Heimwee naar de drie R’s

redactie 21 jun 2018 Opvoedstijlen

Hoe tevreden ouders ook zijn over hun eigen opvoedkwaliteiten en die van hun partner; zelfvoldaan zijn ze niet. Ze zijn niet onfeilbaar, weten ze. Liefst 84 procent geeft toe wel eens fouten te maken. Welke misstappen zitten ons het meest dwars? En wat willen we onze kinderen absoluut bijbrengen?

Ouders & opvoeden

Ruim 80 procent van de ouders geeft toe wel eens fouten te maken. ‘Een fantastische uitkomst,’ reageert Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. ‘Ik maak me pas echt zorgen over die 16 procent die zegt nooit een misser te hebben begaan. Wat zou ik daar graag onderzoek naar doen! Want ik geloof ze niet. Opvoeden is net leven. Dat leer je met vallen en opstaan. Ik zou deze vraag zelf ook positief hebben beantwoord. En ik had eraan toegevoegd: regelmatig! Opvoeders nemen dagelijks tientallen beslissingen. Die kúnnen niet allemaal volgens het boekje zijn. Je voelt je net beroerd, hebt veel aan je kop of bent gewoon gehaast. Heel logisch dus dat je achteraf denkt dat je het misschien beter anders had kunnen doen. Waar gehakt wordt…’

Grootste opvoedingsmissers

‘Te weinig consequent zijn’ en ‘Te vaak toegeven’ prijken bovenaan in de top 10 van grootste opvoedingsmissers. Is die ouderlijke toegeeflijkheid de achillespees van de moderne onderhandelingsopvoeding? Je zou het bijna denken als je de kritiek – niet in de laatste plaats vanuit het onderwijs! – op de laat-maar-waaien-houding van ouders hoort. En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden is zelfs de titel van een populair pedagogisch werkje uit 1998. Ook Paul Treanor (41), vader van Dion (9), Milo (8), Pleuni (6) en Juno (4), ergert zich regelmatig aan ouders ‘die net doen of hun neus bloedt als hun kind overlast veroorzaakt of je aankijken met zo’n blik van: het had ook jouw zoon kunnen zijn. Mijn schuld is het niet!’ In het meer traditionele Ierland, waar hij vandaan komt, zou dat niet zo snel voorkomen.

De Winter: ‘Het klopt dat veel ouders moeite hebben met het stellen van grenzen en over de hele linie wat toegeeflijker zijn geworden. Maar we zijn geen volk van laissez faire opvoeders. Dat blijkt ook wel uit dit onderzoek. Mensen realiseren zich dat ze fout zitten. Alleen weten ze vaak niet wat de regels moeten zijn en wanneer ze zich moeten laten gelden.’

De nieuwe strengheid

Inmiddels lijken grote groepen ouders schoon genoeg te hebben van de softe pedagogische aanpak. Het moet maar eens afgelopen zijn met dat verwennen en ouders moeten hun nageslacht weer strenger opvoeden, zegt tweederde ferm. En als ze daarin falen, mag de overheid ingrijpen. Waarschijnlijk geldt dat trouwens vooral voor de buitenwereld; zelf zijn ze – ­ondanks een enkele misstap – misschien niet streng, maar in ieder geval meestal toch wel consequent genoeg, vindt 72 procent.

‘In discussies met ouders merk ik dat er inderdaad sprake is van een kentering,’ zegt Micha de Winter. ‘Daarin zie je de hele maatschappelijke discussie terug over de verloedering van de maatschappij en het verval van normen en waarden. Ons eigen kroost is oké, maar dat van de buren onhandelbaar. De behoefte aan een nieuwe strengheid is daar een logische reactie op. Ook wij pedagogen hameren er steeds op dat het stellen van grenzen niet vies of ouderwets is, maar even hard nodig als liefde en aandacht. Sterker nog: je móet ze wel stellen. Doe je dat niet, dan komen kinderen onherroepelijk in moeilijkheden in een maatschappij die voordurend van mensen vraagt dat ze zich met anderen verstaan en zich schikken naar hun mede­burgers. Je komt tegenwoordig niet ver als je je eigen grenzen als de enige ware ziet. Je moet juist flexibel om kunnen gaan met verschillen.’

Vaders zijn strenger

Van hun eigen kinderen krijgen ouders het trouwens ook keihard op hun brood. ‘Dat doe ik later heel anders,’ reageert Abel (13) op het beloningssysteem waarmee zijn moeder hem tot goed gedrag hoopt te bewegen. Grappig bedoeld, zeker, maar met een kern van waarheid: ‘Als mijn kinderen later stom doen tegen mij, kunnen ze kiezen: of ze krijgen een klap, of ze moeten me twee euro betalen, of ze gaan een halve dag in de kelder.’

De nieuwe strengheid zal moeders waarschijnlijk minder makkelijk afgaan dan vaders. Vooral vrouwen vinden namelijk dat ze op dat gebied (soms) forse steken laten vallen. Het is, zeggen ze in het onderzoek, hun grootste opvoedings­flater. Dat geldt ook voor Angela Tiemessen (34). Zij probeert consequent te zijn in de opvoeding van haar zesjarige dochter, maar ja, als Lana blijft doorzeuren, dan geeft ze toch toe. ‘Ach, wat maakt het ook uit,’ denkt ze dan. Haar man Roland is veel strenger. Die houdt zijn poot stijf, met als gevolg dat Lana dan huilend doet wat hij wil. Is dat het wel waard, vraagt Angela zich af. Daarmee tekent zich in het gezin Tiemessen een traditionele ­te­genstelling af: coulante ma, consequente pa. Vaders maken zich eerder zorgen dat ze te streng voor hun kroost zijn dan te toegeeflijk. Bijna één op de drie ziet dat als grootste pedagogische uitglijder. ‘Ik vergeet soms om dingen vanuit hun perspectief te bekijken,’ bekent ook Paul Treanor, om daar meteen aan toe te voegen: ‘Maar ja, met een regiment van vier kinderen is dat ook bijna ondoenlijk.’ Toch is zijn regime niet van ijzer. ‘Regels zijn er om af en toe gebroken te worden. Het zijn toch kinderen?’

De drie R’s

Terug naar Rust, Reinheid, Regelmaat? ‘Ja,’ beaamt 63 procent van de geënquêteerden volmondig. Angela Tiemessen hanteert die regel al sinds Lana’s baby­tijd. ‘Het geeft niet alleen Lana houvast, maar mij ook.’

Ook de Treanors zorgen voor voldoende rustmomenten (‘Ze hebben time-out nodig’) en vertalen de reinheid in gezond eten (‘Tegenwoordig zie je mij ook met een banaan!’). En ze zijn ‘vrij ritualistisch’. Zo heerst in huize Treanor een strak weekschema: maandag is afspraakdag, dinsdag judodag, woensdag zwemles- en hockeydag, donderdag balletdag, vrijdag afspraakdag of rust, en zaterdagochtend hockey. ‘De rest van het weekend is vrij.’

‘Rust, reinheid en regelmaat is natuurlijk nooit verkeerd, maar het klinkt mij een beetje te veel als “terug naar vroeger”. En daar schiet je geen klap mee op, want we leven nu eenmaal in een heel andere wereld,’ reageert De Winter. ‘Toen had de opvoeding een totaal ander doel. Als je in een autoritaire maatschappij leeft, is het belangrijk je kinderen op te voeden tot brave, gehoorzame burgers of goede gelovigen. Daar heb je nu niks meer aan. De jeugd van nu groeit op in een open samenleving, waarin niet op elke hoek een politieagent staat die zegt wat je moet doen. Je moet leren zelf je gedrag te sturen. Dat vereist dat ouders anders ouderen.’ Ook omdat kinderen tegenwoordig via internet grenzeloos toegang hebben tot de volwassen wereld. Ze kunnen virtueel alles ervaren. Zin om een leuke onthoofding te zien? Porno? Eén druk op de knop is genoeg.

De Winter: ‘Wil je ze niet ongecontroleerd naar buiten kiepen, dan zul je je als ouder bewust moeten bezighouden met wat ze eigenlijk doen. Meekijken, met ze praten, samen achter dat internet.’ En ze ondertussen voldoende verantwoordelijkheidsgevoel bijbrengen zodat ze ook zelf hun grenzen kunnen bewaken. ‘Rekening houden met anderen, zelfredzaamheid, eigen keuzes maken en beslissingen nemen; dat zijn waarden en doelen die bij een moderne opvoeding passen.’

Als ze maar gelukkig zijn

Laten dat nou net de opvoedingsdoelen zijn die hoog op het prioriteitenlijstje van ouders staan! Ja, hun geluk staat nog altijd met stip bovenaan: dat was vroeger zo en dat zal zo blijven. Maar direct daarna komen ‘Verantwoordelijkheids­gevoel’ en ‘Rekening houden met anderen’. ‘Daar draait het toch om in het leven?’ verklaart Angela Tiemessen haar keuze. ‘Voor mezelf geldt dat ook.’

Het viertal van Paul Treanor leert elke dag dat ze rekening moeten houden met hun broertjes en zusjes. Bijvoorbeeld met speelafspraken: ‘Ze mogen één keer per week ergens spelen en één middag een vriendje mee naar huis nemen. Daarna is het op. Anders komt de rest niet aan de beurt.’

‘Ik ben heel blij dat sociale opvoedingsdoelen zo hoog scoren,’ zegt De Winter. ‘Dat was een paar jaar geleden echt anders. De individualisering is iets te ver doorgeslagen, vind ik. Het kind is heilig verklaard. We zetten hem op een troon, staan er met een vergrootglas omheen om te kijken of-ie misschien niet een stoornis zus of een probleem zo heeft. Je hoort het ook terug in de taal: het draait om “mijn” kind. En het huidige onderwijs is helemaal gecentreerd rond de persoonlijke ontplooiing van de leerling. Zorg op maat, het kind centraal. Terwijl je ook zou kunnen zeggen: “Het sociaal functioneren van kinderen centraal”. Een vervelende mondvol, maar vanuit het perspectief van een democratische samenleving wel nodig.’

Modern opvoeden

Zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, bepleiten veel ouders in het onderzoek de zogenaamde autoritatieve opvoedstijl. Die biedt enerzijds veel ouderlijke steun en begeleiding (want ze geven ze complimentjes en helpen bij het huiswerk), maar anderzijds veel controle (want ze corrigeren ook). Ook De Winter is een groot voorstander: ‘Dat is de stijl die kinderen nu het beste voorbereidt op hun volwassen leven, omdat het vooral gaat om het aanleren van verantwoordelijkheid. Regels hanteren en grenzen stellen horen daar zeker bij. Alleen moet je dat wel op een moderne manier doen: samen en in overleg met de kinderen. Anders zijn we nog verder van huis!’ 

Grootste opvoedingsmissers

  1. Te weinig consequent geweest
  2. Te vaak toegegeven
  3. Te veel verwend
  4. Te streng geweest
  5. Te veel gepusht
  6. Te veel gestraft
  7. Te weinig met partner overlegd
  8. Te weinig betrokken geweest
  9. Te veel geluisterd naar anderen
  10. Te weinig gestraft

Belangrijkste opvoedingsdoelen

  1. Dat mijn kind gelukkig is
  2. Dat mijn kind verantwoordelijkheidsgevoel heeft
  3. Dat mijn kind rekening houdt met anderen
  4. Dat mijn kind zelfredzaam / zelfstandig is
  5. Dat mijn kind respect heeft voor ouderen
  6. Dat mijn kind goede manieren heeft
  7. Dat mijn kind zelfstandig oordeelt
  8. Dat mijn kind verdraagzaam is
  9. Dat mijn kind behulpzaam is
  10. Dat mijn kind nieuwsgierig en leergierig is

Pedagogische tik

‘Ik heb Lana nog nooit een klap gegeven, ook geen “pedagogische”. Zelf ben ik ook nooit geslagen. Ik snap ouders ook niet die dat wel doen. Het is de weg van de minste weerstand en weinig effectief.’

Angela Tiemessen verwoordt hiermee de mening van eenderde van de ondervraagden: ook zij hebben hun kind nog nooit zo’n educatief bedoelde mep verkocht.

Toch heeft 64 procent zich daar op zijn minst één keer schuldig aan gemaakt.

‘Ik gebruik het wel eens als ultiem wapen, als niks anders meer helpt,’ bekent Paul Treanor. Zal een wettelijk verbod – ideetje van voormalig minister Donner – daar een einde aan maken?

Hoogleraar pedagogiek Mischa de Winter gelooft er niks van: ‘Dan gaan ze het in het geniep doen. Bovendien is nooit aangetoond dat een weloverwogen tik, uitsluitend toegepast in uitzonderlijke situaties en beheerst uitgedeeld, tot kindermishandeling lijdt.’ Misschien dat Paul Treanor zich nu iets minder schuldig voelt als hij heel af en toe ‘die hardste aanpak’ moet uitvoeren.

Reageer op artikel:
Heimwee naar de drie R’s
Sluiten