedaan moet worden maar hóe. Zíj vindt het niet schoon genoeg, en híj vindt het wel best. En omdat schoonmaken nog steeds als iets inferieurs of op zijn minst truttig wordt beschouwd, moet je van goede huize komen om je partner ervan te overtuigen dat het zinnig is om in een gezin met kinderen de wc meerdere keren per week schoon te maken. Zeker als je ook nog eens in allerlei blaadjes – onder andere van het Ministerie van Sociale Zaken – leest dat vrouwen op schoonmaakgebied een voorbeeld zouden moeten nemen aan mannen. Ofwel: het hoeft allemaal niet zo netjes, dames!

Misschien is dat waar. Misschien willen vrouwen te veel. En misschien trekken ze het huishouden ten onrechte te veel naar zich toe. Verschillende wetenschappers hebben het al over de door vrouwen opgetrokken ‘glazen tussenwand’ die het welwillende mannen onmogelijk maakt iets goeds te doen in het huishouden. Maar misschien blijft die wand wel staan omdat vrouwen te vaak teleurgesteld zijn over de betrokkenheid van mannen. Want als jij het als vrouw fijn vindt om in een opgeruimd huis thuis te komen, het belangrijk vindt dat jouw kind niet de enige is die geen cadeau heeft voor de jarige juf en graag wilt dat je kinderen op de wc kunnen zitten zonder aan de bril vast te plakken, heb jij als vrouw een probleem. En niet hij. En dan los je het maar zelf op. Mannen moeten dus gewoon wat harder op die tussenwand bonzen. Zij vinden het toch ook lekkerder om onder schone lakens te slapen?

Zo doen mannen meer

Wil je schoonmaakwerk voor mannen aantrekkelijker maken? Breng er een competitie-element in aan! Veel mannen hebben bijvoorbeeld ‘iets’ met het inruimen van de afwasmachine. Waarom? Waarschijnlijk omdat ze het een uitdaging vinden om er zoveel mogelijk in te stoppen terwijl het dan tóch nog schoon wordt. De drang om dit voor elkaar te krijgen is bij sommige mannen zo groot dat zij bereid zijn de door hun vrouw ingeruimde vaatwasser helemaal opnieuw in te richten. Deze mannelijke drijfveer moet natuurlijk ook op een andere manier in te zetten zijn. In Schoon!, het grote schoonmaakboek voor mannen én vrouwen maken de auteurs Claudette Halkes en Annemarieke Piers goed gebruik van dit fenomeen. In het hoofdstuk ‘Supersnel het hele huis door’ leggen zij uit hoe je de verschillende kamers in een vastgesteld aantal minuten kunt schoonmaken: ‘De wc in 3 minuten en 20 seconden’ of ‘Badkamer in 11 minuten en 10 seconden (inclusief bad)’. De lezer – lees ‘man’ – wordt aan het begin van het hoofdstuk enthousiast gemaakt met de woorden: ‘Wil jij het supersnelle systeem onder de knie krijgen, dan is dit jouw hoofdstuk.’ De echte freaks kunnen een lijstje ophangen om de recordtijden bij te houden.

Volgens Stephanie Wiesmann is het heel belangrijk om zeer expliciete afspraken te maken over het huishouden. Houd daarbij wel rekening met elkaars hang-up – veel vrouwen hebben gewoon iets met de was en veel mannen met de auto en de afwaswasmachine. Dat moet kunnen. Maar spreek ook af wat er met de rest gebeurt. Wie doet wanneer de wc en hoe vaak? Wie doet de strijk en wie de was? Wie kookt wanneer? Of verdeel het in de boven- en de benedenverdieping. Wiesmann vindt dat vrouwen zich minder snel met een kluitje in het riet moeten laten sturen. ‘Veel mannen vinden het wel makkelijk om te zeggen dat ze schoonmaken nou eenmaal minder belangrijk vinden dan hun vrouw. De kans wordt daarmee groter dat zij niets hoeven te doen. Maar ondertussen genieten zij toch wel van dat schone huis.’ Wiesmann wijst er ook op dat je mannen natuurlijk niet moet demotiveren door het werk wat ze hebben verricht steeds over te doen.

Volgens ouderconsulent Marijke Steenbrugge, als docent verbonden aan de cursus ‘Opruimen en huishouden in de levensloop’, is het heel belangrijk om kinderen – meisjes én jongens – van jongs af aan te betrekken bij het huishouden. Op die manier worden zij zich ervan bewust dat het allemaal niet vanzelf gaat. Als de huidige generatie vaders als kind meer had geholpen, zou de huidige generatie moeders nu waarschijnlijk minder strijd hoeven te voeren over het huishouden. Om te voorkomen dat we de volgende generatie moeders met hetzelfde probleem opzadelen moeten we dus nu in actie komen. Volgens Steenbrugge kunnen basisschoolkinderen van een jaar of 10 best tafeldekken, de vuile was sorteren, en hun bed opmaken. Oudere kinderen kunnen al zelf boodschappen doen, een maaltijd voorbereiden, een plant of dier verzorgen en meehelpen met alle voorkomende klussen. Steenbrugge wijst erop dat dit vaak gezellige momenten zijn. ‘Tijdens de afwas komen vaak de leukste gesprekken op gang!’

Alle schoonmaaktips komen uit het boek Schoon!

  • Tip: stroeve strijkzool? Maak ’m weer glad door over een krant met wat zout te strijken.
  • Tip: ontkalk de wc-pot door hem een nacht in schoonmaakazijn te zetten. Ontkalken is nodig omdat er veel vuil aan het kalk blijft kleven. Maak de wc daarna schoon met een gewoon schoonmaakmiddel – chloor is niet nodig.
  • Tip: neem houten meubels af met een droge microvezeldoek.
  • Tip: maak het aanrecht nooit schoon met het afwassop. Daarmee smeer je alle etensresten over het aanrecht en kunnen slechte bacteriën er welig gaan tieren.
  • Tip: de vieste plek van de wc? Het lichtknopje, de doortrekknop, het kraantje van de wastafel en de deurknop. Geef deze plekken af en toe een extra beurt met een in spiritus gedoopt stukje keukenrol. Neem voor ieder onderdeel een schoon stuk, anders verspreid je de bacteriën.
  • Tip: gebruik geen schuurmiddel in de wastafel. Daarmee schuur je de bovenste laag glazuur eraf en gaat het vuil in de belletjes van het glazuur zitten.
  • Tip: maak de diepvries schoon op het moment dat het buiten vriest! Doe het in ieder geval twee keer per jaar.
  • Tip: lucht regelmatig het huis. Zet ramen en deuren minimaal tien minuten tegen elkaar open. Er is vaak niets zo vies als de lucht binnenshuis. Zorg verder voor permanente ventilatie.
  • Tip: zeem voor streeploze en glanzende ramen de ramen na met een oude krant.
  • Tip: wc-borstels moeten ook af en toe worden schoongemaakt in een sopje. Als je dat iedere drie maanden doet, kan de borstel een heel jaar (!) mee.
  • Tip: zorg dat de ijskast koud genoeg staat. Veel ijskasten zijn te warm. De ideale temperatuur ligt tussen de 4 en 7 graden.
Reageer op artikel:
Gezellig samen soppen
Sluiten