Hallo, hier is de inspecteur!

De onderwijsinspectie controleert de kwaliteit van het onderwijs. Dat doen ze onder meer door zelf op scholen te gaan kijken. ?J/M liep een dagje mee met schoolinspecteur Lonneke Coenen, die op bezoek ging bij de Arnoldus van Osschool in Benthuizen.

Tussen boomkwekerijen en omgeploegde akkers ligt het keurig aangeharkte dorpje Benthuizen. Het heeft twee scholen: de school met de Bijbel, waar inderdaad nog elke dag uit de Bijbel wordt voorgelezen, en ‘de openbare’, Arnoldus van Os. Daar meldt zich om kwart voor negen onderwijsinspecteur Lonneke Coenen. Om een journalist en een fotograaf van J/M maakt zij zich niet druk: ‘Er gaan wel vaker journalisten mee op inspectiebezoek. Zelfs een keer de minister. Ook dan is het zaak om gewoon je werk te doen.’

De Inspectie van het Onderwijs, zoals de dienst officieel heet, bestaat uit een legertje van honderdvijftig inspecteurs. Scholen worden – al naar gelang hun prestaties -?soms, regelmatig of vaak door de inspectie onderzocht. Voor ouders is dat belangrijk, omdat de kwaliteit van een school net zo moeilijk van buitenaf te beoordelen is als de kwaliteit van een ziekenhuis. Omdat de overheid onderwijs verplicht stelt, mogen ouders verwachten dat die de kwaliteit ervan ook kan garanderen.

De tijd dat een hele school van pure zenuwen een week lam lag als de inspecteur kwam, hebben we wel achter ons. Niettemin doet een school wel haar best voor een gunstig oordeel, want het rapport komt gewoon op internet te staan.

De Arnoldus van Os zit midden in een veranderingsproces. De nieuwbouwwijken van Zoetermeer kwamen steeds dichterbij te liggen, en de scholen die daar verrezen leverden een nieuw gevaar voor het ‘dorpsschooltje’ op: concurrentie. ‘We willen daarom een moderne school zijn, met een herkenbaar onderwijsconcept,’ zegt directeur Johan Kooy bij de koffie tegen Lonneke Coenen. ‘Omdat bij ons sommige groepen gecombineerd zijn, is zelfstandig werken belangrijk. Dat past goed bij het Dalton-concept, waarin zelfstandig werken centraal staat. We werken dan ook langzaam toe naar Dalton. Nu trekken wij zelfs leerlingen uit Zoetermeer aan.’?

Leesles in groep 3

Bij een vorig bezoek heeft de inspecteur gewezen op het belang van een goede methode voor taalontwikkeling bij kleuters. Johan Kooy vertelt dat ze Kinderklanken hebben ingevoerd, een gloednieuwe methode die niet al te duur is. ‘Je zult er straks een les van zien.’

Maar de inspecteur begint haar dag in groep 3. De kinderen doen een leesles. Vier kinderen krijgen een strookje met daarop een woord, en moeten daar eerst een zin van maken: de kok kookt soep. Als dat gelukt is, komt er een vraagteken bij, en moeten ze dus in een andere volgorde gaan staan: kookt de kok soep? Fluisterend legt Lonneke Coenen uit waar ze op let: ‘De juf heeft de plus-kinderen aan het werk gezet met een moeilijker opdracht. Dat heet adaptief onderwijs: je lesaanbod kunnen aanpassen aan de niveauverschillen tussen kinderen. Ik kijk ook om me heen: is er sprake van een uitdagende leeromgeving? Hoe is de werkhouding van de leerlingen, zijn ze gemotiveerd? Bovendien let ik op welke kinderen de beurt krijgen. Ik kan in de klassenmap zien hoe ze scoren op lezen, het is niet goed om alleen maar goede lezers de beurt te geven. Dat soort dingen.’

Voor we de klas weer verlaten checkt de inspecteur ook nog snel de pc. ‘Ik wil altijd even zien hoe die is ingericht. Het ziet er goed uit: de kinderen loggen onder hun eigen naam in, wat nodig is om vorderingen te kunnen monitoren. En er staat methodegebonden software op.’

Praten met de leerlingen

Om half tien kijken we even naar een smartboard (een beamer met een intelligent projectiescherm). Helaas heeft de juf de technische instructie nog niet achter de rug, zodat de interactieve mogelijkheden ervan nog niet benut worden. Het is tijd voor een gesprek met drie leerlingen.

Lonneke Coenen: ‘We bekijken alle aandachtspunten van zoveel mogelijk verschillende kanten. Als een directeur iets zegt, wil ik weten of het klopt met wat andere bronnen erover zeggen, ­zoals tussentijdse toetsen, en of de leerlingen het herkennen, wat het team erover zegt. Zo krijg je een betrouwbaar beeld.’

Anne-Veerle, Dennis en Michiel schudden de inspecteur netjes de hand.
Lonneke Coenen: ‘Weten jullie wat ik kom doen?’
Dennis: ‘De school inspecteren.’
Lonneke: ‘Of de muren goed zijn en zo?
Dennis: ‘Nee, wat wij doen. Als wij iets niet goed vinden, wordt er dan wat aan gedaan?’
Lonneke: ‘Ja, alleen moet je niet denken dat het dan morgen geregeld is. Daar gaat wel wat tijd overheen.’

De leerlingen vertellen over het ruzierooster: strafregels schrijven voor slaan of schoppen op het schoolplein. Het klinkt pittig, maar Dennis stelt de inspecteur gerust: ‘In groep 4 krijg je eerst een waarschuwing, dan moet je het nog leren. Maar als je het in groep 8 nog niet weet, dan moet je strafregels schrijven. Hoe vaker het gebeurt, hoe meer regels je krijgt.’

Michiel vertelt hoe hij met spelling van E (het laagste niveau) naar A is gekomen dankzij een spellingsgroepje. Dat wordt waarschijnlijk een plusje in het schrift van de inspecteur. Ze vraagt hem of groep 8 nu, na de Cito-eindtoets, wel zo’n beetje klaar is met leren?

Michiel: ‘Nee, was dat maar zo!’

Zenuwen

Leerkracht Alfons geeft een les begrijpend lezen aan een nogal wilde groep 8. Een puberend meisje vooraan maakt het er niet relaxter op door te vragen: ‘Meester, bent u zenuwachtig? U schrijft helemaal niet netjes.’ Op het handschrift van meester Alfons is overigens niets aan te merken, maar een beetje stangen vinden deze kinderen natuurlijk wel leuk.

Na afloop vraag ik hem of de inspectie inderdaad tot zenuwen leidt bij team en directie. ‘Dat niet zozeer, maar het is vaak wel wat geforceerd. De inspectie stuurt een wensenlijstje van wat ze willen zien, en dat wordt dan over de collega’s verdeeld. Dus soms sta je een kunstje te doen dat voor dat moment helemaal niet in de planning stond. Maar het is onzin om de ramen eens extra te gaan lappen voor zo’n bezoek, want je kunt maar het best een reëel beeld geven van je school.’

Intern Begeleider Yvonne beaamt dat: ‘De inspectie komt met “aanwijzingen”, en daar heb je wat aan. Het is mooi als de inspecteur die positief formuleert, niet de nadruk legt op wat er slecht is, maar op hoe je dingen beter kunt doen. Anders gaat al je energie op aan verontwaardiging. Dat hebben we ook wel meegemaakt. Ook de kans op een weerwoord is belangrijk, vóór het rapport wordt opgemaakt. In het verleden is het wel voorgekomen dat de inspecteur tijdens het bezoek een indruk gaf van “niets aan het handje”, terwijl er dan later van alles in dat rapport kwam te staan.’

Lonneke Coenen gaat van klas naar klas. Tussen de middag praat ze met het team. Soms nodigt ze ook ouders uit om naar school te komen, vertelt ze.

Aan het einde van de dag volgt tot slot – onder vier ogen – het tweede gesprek met de directie. ‘Maar ze hoeven zich geen grote zorgen te maken, hoor.’ l

Hoe scoort uw school?

Ook over de school van uw kind zijn ?rapporten geschreven. De verslagen van het Jaarlijks Onderzoek zijn summier, die van het Periodiek Kwaliteits Onderzoek (dat eens per vier jaar gehouden wordt) zijn veel uitgebreider. Kijk op www.onderwijsinspectie.nl/zoekscholen en voer de naam van uw school in.

Reageer op artikel:
Hallo, hier is de inspecteur!
Sluiten