Groep 8 en de echte wereld

redactie 21 jun 2018 Blogs

Het is maandagochtend. Met een paar verkleumde ouders en twee verwaaide leraren staan we het weekend nog uit onze ogen te wrijven op een winderige halte in Amsterdam-Zuid. Samen met de kinderen van groep 8 wachten we op de tram richting de Vinexwijk. We hebben net een heuse ‘rechtszaak’ achter de rug, waarin een jong volwassene, met een zware Amsterdamse tongval, werd veroordeeld tot 12 maanden cel omdat hij een gewapende overval heeft gepleegd. Weliswaar met een nep wapen maar toch.

In groep 8 worden de kinderen voorbereid op de grote sprong naar de echte wereld van de middelbare school. Dus mogen ouders geen vergeten gymtassen achterna brengen, wordt de hoeveelheid huiswerk opgevoerd en krijgen ze dus ook een kijkje in de keuken van de echte wereld.

Het bezoek aan de rechtbank is een onderdeel van een project van de Peter Faber stichting, een initiatief van de gelijknamige wijkgenoot. De stichting geeft onder andere voorlichting over jeugdcriminaliteit in groep 8. In de klas van Anne zijn twee politieagenten en een draaideurcrimineel komen vertellen over hoe het is om in de gevangenis te zitten.

Ik kijk om me heen. Een groepje jongens probeert zich steeds verder van de rest te verwijderen en wordt wel drie keer teruggefloten door de juf. Twee jongens naast me vergelijken de zaklamp aan hun sleutelhangers. De verschillen tussen de kinderen lijken zo groot. Sommigen uit deze groep zijn nog zo echt kind – in hun eigen wereld met robots of paarden. Anderen zie je al echt richting puber schieten: grote voeten, harde stemmen. Die zijn helemaal klaar voor de brugklas.

De meeste kinderen ken ik al bijna acht jaar, vanaf dat ze 4 of 5 jaar oud waren. Ik ken hun moeders en vaders bij hun voornaam. Ik weet of ze broertjes en zusjes hebben, en soms zelfs wie hun grootouders zijn. Bij veel van hen ben ik wel eens thuis geweest en met enkele moeders heb ik de afgelopen acht jaar een dierbare vriendschap opgebouwd. Een weemoedig gevoel kruipt langzaam omhoog. Anne maakt zich vaak zorgen om hoe het volgend jaar gaat met haar vriendschappen wanneer het vertrouwde clubje uitwaaiert over de stad. Ik houd haar dan voor dat ze voor de herfstvakantie een hele zwik nieuwe vriendinnen heeft. Maar eerlijk gezegd vind ik het ook spannend hoe dat allemaal zal gaan. Haar nieuwe vriendinnen leer ik vast niet zo goed kennen als de kinderen die vanaf hun vierde over de vloer komen. Laat staan dat ik hun ouders allemaal ken. Ook ik zal dat vertrouwde gevoel missen.

Ik zie hoe Anne druk staat te gebaren tussen haar vriendinnen in. Het gesprek gaat over de rechtszaak: was-ie nou echt of nagespeeld?
‘Nee joh, die verdachte zag er echt veel ouder uit dan 19,’ zegt Pip zelfverzekerd, een jonge hippe dame met een hoge paardenstaart.
‘Maar die bewaker zei dat het allemaal echt was,’ brengt Anne in. ‘En je kon aan de stem van de verdachte horen dat hij echt heel veel spijt had, omdat z’n moeder zo verdrietig is ervan.’
‘Ja, die wou niet eens op bezoek komen in de gevangenis,’ valt een ander bij. ‘En als het nep was geweest hadden we ook niet door de poortjes gehoeven met onze tassen op dat ding dat je ook op Schiphol hebt.’
Een mooie redenatie.

‘Wat is jullie vooral bijgebleven van deze ochtend?’ vraag ik nieuwsgierig.
‘Nou dat ik echt nooit in een rechtbank ga werken later!’ roept Pip boven de rest uit. ‘Veels te saai.’
Tot zo ver de echte wereld.

Dan komt de tram. De kinderen persen zich naar binnen en draperen zichzelf als vloeibaar rubber over de stoeltjes. Zo als alleen (bijna-)pubers kunnen doen.

Reageer op artikel:
Groep 8 en de echte wereld
Sluiten