Hangouders Waarover praten zij…?

redactie 19 jun 2018 Ouders

‘Hangouders’ zijn een bekend fenomeen op elk schoolplein. Ze wisselen ervaringen en informatie uit, nemen het schoolbeleid en de leerkrachten door en bespreken het wel en wee van andere ouders en leerlingen. Is het ‘alleen maar gebep’ of juist een nuttige sociale interactie?

Hangouders, elke school heeft ze. Soms heten ze anders, al naar gelang de beschikbare hangplek: hekouders, zandbak-rand-ouders, pleinouders of zelfs bakfietsouders. Allemaal ouders die na het brengen of ophalen van hun kinderen, blijven nakletsen op het schoolplein. Hoogopgeleiden doen dat evengoed als laagopgeleiden, allochtonen net zo vaak als autochtonen. Maar niet alle hangouders zijn hetzelfde. Wel kunnen ervaringsdeskundigen Malous Goossens en Wout Schmits, respectievelijk 16 en 35 jaar werkzaam op diverse basisscholen, een aantal veel voorkomende kenmerken noemen. Zo hebben notoire hangouders meestal geen werk; werkenden ‘hangen’ alleen op hun vrije dagen. Vandaar ook dat het doorgaans moeders zijn. Verder hebben de meesten een eerste kind in de onderbouw: naarmate die ouder wordt, of als ouders meer schoolgaande kinderen hebben, zie je ze minder.

Een ander gemeenschappelijk kenmerk is dat ze zeer betrokken zijn bij hun kind én bij de school. ‘Ze willen graag van alle ins en outs op de hoogte zijn,’ verklaart Goossens. Het zijn volgens Schmits en zijn team ‘ouders bij wie de navelstreng nog niet is doorgesneden.’ ‘Hun gedrag vertoont soms eigenschappen van een heuse subcultuur,’ zegt Wout Schmits. ‘Het gaat dan om mensen die overdag alleen thuis zijn en daarom weinig hebben om naar terug te keren. Hun hele sociale leven speelt zich rondom school af. Daar hoort ook een bepaald sociaal patroon bij van urenlang boodschappen doen en bij elkaar op de thee gaan.’

Goossens onderscheidt drie soorten hangouders. Allereerst zijn daar degenen die elkaar persoonlijk iets te vertellen hebben en elkaar daarom opzoeken. De tweede groep zijn actieve ouders – bijvoorbeeld uit de ouderraad – die bij het hek informatie uitwisselen over de dingen die gedaan moeten worden. En ten slotte ontstaan er incidenteel groepjes wanneer de school een of andere heikele beslissing heeft genomen, die uitgebreid becommentarieerd wordt op het plein.

En dan zijn er nog de hechte schoolvriendinnen, die – al dan niet met anderen eromheen – elke dag wel iets te bepraten hebben. Tot die categorie behoren Maria Dubbeldam en haar boezemvriendin Meike Venema. Samen met een andere moeder vormen ze de kern van een groepje van zes vrouwen. Ontstaan in de kleuterklas, toen allerlei emotionele gebeurtenissen de vrouwen samenbrachten. Bijna dagelijks blijven ze na schooltijd nog een uur op het schoolplein zitten, terwijl hun zoontjes daar voetballen. Mét een thermoskan thee en soms een flesje wijn. Om vier uur gaat het hek dicht en gaan ze huiswaarts. ‘Het kost soms een hoop energie, maar ik heb er wel een paar zussen bij.’

Kakeltantes

Vraag het een willekeurige ouder en de meesten zullen hun neus ophalen voor deze ‘kakeltantes’. Ineke Huibregtsen verwoordt wat velen denken. Zij vond het maar ‘verveeld geklets van moeders die niets beters te doen hebben.’ Hekouders voelen dat goed aan. Linda Groot, die geregeld met vier of vijf andere moeders nazit op een bankje voor de poort, vangt regelmatig minachtende blikken op. ‘Het is net een stelletje domme pubers die zichzelf heel wat vinden. Dat geroddel! En maar giechelen! Zitten ze je van onder tot boven uit te checken en te beoordelen. We zijn toch volwassen, denk ik dan,’ verklaart Will Tiemesen haar afkeer. En al zeggen alle hangmoeders dat ze ‘geen gesloten formatie’ vormen en dat iedereen welkom is, in de praktijk blijkt dat toch moeilijker. ‘Ja, je kunt er af en toe even bij komen zitten, maar tot de harde kern zul je niet toetreden.’

Ook leerkracht Malous Goossens beschouwde hen aanvankelijk vooral als bemoeizuchtige kleppen. Tot ze zelf kinderen kreeg en toetrad tot het pleinleger op de school van haar zoons. Toen zag ze de andere kant. ‘Een hanggroep biedt ouders de kans ideeën af te tasten. “Hoe denk jij daar nou over?” Het is een markt voor alle materiële en immateriële waar die onontbeerlijk zijn voor het ouderschap, verwoordt Ineke Huibregtsen het. Zo krijg je de broodnodige informatie over leuke balletclubjes en goede oppassen. Of handige adviezen over wat je kunt doen aan het bedplassen van je dochter. Het clubje van Meike Venema en Maria Dubbeldam stemt ook opvoedingsideeën af en schroomt niet elkaar kritiek te geven: ‘Het laait soms hoog op, maar ik leer er wel van.’

Herkenning, ook een belangrijke functie van de hanggroep. Zo komen ouders erachter dat zij niet de enigen zijn met een kind dat niet eet. Praktische steun geven hekcollega’s elkaar ook. ‘Als een van ons in de file zit, neemt een ander haar kind mee,’ geeft Linda Groot als voorbeeld. ‘We staan voor elkaar klaar.’ Maar het belangrijkste is volgens Venema en Dubbeldam dat op deze manier een goede sfeer op school ontstaat, waar niet alleen de moeders, maar ook hun kinderen baat bij hebben. ‘Het is een soort forum waar je je vragen en problemen kwijt kunt.’ En ook andere moeders kunnen ervan profiteren: ‘Zij kunnen altijd bij ons terecht met vragen. En als wij merken dat er iets leeft op het schoolplein, kunnen wij dat doorgeven aan de school. En vlak ook de lol en de gezelligheid die we met elkaar hebben, niet uit.’

Waarover praten zij?

Behalve over opvoedingsakkefietjes gaan de gesprekken vooral over allerhande schoolse zaken die opwinding veroorzaken. Een nieuwe groepsindeling, een hoofdluisepidemie, een te duur schoolreisje, een onterechte straf, een kerstdiner waarbij ouders niet zijn uitgenodigd, een onverwachte vrije dag of de vieze wc’s zijn populaire onderwerpen. Ook niet goed functionerende leerkrachten zijn een dankbaar thema. De hangmoeders kennen allemaal wel een geval waarin een onderwijzer uiteindelijk het veld moest ruimen na (terechte) kritiek van ouders. En ja, dat begint meestal op het schoolplein (‘Waar anders?’), al was het alleen maar om even te polsen of anderen er ook zo over denken. Persoonlijke perikelen bespreken ze niet, zeggen ze. Dat doen ze toch liever binnenshuis. Natuurlijk, geroddeld wordt er ook, over andere kinderen en hun moeders. ‘Het zou niet eerlijk zijn als ik zeg dat we dat nooit doen. We zijn toch vrouwen onder elkaar,’ bekent Linda Groot. Maar, voegt ze er direct aan toe, het is wel altijd gebaseerd op feiten. Of ze tasten bij elkaar af hoe zij dat nou zouden doen met zo’n lastig kind. ‘Maar,’ benadrukt Linda Groot, ‘we maken niemand af.’

Lastig en bedreigend

Hangouders kunnen veel last veroorzaken. Geluidsoverlast, doordat ze vlak voor de ramen staan te kletsen. Of vuiloverlast, doordat ze als dank voor het aangenaam verpozen peuken en andere rotzooi achterlaten. Leerkracht Wout Schmits maakt ook wel mee dat ouders blijven beppen in het lokaal of op de gang. Als je je klasje in stelling wilt brengen om met de lessen te beginnen, is dat behoorlijk storend. Soms hebben ze het zelf niet eens door. ‘Wij zijn eens weggestuurd, omdat we op de gang stonden te lachen terwijl ze binnen de Cito-toets deden!’ bekent Meike Venema beschaamd.

Scholen vinden dit soort hanggroepen nogal eens bedreigend. ‘Wat buiten school gebeurt, is volstrekt ongrijpbaar,’ geeft leerkracht Malous Goossens als verklaring. ‘Een mug kan dan al gauw een olifant worden.’ Hangouders vormen een extra stem waar het onderwijs niet altijd op zit te wachten. Leerkrachten, zeker als ze nog jong en onervaren zijn, kunnen zich er flink geïntimideerd door voelen. Goossens kan daarover meepraten: ‘Vooral als je zelf al niet helemaal gelukkig bent met een bepaalde situatie en je die ouders dan bij elkaar ziet staan, kun je daar als beginnende leerkracht heel onzeker van worden.’ ‘Ze voelen zich aangetast in hun autonomie,’ vult Wout Schmits aan. ‘Niet elke leerkracht kan goed met kritiek of onderbuikgevoelens omgaan.’

Soms gaat de angst voor hekouders wel erg ver. Zo werden ouders op de school van Meike Venema en Maria Dubbeldam gewaarschuwd niet al te hecht te worden. Dat zou verstikkend kunnen werken en bovendien vervelend zijn voor buitenstaanders. Meike Venema verdenkt de school er stiekem ook van dat die haar dochter niet in dezelfde klas geplaatst heeft als Maria Dubbeldams dochter, omdat hun moeders zo close zijn. Raar vinden ze dat. ‘Een goede school hoeft toch niet bang te zijn?’ ‘Natuurlijk gaan ze over de tong,’ aldus Linda Groot. ‘Maar dat gebeurt ook buiten de groepjes. En als een docent niet goed werkt, is dat maar goed ook. Als je er niks van zegt, wordt je kind de dupe.’

Mopperen en klagen

Niemand schiet er iets mee op als het gemopper blijft steken op het plein. Dat dat soms wel gebeurt, komt volgens Goossens omdat ouders vaak geconfronteerd worden met voldongen feiten, beslissingen van de school waaraan ze toch niets meer kunnen veranderen. Klagen is dan nog het enige dat rest. ‘Verder zijn ouders soms bang voor het gelijk van de school. Zíj komen alleen op voor het belang van hun kind; de school heeft met tweehonderd leerlingen te maken. En je wilt ook niet altijd die overbezorgde moeder zijn. Ten slotte zijn sommigen bang dat de meester hen misschien een zeur vindt en dat dat terug zal slaan op hun kind.’ Maar, benadrukt zij, elke school wil echt liever dat ouders met klachten naar hen toe komen. ‘Dan kun je het uitleggen en erger voorkomen.’ Gelukkig weet uiteindelijk bijna iedereen wel de juiste weg te vinden: via een gesprek, de mr of een brief aan bestuur of directie. Scholen zouden zich wel eens iets vaker kunnen realiseren wat bepaalde beslissingen voor ouders betekenen, vindt Goossens. Als moeder begrijpt zij de onrust van ouders namelijk wel. ‘Brieven zijn soms onzorgvuldig gesteld. Ik kan tussen de regels doorlezen en zien waarom een bepaalde maatregel is genomen. Maar de meeste ouders kunnen dat niet.’ Zij zou het ‘niet onverstandig’ vinden als scholen zich eens iets vaker tussen de hangouders mengen, bijvoorbeeld door een koffie-ochtend voor ze te organiseren.’ De school van Wout Schmits kent zo’n initiatief. En inderdaad, het werkt: ‘Het mopperen is er niet minder om geworden, maar je vangt wel snel de signalen op en kunt op tijd inspringen. Zo wordt veel onrust voorkomen.’

Hoe lastig en bedreigend hangouders misschien ook overkomen; de school kan er uiteindelijk ook beter van worden.

Goossens: ‘De mug wordt soms een olifant, maar de olifant wordt vaak ook weer een mug doordat ouders elkaar tot de orde roepen.’ Bovendien: in die groepjes kunnen ook hele leuke ideeën ontstaan. De hangmoeders zelf voelen er niets voor om zichzelf op te heffen. Daarvoor biedt het hun gewoon te veel. ‘Ik wil niet verhuizen omdat ik de andere moeders niet zou willen missen.’

Hekouders knappen hun hek op

Op basisschool ‘De Kleine Reus’ in Amsterdam heeft de term ‘hekouders’ een heel eigen betekenis. De school besloot de gebruikers zelf in te zetten om hun roestige, oude hek op te knappen. Gedurende een week schuurden, lakten en verfden de hekouders. Het resultaat: een glimmend hekwerk waartegen het fijn hangen is!

Zie ook: Hangouders, Ineke Huibregtsen, in: Ouderschap & Ouderbegeleiding, maart 2004.
 

Reageer op artikel:
Hangouders Waarover praten zij…?
Sluiten