Dromen: hoe zit dat eigenlijk bij kinderen?

Dromen: hoe zit dat eigenlijk bij kinderen?

Als je kind in bed ligt, kan de reis naar dromenland beginnen. "Slaap lekker. Droom maar fijn!" Maar waarom dromen we eigenlijk? Dromen kinderen net zoals volwassenen? En hoe ontstaan nachtmerries?

Dromen is een essentieel onderdeel van de slaap, daar zijn vrijwel alle deskundigen het wel over eens. Tijdens de droom worden de indrukken van overdag verwerkt; het is dan ook een onmisbare uitlaatklep. De slaap bestaat uit enkele slaapcycli, die elkaar afwisselen. Een soort golfbeweging van diep slapen – de non-remfase – tot bijna ontwaken – de remfase. De letters REM staan voor rapid-eye-movements ofwel snelle oogbewegingen. Kinderen groeien juist tijdens de rustige, diepe non-remfase. Ze slapen dan zo vast, dat ze nauwelijks gewekt kunnen worden. Gedroomd wordt er vooral tijdens de lichtere remslaap. Als je in deze fase wakker wordt, kun je je droom meestal nog herinneren. Verdeeld over de nacht zijn er vier tot vijf remfasen. Naarmate de nacht vordert, wordt de periode van diep slapen korter en de remfase langer. ’s Ochtends wordt er dus het meest gedroomd.

'Kinderen dromen heel gedetailleerd'

Het is onmogelijk om vast te stellen vanaf welke leeftijd kinderen gaan dromen, om de simpele reden dat ze de eerste jaren nauwelijks in staat zijn om hierover te vertellen. Toch zullen ouders als hun baby of peuter angstig wakker wordt, geneigd zijn te denken dat het ‘wel naar gedroomd zal hebben’. Uit onderzoek zou echter gebleken zijn dat kinderen tot een jaar of 9 helemaal niet zo vaak dromen. José Sagasser, klinisch pedagoge en zelf moeder van drie kinderen, zet haar vraagtekens bij die conclusie. "Ik heb altijd veel moeite met dat soort extreme uitspraken. Ten eerste; hoe is dat onderzocht? Jonge kinderen vertellen niet zo gemakkelijk hun dromen aan vreemden. Daarbij is het goed mogelijk dat ze, omdat ze hun dromen niet onthouden hebben, dénken dat ze nooit dromen. Het valt me vaak op dat kinderen hun dromen beter onthouden als ze een nachtmerrie hebben gehad. Dat is ook niet zo gek, natuurlijk. Bovendien is het een feit dat als volwassenen zich dromen van vroeger herinneren, het heel vaak dromen zijn uit de vroege jeugd. En die zijn heel heftig, en gedetailleerd. Dus misschien dromen jonge kinderen inderdaad wat minder, maar áls ze dromen komt het wel aan!"

Slaapwandelen en nachtangst

Slaapstoornissen als nachtwandelen, bedplassen en nachtangst komen vooral voor tijdens de non-remperiodes. Dat is niet zo vreemd: een kind dat z’n bed uitstapt en door het huis gaat kuieren, moet behoorlijk diep in slaap zijn als het daar niet meteen wakker van wordt. Hetzelfde geldt voor bedplassen. Over de oorzaak van slaapwandelen is weinig bekend. Wellicht is er sprake van een erfelijke aanleg. Maar kwaad kan het in elk geval niet, zolang de omgeving maar veilig is. Bij notoire slaapwandelaartjes zijn simpele maatregelen als een traphekje, het afsluiten van de keuken en buitendeuren, afgeschermde tafelpunten en het opruimen van rondslingerende struikelobjecten voldoende om ongelukken te voorkomen. Volgens sommige deskundigen loopt een slapend kind bijna altijd naar de kamer van z’n ouders toe, of naar een lichtpunt. Een nachtlampje in de slaapkamer zou dus kunnen helpen om de ommetjes door het huis te beperken. Een slaapwandelend kind hoeft niet gewekt te worden: dat verstoort alleen maar zijn slaap, zegt Sagasser. "Bovendien kan het nogal een schok zijn als je wakker wordt en je blijkt ineens in de gang te staan." Ouders hoeven hun kind dus alleen maar voorzichtig weer naar zijn bed te leiden. Vaak gaat slaapwandelen na een tijdje vanzelf weer over. En ’s ochtends kan een kind zich er niets van herinneren.

Dat laatste geldt ook voor nachtangst. Dit fenomeen is vooral voor ouders een angstaanjagende ervaring. Het kind gaat plotseling gillen, is overstuur, vaak bezweet en erg verward. Het lijkt wakker, maar is dat niet. Een aanval kan variëren van twee minuten tot een half uur, maar meestal is het binnen tien minuten voorbij. Daarna slaapt het kind weer rustig door. Nachtangst komt vooral voor bij kinderen tussen de drie en vijf jaar. Als ouder kun je weinig doen: wakker maken lukt niet en ‘gewoon’ laten gillen is ook geen kalmerende optie. Wat dan wel? De pedagoge raadt aan zacht en geruststellend tegen je kind te praten. Sla voorzichtig een arm om hem heen, streel je kind of omhul hem zachtjes met zijn dekbed. Was eventueel zijn gezicht en hals met een warm nat washandje. Laat hem daarna zo snel mogelijk weer doorslapen.

Nare dromen

Nachtmerries worden vaak verklaard als een psychische verwerking van onveilige, onrustige of traumatische situaties overdag. Daarnaast zijn er ook lichamelijke factoren die dit soort dromen kunnen stimuleren. Enkele oorzaken zijn bijvoorbeeld koorts, te laat of te veel eten, een voedselallergie, oververmoeidheid, op de rug slapen, een te warme kamer en het gebruik van (zware) medicijnen. Niet te veel opwinding voor het naar bed gaan en een rustig slapengaan-ritueel kunnen helpen om het ontstaan van nachtmerries te beperken.

Hoewel iedereen wel eens vervelend droomt, komt dat in sommige families vaker voor. Kinderen die slaapwandelen, blijken er ook vatbaarder voor te zijn. De eerste reactie van ouders op nachtmerries van kinderen is vaak om het kind te troosten, wat water te laten drinken, eventuele monsters op te sporen en hardhandig te verjagen. Op zich een handelswijze waar niets mis mee is. Met een beetje geluk slaapt het kind daarna gerustgesteld door. Maar valkuilen zijn er ook. Ouders zijn snel geneigd om te zeggen dat er ‘niks aan de hand is. Het was maar een droom. Ga maar weer lekker slapen’. Dat laatste valt echter niet mee als je ervan overtuigd bent dat dat monster straks gewoon grinnikend terugkomt. De fantasie van kinderen is voor hen vaak realistischer dan de werkelijkheid. Hun angst blijft op deze manier dus niet alleen onverminderd; ze voelen zich ook nog eens niet serieus genomen.

Niet meer durven slapen in eigen bed

Anderen proberen het kind gerust te stellen door het uit z’n bed te halen. Een tactiek die een voedingsbodem kan zijn voor het creëren van een slaapprobleem, vertelt Sagasser. Ze komt de gevolgen ervan in haar adviespraktijk nogal eens tegen. Een kind wil of durft niet meer in slaap te vallen, laat staan in z’n eigen – veilige – bed. Bovendien voelt een kind haarfijn aan dat zijn ouders zich ongerust maken en dat het elders een stuk gezelliger is. "Er is niets mis mee als een kind een nachtje bij jou in bed slaapt, dat doe ik zelf ook wel eens. Maar ik denk dat ouders zich niet realiseren dat als je na een nachtmerrie tegen een kind zegt: 'Kom maar even bij ons zitten, of bij ons slapen', je automatisch suggereert dat het daar veiliger is. En een kind is natuurlijk ook niet gek! Als het niet kan slapen en jij vraagt steeds ongerust of ’ie soms bang is en liever bij jou wil slapen, zegt hij natuurlijk ja. Desgewenst heeft hij wel driehonderd leeuwen onder z’n bed."

Dromen minder eng maken

Het is dan ook handig om je kind te leren zelf een eind te maken aan z’n droom, of er een andere wending aan te geven. Hiervan zijn curieuze voorbeelden uit de praktijk bekend. Zoals het jongetje dat vaak droomde dat hij opgesloten zat in huis. Toen zijn moeder hem suggereerde dat hij moest kijken of er ergens een sleutel te vinden was, wandelde het kind in zijn volgende droom opgelucht naar buiten. Het werkt altijd goed als een kind z’n nare droom meteen na het ontwaken even mag vertellen. Bij jongere kinderen helpt het als hun fantasie serieus wordt genomen zonder dat ouders de droom ‘overnemen’. Vraag dus details over het monster, maar vul ze niet zelf in. Waar zit het kreng? Hoe ziet het eruit? Wat doet het waar het kind bang voor is? Wat zou helpen: uit het raam gooien? Z’n bek dichtbinden? Hoe voorkomen we nieuwe bezoekjes? Misschien helpt een plastic zwaard onder zijn bed. Of een toverstokje, om de droom weg te toveren. Wellicht biedt een speciale knuffel extra bescherming.

Bij kinderen vanaf een jaar of zes kan ‘nadromen’ een uitkomst zijn. Deze methode kan zowel meteen na de nachtmerrie als ’s morgens vroeg worden gebruikt. Vaak is het een kwestie van een paar minuten. Sagasser doet hiervoor een aantal suggesties aan de hand.

  1. Nadat het kind heeft verteld wat het droomde, kun je samen proberen een prettiger einde voor de droom te verzinnen. Misschien was er sprake van een totaal verkeerde karakterinschatting en blijkt dat monster best sympathiek te zijn. Of was dat enge beest juist zelf heel bang en op zoek naar een vriendje. Als er onbetwistbaar een naar loeder is opgedoken of als het kind gevangen zit, aan het verdrinken is of wat dan ook, kan nagegaan worden of er via derden nog hulp te verwachten is. Staat er niet toevallig een grote agent in de buurt? Of een handig laddertje, waarmee een kind uit een raam kan klimmen? Ouders kunnen zelfs voorstellen dat het kind z’n ogen dichtdoet – mama is er nu toch bij – en nog even in z’n droom probeert rond te kijken. Wie weet ziet hij nu wel een goed alternatief. Het belangrijkste is dat ouders wel hints aandragen, maar geen oplossing: die moet het kind zelf bedenken. Bovendien lijkt een nachtmerrie die gedetailleerd is besproken, al snel een stuk minder eng.
     
  2. Een ander idee is om het kind eerst de nachtmerrie te laten tekenen en vervolgens een droom met een goede afloop. Kleien kan ook: de enorme klauwen van die boze draak zijn misschien in werkelijkheid heel klein. En anders hakken we ze er gewoon af.
     
  3. Bij sommige kinderen helpt het als ze van hun droom een toneelstukje maken, of hem opschrijven – maar dan als sprookje. Waar het om gaat, is dat de fantasie hanteerbaar wordt. Een heel andere optie is, dat ouders het kind vertellen dat het kan stoppen met dromen als het dat wil. Heb je een nachtmerrie? Vertel jezelf gewoon dat je dit niet hóeft te dromen, dan word je meteen wakker.

Regelmatig nachtmerries

Soms hebben kinderen vaak nachtmerries achter elkaar, of dromen ze steeds hetzelfde. Volgens de Amerikaanse droomdeskundige Patricia Garfield zijn er drie thema’s die hierbij het meest voorkomen, naast een aantal andere.

  1. Achtervolgd of aangevallen worden. De betekenis van deze droom is meestal dat het kind wil wegvluchten van iets wat het bang maakt. Dat kan woede of een andere heftige emotie van het kind zijn, maar vaak gaat het ook om een te groot verwachtingspatroon van mensen in zijn omgeving. Het helpt als het kind onder ogen gaat zien dat het zelf actief kan worden en weerstand kan bieden.
     
  2. Gewond raken of doodgaan. In dit geval voelt het kind zich vaak emotioneel verwond of kapotgemaakt. Maar het is ook mogelijk dat het bang is om iets of iemand te verliezen. Dromen over de dood kan verder een letterlijke verwerkingsdroom van een sterfgeval zijn, maar ook betekenen dat het een bepaald probleem met iemand heeft opgelost.
     
  3. Iets engs voelen. Soms gebeurt er eigenlijk niets, maar dreigt er ‘iets’. Deze droom komt er meestal op neer dat kinderen bang zijn dat hun leven moeilijker wordt. Voor ouders is dit een waarschuwing: hun kind heeft veiligheid en steun nodig.

Het heeft weinig zin om met kinderen uitgebreid de symbolische betekenis van hun droom na te gaan. Die kan voor ouders van belang zijn omdat ze hun kind hierdoor beter kunnen helpen, maar een kind schiet met die wetenschap weinig op. Als een kind zeer regelmatig nachtmerries heeft, is dat volgens Sagasser reden om extra alert te zijn. "Want het betekent dat zo’n kind in een onveilige situatie leeft. En dat alleen al is een reden voor zorg, los van het feit of het te maken heeft met een onderliggende problematiek." Let in zo’n geval op mogelijke veranderingen in het gedrag, in het eetpatroon, eventuele leerstoornissen of een terugval in de ontwikkeling. Probeer ook na te gaan wat er aan de hand kan zijn; speelt er iets in het gezin of op school? Door hier een tijdje op te letten, kunnen de dromen soms worden verklaard. En die kennis helpt weer om kinderen een uitweg te bieden in hun nachtmerries. Vaak gaan ze zich dan ook overdag weer beter voelen.

Gevoelens uiten

Als ouders er zelf niet uitkomen, maar instinctief voelen dat er wat mis is, is het raadzaam om een pedagoog te raadplegen. Sagasser: "Soms zitten kinderen vol met dingen die ze wel willen uiten, maar niet tegen hun ouders. Bijvoorbeeld omdat ze die willen beschermen, of omdat dat juist degenen zijn waar ze heel boos op zijn. Dan hoeft het niet eens om een ernstig probleem te gaan, maar wel om iets wat het bij jou niet kwijt kan. Vaak betekent dat niet waar ouders bang voor zijn, namelijk dat de band tussen hen en hun kind niet goed zou zijn. Integendeel zelfs! Maar dit probleem moet het kind kennelijk even alleen oplossen. Een paar sessies kunnen je kind lucht geven, het kan zijn angsten uiten. En daarna kan ’ie weer verder. Zo’n proces is gewoon een stukje van het doorsnijden van de navelstreng."

Meer lezen over dromen en hun betekenis?
‘Kinderdromen’, door José Sagasser. Uitgeverij Holkema & Warendorf, ISBN 90 269 2428 3

Dit artikel is geschreven door Monique Montanus voor J/M voor Ouders.


Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie