‘Heb je Down, schop dan één keer’

redactie 21 jun 2018 Blogs

We zitten met z’n drieën op de bank bij vriendin K. Op tafel een grote pot thee en een schaal soesjes. F. heeft bij mij gegeten, nadat ik op de redactieborrel snel een glas bubbels gedronken heb. Daarna zijn we samen naar K. gereden. Het is halfnegen en ik heb al gewerkt, geborreld en gegeten. Strakke planning!

K. is zwanger. Ze ziet er zo mooi en gelukkig uit met haar dikke buik. Ze is 42 en dolblij dat het eindelijk gelukt is. Een broertje of zusje voor haar dochter Bo van 8. Ze heeft niets laten testen, want ze wil dit kind hoe dan ook. ‘Heb je Down, schop dan één keer,’ zegt ze melig, met een hand op haar buik. De baby schopt. ‘Uh, twee keer!’ zegt ze snel.

Bo is er ook bij. Ze ligt beneden in bed, maar we zien haar blonde haar op een videoschermpje en daarnaast staat ook nog een babyfoon. Bo moet goed in de gaten gehouden worden, want ze heeft elke nacht epileptische aanvallen. Bo heeft Dravet, een lelijk epilepsiesyndroom.

Maar nu slaapt Bo. En wij bewonderen K.’s mooie buik, complimenteren haar met haar voluptueuze boezem  en praten eindelijk weer eens goed bij.

Dan klinkt er gepruttel uit de babyfoon. Op het schermpje zien we Bo bewegen. K. loopt even naar beneden om te kijken, F. en ik praten rustig verder. Het gepruttel gaat over in huilen. Wat klinkt dat raar. Het lijkt wel wolvengehuil. Dat komt omdat we het in drievoud horen, zeg ik tegen F: uit de babyfoon, uit de videobabyfoon en van beneden. Dan krijg je een raar echo-effect. We praten rustig verder.

Na een minuut of tien schreeuwt K. in paniek: ‘Het gaat helemaal niet goed!’ Ik gris mijn mobiel uit mijn tas om snel 112 te kunnen bellen en we rennen naar beneden. Daar zit op de rand van het bed een snikkende K., met Bo op haar schoot. Bo is half buiten bewustzijn. Ze heeft net een grote aanval gehad. Langzaam lijkt ze weer wat bij te komen. ‘Ze heeft nooit meer zulke aanvallen,’ zegt K. terwijl ze haar tranen wegveegt. Bo geeuwt. Ze wil slapen. K. legt haar voorzichtig op bed. F. dekt haar toe. We lopen weer naar boven en zien op het schermpje weer de blonde haartjes van Bo. Alsof er niets gebeurd is.

We hebben een gesprek over tonische aanvallen, tonisch-clonische aanvallen en stijfkrampen. F., grote ervaringsdeskundige, doet wat levensechte imitaties. Ik ben een beetje de gelukkige buitenstaander in het gesprek. Yaël heeft alleen maar epileptische activiteit, die van buiten niet zichtbaar is en ongeveer elke zeven minuten een korte absence geeft, maar daar zie je ook eigenlijk niets van. K. en F. bespreken op huis-tuin-en-keukentoon hun ‘coupeerbeleid': wanneer besluiten ze een coupeermiddel toe te dienen, een middel dat bedoeld is om een aanval acuut te stoppen? F. zegt dat anaal couperen haar niet lukt, omdat haar dochter tijdens een aanval letterlijk door het bed stuitert. Het gaat over de houdbaarheid van Rivotril-druppels, een ander coupeermiddel.

Ineens heb ik dat gevoel dat me soms bekruipt, het waar-ben-ik-toch-in-beland-gevoel. Anaal couperen, stijfkrampen, Rivotril. Nog niet zo lang geleden wist ik niet eens wat dat allemaal was. Tegelijk prijs ik me gelukkig dat Yaël in haar leven maar twee grote aanvallen heeft gehad. Waar ik destijds zeker een halfjaar van moest herstellen. Ik dacht dat ze doodging. Dat het elk moment weer kon gebeuren. Ik was bang.

Het gesprek gaat weer over leuke dingen. Over F.’s dagje naar de Efteling met allebei haar dochters, over K.’s zwangerschap. Ik ben ongelofelijk onder de indruk van K.’s incasseringsvermogen. Hoe ze de draad van de gezellige avond zo snel weer oppakt. Bo is inmiddels wakker geworden en mag bij haar moeders vriendinnen op schoot. Als we weggaan laat K. nog even de kleertjes zien die ze voor de baby in haar buik gekocht heeft. Ze hangen netjes aan een rekje, vrolijk te wachten op de baby. K. geniet alsof het haar eerste zwangerschap is, alsof ze geen tropenjaren achter de rug heeft, alsof Bo niet net een grote aanval heeft gehad. Precies dat is haar kracht, bedenk ik me op weg naar huis.

Reageer op artikel:
‘Heb je Down, schop dan één keer’
Sluiten