Meer blogs

Voordat ik onderwijsadviseur werd, heb ik een half jaar lang op een groot aantal verschillende kinderdagverblijven gewerkt. Als ik terugdenk aan deze tijd, is dat met gemengde gevoelens. Ik was klaar met mijn studie taalwetenschappen en zwanger van Sam. Het was heerlijk om met zo veel verschillende baby's, dreumesen en peuters in aanraking te komen, en me te kunnen verheugen op de tijd dat ik zelf kinderen zou hebben. En ook al waren dit niet mijn eigen kinderen, ik vond ze allemaal even lief en schattig. Ik mocht ze vertroetelen, verschonen, te eten geven, boekjes voorlezen…, zeg maar alles wat een klein kind nodig heeft. Ik beschouwde het als een eer dat de ouders hun kind aan mij toevertrouwden, en ik vond het ook heerlijk om te merken dat de kinderen zich voor mij openstelden.

De vaste leidsters stonden niet te springen om een nieuwe collega zoals ik. Ik kon me daar wel iets bij voorstellen, want ik was nieuw, invalkracht, zwanger, hoog opgeleid, maar had geen papieren om in de kinderopvang te werken. Dat dit zomaar mogelijk was, verbaast me tot op de dag van vandaag. Ik werd aangenomen als ongediplomeerde kracht. Dit betekende dat ik alleen naast een gediplomeerde leidster op de groep zou mogen staan. Toch heb ik regelmatig 's morgens of aan het einde van de dag groepen in mijn eentje gedraaid, met voor mij volledig onbekende kinderen. Ik stond daar dan zonder EHBO-opleiding en enig verstand van pedagogisch didactisch handelen. En ja, het waren noodsituaties: omdat een vaste leidster zich niet goed voelde bijvoorbeeld of omdat iemand onverwacht eerder naar huis moest, maar toch, het gebeurde meer dan eens.

Alleen op de groep staan was soms wel prettig. Het betekende namelijk dat ik mijn eigen gang kon gaan en dat ik even geen getuige hoefde te zijn van de – in mijn ogen – routinematige en soms kille manier waarop leidsters met de kinderen omgingen. Op de babygroepen ben ik leidsters tegengekomen die de hele dag door met een lange sik op de bank zaten of juist de oren van je hoofd kletsten, in plaats van met de kinderen te spelen of ze te knuffelen. Ik heb leidsters meegemaakt die tijdens het verschonen en fruit eten alleen maar over hun slechte relatie met hun partner of over hun geldzorgen spraken. Op de babygroep konden kinderen soms de longen uit hun lijf schreeuwen, maar toch werden ze niet opgepakt, gewoon, omdat ze eraan moesten leren wennen dat het kinderdagverblijf anders was dan thuis, en dat ze hier niet twee of drie, maar tien kinderen hadden aan wie ze aandacht moesten besteden. Waarom sus je het kind niet, dacht ik dan? Je kan toch tenminste wel tegen zo'n kind praten of laten weten dat je hem hoort? Sommige leidsters waren kwaad op ouders, God mag weten waarom. Als dat het geval was, of ze hadden hun dag niet, werden zowel de ouder als het kind 's morgens bij binnenkomst compleet genegeerd.

Dat een aantal van de leidsters een zwaar verleden met zich meetorste, zal best mee hebben gespeeld. Zo was er een leidster die van de ene op de andere dag niet meer kwam opdagen, en in een blijf- van-mijn-lijfhuis bleek te zitten. Ik leerde leidsters kennen die in hun jeugd van pleeggezin naar pleeggezin waren gegaan, of die aan een depressie leden omdat ze iets onder de leden hadden.

Nu zullen er mensen zijn die zeggen: ˜Nou, dat soort leidsters ken ik niet hoor. Op de groep van mijn kinderen werken alleen maar heel leuke leidsters.

Hierop kan ik alleen maar antwoorden: ˜Gelukkig en koester dat maar, want dat leidsters altijd aardig zijn tegen kinderen, hun collega's en ouders, is niet vanzelfsprekend.

Een van die keren dat ik alleen op de groep stond, ging er bijna iets mis. Ik was klaar met werken, alle kinderen waren opgehaald. Net op het moment dat ik de deur achter me dicht wilde trekken, ging de telefoon. Het was de moeder van een van de kinderen. Ze liet weten dat ze verlaat was, en vroeg me of ik Bart alvast zijn schoentjes en jasje aan kon doen. Bart? Ik had helemaal geen Bart gezien. Alle kinderen waren toch al opgehaald? Maar het arme kind lag de hele middag al in bed. De vaste groepsleidster was naar huis gegaan, en was dat vergeten door te geven.

Kun je je voorstellen hoe opgelaten ik me voelde?
De moeder van Bart keek haar zoontje inspecterend aan en zei: ˜He, het lijkt wel alsof hij pas net wakker is. Hij heeft heel rode wangen en kleine oogjes!'

Ik zei niets. Maar wat had ik moeten antwoorden? ˜Dat klopt, mevrouw. Maar ik wist niet dat uw zoon nog in bed lag. Ik wist uberhaupt niet dat u zoon hier in de groep zat. De vaste leidster is al naar huis, en ik ken de kinderen hier niet, want ik ben eigenlijk maar een invalkracht.
En natuurlijk was ik er zelf bij. Ik had zelf gezegd dat het wel ˜ok' was, om alleen af te sluiten. En als ik assertiever was geweest, had ik misschien gevraagd om een presentielijst. Of was ik zelf nog even de slaapkamer ingelopen, zo van, je-weet-maar-nooit. En ja, ik had ook kunnen zeggen: ˜Dat doe ik niet hoor, in mijn eentje op een groep staan die ik niet ken.' Achteraf was dat beter geweest.

Maar achteraf zou je vaak dingen anders doen. Achteraf gezien zou ik drie keer nadenken of ik echt wel op een kinderdagverblijf zou willen en moeten werken. Waren er maar meer mensen die zichzelf deze vraag stelden.

Reageer op artikel:
Meer blogs
Sluiten