Groep 8: D-Day

redactie 21 jun 2018 Blogs

Afgelopen week was het zover. Donderdag 5 juni zou Anne per brief te horen krijgen op welke middelbare school ze de komende jaren zou doorbrengen. Waar de rest van de Nederlandse aankomende brugklassers dat al maanden wist, moesten de Amsterdamse kinderen wel erg veel geduld opbrengen.
Maar goed, dat is nou eenmaal zo, niks aan te doen.

Die donderdagmiddag ben ik expres vroeg thuis. In gedachten zie ik voor me hoe we met z’n allen om Anne heen zullen zitten terwijl zij de blanco envelop opent. Ze zal de brief eruit trekken en die voorzichtig openen en daarop prijkt de naam van de school waarvan ze al zo lang weet dat ze daar het allerliefste naar toe gaat. Vervolgens zullen we elkaar bij de schouders grijpen, vreugdedansjes maken, elkaar uitbundig feliciteren en de champagne open trekken.
Maar donderdag gebeurt er niks. Er is geen mail, brief of telefoontje. Wel zwemles van Saartje en de derde avond van de avondvierdaagse waar Anne en Milo de 10 km lopen. Kortom de gewone gebruikelijke gezinsstress.

Veel later op die avond zitten Jasper en ik er nog van uit te puffen in de tuin – het is de eerste voorzichtige zomeravond van het jaar -, als een vriendin van mij belt. Haar zoon Berend, uit de parallelklas van Anna is ingeloot bij zijn eerste keuze school en zijn naam prijkt daar op een lijst die op de website van de school staat. Op die site heeft ze ook Anne’s naam zien staan.
‘Huh, dat kan niet,’ zeg ik. ‘Dat is haar zesde keus!’
Het nieuwe Amsterdamse matchingsyteem beloofde immers dat 99 procent van de kinderen die in september naar de middelbare school gaan, bij een school uit hun topdrie terechtkomt – al staat er diezelfde middag in Het Parool een artikel dat de verwachtingen tempert: daar gaat het om 75 procent bij de eerste keus, 99 procent bij de top 5. En Anne hoort dus bij die laatste 1 procent.

Ik moet dit allemaal even verwerken. Wat betekent dit precies? Is het wel een officiële lijst? Wat raar trouwens dat je die gewoon op de site kan vinden. Hoe zullen we het nieuws brengen? En vooral: hoe gaat Anne reageren? Die nacht slaap ik nogal onrustig. Ik zie ook absoluut voordelen: dit is zeker ook een heel goede school, veel dichterbij en daarmee ook aanzienlijk minder verkeersobstakels waar Anne straks dagelijks mee te maken krijgt. Maar het is niet de school waar Anne met rode konen rondhuppelde op de openavond en waarbij ze zich verheugde op de speciale creatieve vakken die daar gegeven worden en die heel goed bij haar passen.

De volgende morgen vertellen Jasper en ik het over de lijst en dat we niet weten wat het precies betekent maar dat we vermoeden dat dit de school is waar Anne is ingedeeld. Ze kijkt een beetje glazig voor zich uit en zucht: ‘Als Pien en Lotte wel zijn ingeloot, dan vind ik dat wel heel erg.’ Dat kan ik me best voorstellen.

Tussen de middag wordt ons vermoeden bevestigd en ploft de brief met daarin de definitieve school op de mat. Dat gebeurt bij meerdere gezinnen en dan breekt de storm los. De nieuwtjes vliegen over de app en mail. De moeder van Sophie belt me, boos en verdrietig dat haar kind ook bij haar vijfde keuze is terechtgekomen, terwijl Chloé, Anne’s beste vriendin, juist die school op één had staan en die zat weer op de school waar Sophie juist zo graag heen wil.
En zo zijn er meer voorbeelden van ongelukkige uitslagen. Van Anne’s vriendinnengroepje van zes meisjes is er één op de school van haar eerste keuze terechtgekomen.

De Facebookpagina Scholenruil Amsterdam en op het Ouderplatform Vereniging Vrijeschoolkeuze Amsterdam ontploft met berichten van boze ouders van teleurgestelde kinderen. En dat kan ik me voorstellen; want is dit hele circus niet een wassen neus – al die open avonden, de afwegingen van welke school het beste bij je past… En uiteindelijk is het één grote tombola waar je maanden in ronddraait om uiteindelijk willekeurig te worden uitgespuugd.

Ondertussen lijkt Anne aan het idee te wennen. We bekijken uitgebreid de website van haar nieuwe school en er blijkt daar ook veel aan toneel gedaan te worden. Berend komt nog langs om glunderend te vertellen waarom hij het juist zo’n fantastische school vindt.
‘Het gebouw blijf ik stom vinden,’ verzucht Anne, ‘maar goed, het scheelt tien kilometer fietsen per dag. Dat is per week 50 km en dan is dat per jaar zo’n 2.000 km!’
Ineens ziet de wereld er toch heel anders uit.

Reageer op artikel:
Groep 8: D-Day
Sluiten