Heel opstandig

antwoord

Als je je kind een tijdlang bijna altijd zijn zin hebt gegeven, heb jij er als ouder inderdaad erg aan bijgedragen dat hij zich gedraagt zoals hij nu doet. 

Het werkt namelijk zo: heb je je kind steeds zijn zin gegeven en doe je dat een keer niet? Dan haalt je kind álles uit de kast om toch zijn zin weer te krijgen. Dat is logisch, het is hem tenslotte steeds gelukt! Steeds wanneer je uiteindelijk weer toegeeft, leer je hem een belangrijke – maar verkeerde – les: ‘Als ik volhoud, lukt het me toch om mijn zin te krijgen!’ En daar wordt je kind geen leuker kind van. 

Het voelt misschien als iets aardigs voor je kind om toe te geven aan zijn wil en wensen, maar in werkelijkheid is het juist helemaal niet goed en fijn voor je kind. Kinderen hebben namelijk grenzen nodig van ons als ouders en andere belangrijke volwassenen. Dat geeft houvast, vertrouwen en duidelijkheid. 

Het leert ze inzien dat dingen soms niet mogen of kunnen, en het leert ze hoe ze daarmee kunnen omgaan. Het geeft rust en zorgt ervoor dat kinderen luisteren en zich gezellig en sociaal gedragen. 
Kortom: je helpt je kind er echt niet mee om steeds toe te geven. Sterker nog: het is niet goed voor hem en hij wordt er geen leuker mens van; voor zichzelf niet en voor zijn omgeving niet! 

Bovendien wordt ook de sfeer in huis alleen maar slechter van veel toegeven. Op het moment zelf voelt het misschien als de makkelijkste weg – hij stopt met zeuren of dwars zijn -, maar het maakt zijn gedrag uiteindelijk alleen maar erger. Tijd voor verandering dus! Alleen heb je je kind inmiddels geleerd dat zeuren en doordrammen succes heeft, dus dat zal hij niet zomaar opgeven natuurlijk. En dat is goed te begrijpen! Je zult dus aan de bak moeten en vooral moeten volhouden met een nieuwe aanpak om verandering op te laten treden.

Je zoekt het vooral in de bestraffende sfeer. Dat werkt nu niet en gaat zeker niet helpen voor de langere termijn en de sfeer in huis. Ik denk dat het kan helpen om je hele aanpak juist veel positiever van insteek te maken. 

Onder positief valt ook duidelijke grenzen stellen en opbouwende feedback en correcties geven! Zo leert je zoon dat hij aandacht en positiviteit krijgt met leuk en prettig gedrag, waardoor hij minder de aandacht hoeft te krijgen op een negatieve manier. Ik kan je in dit antwoord natuurlijk niet alles meegeven, maar ik geef je wel een aantal belangrijke basiszaken:

Gewenst gedrag bevorderen

  • Prijs gewenst gedrag. Let heel goed op de dingen die wel goed gaan en wanneer hij wel luistert of stopt met drammen. Vertel hem hoe fijn je dat vindt. Verwoord leuk gedrag, aardig gedrag enzovoort. ‘Jee, je bent uit jezelf gestopt met doorvragen toen ik zei dat één koekje onze afspraak is. Fijn!’
  • Geef duidelijke, positieve instructies ‘Ik wil dat je stopt met springen op de bank. Van de bank af! Je mag wel buiten op de trampoline springen of boven op je eigen bed.’
  • Ga naar je kind toe als je hem aanspreekt of als je iets van hem wil. Maak eerst oogcontact en formuleer dan je vraag of punt positief en duidelijk.
  • Maak samen afspraakjes en help je kind vooraf herinneren aan de afspraken. ‘Weet je nog wat we doen als we binnenkomen? Jas aan de kapstok en tas in de keuken. Eens kijken of het jou lukt daaraan te denken als we naar binnengaan!’
  • Gebruik humor, maak luisteren leuk! Bedenk er een spelletje omheen, oefen met leren luisteren en benadruk de momenten waarop het hem lukt, roep met een gekke stem: ‘Je gaat toch niet zeuren hè, denk erom hoor, of ik kom je kietelen…’. Humor en creativiteit zorgen er op veel momenten voor dat je iets kunt doorbreken. Natuurlijk niet altijd en je houdt wel vast aan je standpunt, maar dit maakt het luchtig en leidt af.

Effectief en positief corrigeren

  • Kom op ooghoogte en dicht bij je kind als je hem wilt corrigeren. Op afstand wat roepen, komt veel minder aan.
  • Vermijd zoveel mogelijk de woorden ‘niet’ en ‘nee’.
  • Geef aan welk gedrag moet stoppen en wat het gewenste gedrag is.
  • Leg uit waarom het gedrag niet handig is of ander gedrag handiger/fijner.
  • Geef een alternatief of een keuze van twee dingen die wel mogen/kunnen.
  • Of: Laat je kind meedenken over een oplossing.

Spreek je kind duidelijk aan en laat hem logische consequenties ervaren in plaats van nutteloze straffen.
Spreek je kind duidelijk aan op zijn gedrag en laat eventueel logische consequenties volgen waar hij wat van leert en die in lijn liggen met wat gebeurd is.

Voorbeelden:

  • In plaats van boos te zeggen ‘Als je nu niet opschiet en luistert dan lezen we geen verhaaltje meer voor!’, kun je ook rustig en duidelijk de feiten aangeven: ‘Lieverd, je kunt nu blijven treuzelen en weglopen bij het uitkleden, maar straks is het wel tijd om te gaan slapen en dan is de verhaaltjestijd voorbij. Denk maar even na wat je wilt: treuzelen of een verhaaltje!’ Vervolgens houd je natuurlijk vast aan wat je zegt!
  • Is je kind roekeloos en onvoorzichtig met speelgoed? Dan kan een logisch gevolg zijn: leg hem uit dat als het niet lukt om ermee te spelen zoals bedoeld is, je het weglegt tot hij dat wel kan (of dat jullie er samen mee bezig gaan). Je maakt er een afspraak over. Aan hem de keus en jij pakt door als het niet stopt. 
  • Zeurt je kind om iets lekkers of leuks bij boodschappen doen of in de dierentuin? Bedenk eerst voor jezelf of je het wel of niet wil doen dit keer en wat je eventueel goed vindt. Maak een duidelijke afspraak samen, liefst direct aan het begin. Hier kun je ook een gevolg aan koppelen. Ik zou dit niet koppelen aan lief zijn, dan wordt het een beloning en kun je uiteindelijk veel discussie krijgen. Het kan bijvoorbeeld zo: ‘We spreken voor vandaag af dat we voor we naar huis gaan lekker een ijsje eten. We spreken ook af dat je er niet om zeurt, dat vind ik heel ongezellig. Dus zonder zeuren eten we straks een ijsje!’ Help je kind herinneren aan de afspraak als hij het even vergeet en er toch naar vraagt. Je kunt ook samen afspreken dat jij een codewoord zegt als hij het even vergeet. En grijp duidelijk in als het te veel zeuren wordt: dan gaat het ijsje dus niet door, dat was de afspraak. Boos? Dat mag, het blijft alleen wel zoals het is. 

Nog wat tips bij ‘grenzen stellen’

  • Vraag en luister eerst voor je reageert. Wat is er aan de hand? Vaak hebben kinderen een hele fantasie of idee achter hun gedrag of vraag. Door hier bij stil te staan kun je even ingaan op hun idee of wens, even meeveren zoals ik dat noem en daarna eventueel aangeven hoe jij het ziet of wat er wel of niet kan en mag.
  • Verwoord en erken de gevoelens en wens van je kind. Corrigeer eventueel op gedrag. Gevoel mag er altijd zijn. Natuurlijk is het jammer als je niets mag kopen als je dat wel graag wilde. 
  • Sommige regels zijn onderhandelbaar en sommige niet – bij die laatste hou je dus vast aan de regel!
  • Spreek je kind aan op zijn gedrag (wat hij gedaan heeft) en niet op de persoon (wie hij is).
  • Laat kinderen zelf meedenken over consequenties.
  • Blijf zelf rustig! Neem desnoods een time out voor jezelf als dat rustig blijven niet meer lukt.
  • Wees consequent: doe wat je zegt! (En denk dus goed na over wat je zegt!)
  • Geef aan dat fouten maken mag.
  • Zeg zelf sorry als je dingen niet handig hebt aangepakt of als je uit je slof geschoten bent.

Omdat het patroon bij jullie heftig is, is er ook best wat voor nodig om het om te draaien. Ik denk dat de online cursus ‘Positief en Creatief opvoeden’ of ‘Positief opvoeden’ van J/M je daarbij kan helpen.

Is dat niet voldoende dan kan ik je ook de cursus van How 2 talk 2 kids aanraden. Dat is meerdere bijeenkomsten en helpt je om het anders te gaan doen. 

Lukt het je niet? Schroom dan niet om hulp te zoeken via een CJG in de buurt daar kun je binnenlopen voor advies en er zijn ook cursussen te volgen.

Reageer op artikel:
Heel opstandig
Sluiten