Goed, het tweede kind dus

redactie 22 jun 2018 Blogs

Volgende maand word ik 39. Yaël is dan precies 7,5. Ik heb de afgelopen jaren vaak nagedacht over de vraag of ik nog een tweede kind zou willen. Steeds realiseerde ik me daarbij dat als ik geen beslissing nam, de tijd dat voor me zou doen. Toch voelde ik nooit haast.

Toen ik zwanger raakte van Yaël, was ik 30. In Amsterdam ben je dan net geen tienermoeder meer. Op zwangerschapsyoga was ik de jongste, de oudste was 48.

Toen ik afgelopen zomer bij de gynaecoloog was om mijn spiraaltje te laten vervangen, zei ze in voorzichtige bewoordingen dat ik wel een beetje vaart moest maken, mocht ik nog een tweede kind willen. Anders kon het zomaar te laat zijn. Nog steeds voelde ik geen enkele haast.

Nu is die hele vruchtbaarheid natuurlijk een beetje een abstractie. Het klinkt altijd een beetje sneu als mensen het zeggen, maar ik zeg het nu toch: ik voel me helemaal niet oud. Daarom vind ik het moeilijk te bevatten dat mijn eitjes al bijna overjarig schijnen te zijn.

Goed, het tweede kind dus. Dat ik geen haast heb, heeft maar één reden: ik wil het niet. Ik wil het écht niet. Ook niet een beetje. Gewoon helemaal niet.

Gelukkig wil Hanno ook geen tweede kind. Hij vindt ons leven goed zoals het is en geniet van onze nieuw verworven vrijheid nu Yaël elke week een nachtje gaat logeren. Soms voel ik een klein angstje dat hij zich op zijn 50ste of zo bedenkt en dat ik dan een oud wijf ben en dat hij dan een tweede leg begint met een leuke laatstekansmoeder. Dat kan zomaar gebeuren. Zoals er zoveel kan gebeuren.

Maar nu is het leven goed zoals het is. En niet alleen is het goed zoals het is, het is ook zwaar genoeg zoals het is. Als ik denk aan een nieuwe zwangerschap, word ik direct bevangen door een lichte paniek. Ik ben denk ik nog niet helemaal bekomen van de schrik dat alles, maar dan ook alles bij Yaël anders loopt dan ik had gedacht.

Geen enkele arts heeft bovendien antwoord kunnen geven op de vraag waarom Yaël gehandicapt is. De dames doktoren hebben eenvoudigweg geen oorzaak kunnen vinden en ze kunnen dus ook niets zinnigs zeggen over de kans op een gezond tweede kind.

Prenataal onderzoek dan? 'Bij een tweede kind zou je zeker alles voor de geboorte laten testen?' vroeg een vriend me een paar jaar terug. Ik moest hem uit de droom helpen: als ik tijdens de zwangerschap van Yaël alles had laten onderzoeken wat er te onderzoeken viel, was daar uit gekomen dat ik gewoon een gezond kind kreeg. Mensen denken dat alles tegenwoordig te testen is. Dat is niet zo. De klinische genetica staat nog maar in de kinderschoenen. 'Bel over een paar jaar maar terug,' zei de klinisch geneticus tegen me bij het laatste bezoek. 'We bewaren Yaëls bloed en tegen die tijd weten we heel misschien meer.'

Bij deze onzekerheid komt dat ik nooit een groot gezin heb gewild. Ik wilde één, hooguit twee kinderen, omdat ik niet zo geschikt ben voor dat praktische gedoe dat bij een groot gezin hoort. Het kind dat ik kreeg telde in veel opzichten voor vier. Vier voor de prijs van één! Ergens kreeg ik dus toch een groot en druk gezin. Met horten en stoten ontpopte ik me tot een voorbeeldige grootgezinmoeder. En Yaël werd in de loop der jaren, dankzij hulp van buiten, van vier langzaam drie kinderen. Ik zorg met liefde voor mijn drie-in-éénkind, maar een vierde wil ik niet. 

Reageer op artikel:
Goed, het tweede kind dus
Sluiten