‘Hé, zij is van K3!’

Leerkrachten worden niet graag geobserveerd. Althans, dat geldt voor de meesten. Ze weten namelijk uit ervaring dat zo’n klassenbezoek, waarbij een collega, directeur of adviseur komt observeren, vaak vies tegenvalt. En met vies tegenvallen bedoel ik ‘onrustige kinderen, die niet doen wat ze moeten doen’. En onrustige kinderen betekent een onrustige juf of meester, en een les die niet goed uit de verf komt.

Overigens is de volgorde in mijn ogen eigenlijk andersom: de leerkracht is onrustig, de kinderen gaan zich misdragen, en die leuke les kun je dan wel vergeten. Mijn advies: zorg dat je zelf goed voorbereid bent en, nog belangrijker, vergeet de kinderen niet voor te bereiden op het klassenbezoek. Doe je dat niet, dan hangt het volgende boven je hoofd: de leerlingen, vooral de kleintjes, overvallen de gast met – vaak zeer komische – vragen:

‘Wat komt u doen?’

‘Hoe heet u?’

‘Bent u van K3?’

‘Waar komt u vandaan? Bent u Turks? Nee? Waar komt u dan vandaan? Marokko? India? Brazilie?’

Of, kort geleden tegen mijn 60-jarige collega: ‘Bent u Annie M.G. Schmidt?’

Als gast vind ik dat uiteraard alleen maar leuk en ontroerend, maar de leerkrachten kijken er soms wat zurig bij. Ook in een bovenbouwgroep kunnen leerlingen onverwacht uit de hoek komen.

Zo bezocht ik laatst een leerkracht van groep 8, van wie ik ook zeker weet dat hij zijn leerlingen niet verteld had dat er iemand langs zou komen. De gevolgen waren desastreus:
‘Meester, er is iemand…’ Voor de klas staat een heftig zwetende man van rond de 50. Hij negeert de leerling die hem op mijn komst attendeert. Zijn hoofd is zo rood als een tomaat. Over zijn slapen glijdt het ene na het andere zweetdruppeltje. De kinderen ogen groot, volwassen. Het is bijna onvoorstelbaar dat dit nog basisscholieren zijn. Sommige jongens hebben al kleine snorretjes, de meisjes hebben al flinke rondingen.

In het midden van de klas zitten vier donkere schoonheden, die ontdekt hebben dat hun leerkracht het zwaar heeft. Ze fluisteren, giechelen en wijzen naar zijn rug waar zijn blouse aan vast is gekleefd. Op het programma staat een taalles waarbij het gaat om nieuwe woorden leren. Bij deze les wordt de leerkracht geacht de les op een prikkelende manier te openen. De betreffende leerkracht heeft een toneelstukje bedacht dat hij voor de kinderen wil opvoeren. Het is niet gelukt om de tekst uit z’n hoofd te leren, dus hij draagt de zinnen – struikelend en wel – van het blad voor.

‘Wat is dit voor lesje, man?’ vraagt een van de meisjes aan haar buurvrouw.

‘Geen idee,’ zegt de ander schouderophalend, ‘normaal doet-ie het nooit zo.’

En dan gaat het giechelen over in proesten. De brutaalste van de vier roept: ‘Meester, u zweet!!!’ En vervolgens weer tegen haar buurvrouw: ‘Oh my God, hij zweet echt joh, kijk dan man, op zijn voorhoofd.’
De meester gaat stug door, al mompelend: ‘Ja, ik zweet ja.’

Het is een lieve, aandoenlijke man. Zo’n type dat dol is op zijn drie dochters die hij thuis heeft. Als hij iets zegt, komt het er altijd onhandig uit. Als dochter kun je dan maar twee dingen doen: door de grond zakken of hem innig omhelzen.

‘Wat vind je nou zo lastig,’ vraag ik achteraf.

‘Ik vind dit niet lastig,’ antwoordt hij, ‘het zijn gewoon die meiden.’ Hij kijkt me beschaamd aan. ‘Ik bedoel, het is zo’n groepje, en een daarvan is heel aanwezig. Ik wilde mijn les starten, maar zag toen haar blik en die lach, en toen brak het zweet me gewoon uit…’

‘Het geeft niet,’ zeg ik, ‘volgende keer beter. Voor mij hoef je geen mooie kunstjes op te voeren. Zolang je maar plezier in je lessen hebt en ze uitvoert zoals jullie binnen de school hebben afgesproken. En misschien helpt het om je leerlingen voortaan voor te bereiden op een klassenbezoek.’

De leerkracht knikt meewarig. We wandelen samen terug naar zijn klas, waar het inmiddels een keet van jewelste is. ‘Ach,’ zeg ik, ‘en soms helpt voorbereiden ook niet, dan zijn de kinderen gewoon aan zomervakantie toe.’

Reageer op artikel:
‘Hé, zij is van K3!’
Sluiten