Groep 8: fietsen

redactie 21 jun 2018 Blogs

Vanwege het matchingsysteem is het nog niet duidelijk naar welke middelbare school Anne gaat. Maar hoe het ook zij, ze zal zich straks dagelijks in het idioot drukke verkeer van Amsterdam gaan storten. Tot nu toe is ze alleen de zeer overzichtelijke rechttoe rechtaan fietspaden van de Vinex-wijk gewend. Dus hoog tijd voor een oefeningetje ‘fietsen in de Grote Stad’. 

Anne ziet er niet zoveel heil in, maar wil wel graag naar de kapper. Ik maak haar lekker met een afspraak bij mijn kapper in de Jordaan. Die er dan ook maar meteen een blauwe pluk in zal verven. Met die pluk als lokaas heb ik een fietsroute in gedachte voor de zaterdag. 

Maar zoals dat vaker gaat met mijn plannen, is ineens de ochtend om en hebben we nog maar 45 minuten om de hele fietstocht af te leggen. Bovendien regent het pijpenstelen. Ik opper plan B: Anne’s fiets gaat mee in de tram tot aan het station waar mijn ‘oude’ stadsfiets zich toevallig in de fietsflat bevindt. Dan leggen we samen de verkorte route af.

Anne vindt het overdreven veel gedoe als je ook gewoon met de bus of zelfs lopend kan. Ik hou voet bij stuk; er moet en zal gefietst worden in de stad. De dagelijkse helletocht is nog maar drie maanden van ons verwijderd. 

Al sputterend hijst Anne haar fiets in het daarvoor bestemde rek van de tram en zinkt naast me op het bankje. Eenmaal bij de fietsflat aangekomen, slaat de paniek mij om het hart. Waar heb ik dat kreng neergezet? In ieder geval aan de rechterkant vanaf het water. Nou is die fietsflat zo gebouwd dat zelfs de beste postduif met GPS-verbinding in de war raakt. Na twintig minuten de flat op en neer gehold te zijn, geef ik het op. Ik heb inmiddels een zweetaanval, Anne staat zuchtend bij de uitgang en het uitstapje dreigt zeer ongezellig te worden.

Maar omdat er gefietst móet worden, ben ik nogal vasthoudend. Ik huur een OV-fiets bij het stalletje om de hoek. Hè hè, daar gaan we. Bruggetje over, tunneltje door. Onder de tunnel zie ik drie obscure mannen zich ophouden met plastic zakjes en geld in de handen. Dealen die nou drugs?

Anne ziet niks en rijdt vrolijk door. Tunnel uit, rechtsaf, linksaf, de gracht over. 

‘Let op voor toeristen,’ waarschuw ik, ‘want die lopen midden op straat.’ Anne omzeilt ondertussen met een zwierige bocht een groepje Spanjaarden. Haar blonde haar wappert als een vlag in de wind.
‘Wat zeg je?’ roept ze achterom.
‘Niks! Voor je kijken!’ hijg ik.

Bij de kapper parkeren we de fietsen op de brug. ‘Dan moet je altijd goed opletten dat je sleutels niet in het water vallen,’ hoor ik mezelf belerend zeggen. 
Anne kijkt me meewarig aan. ‘Tuurlijk mam.’

Na tweeënhalf uur – die pluk blauw kost belachelijk veel tijd vanwege een ingewikkeld scheikundig proces dat twee keer herhaald moet worden – maken we de fietsen weer open om richting het station terug te gaan. Anne is dolgelukkig met de pluk en ik vind het een reuze geslaagd uitje tot nu toe. 

Vlak voor het tunneltje gaat het mis. We halen net een bierfiets in met tien 10 lallende Japanners. ‘Hier naar links het fietspad op’ roep ik nog. Maar Anne zwenkt naar rechts de stoep op, schampt de stoeprand en valt languit over straat. De bierfiets moet vol in de remmen, twee Franse jongens met een grote kaart springen opzij en roepen ‘oh la la’.
‘Gaat het?’ vraag ik geschrokken.
‘Dat komt door die rotfiets,’ moppert Anne. 

Ze pakt haar fiets alsof er niks gebeurd is. Ze stapt op en om te laten zien dat ze alles onder controle heeft, duikt ze neuriënd met losse handen voor me het tunneltje in. Ik bijt heel hard op de binnenkant van mijn wang om maar niet alle waarschuwingen uit te schreeuwen die zich op dat moment in mijn hoofd verzamelen. 

Reageer op artikel:
Groep 8: fietsen
Sluiten