Het dilemma dat middelbare school heet

redactie 22 jun 2018 ADHD

Een middelbare school kiezen voor je kind kan een lastig proces zijn. Helemaal wanneer hij, zoals onze oudste met zijn ADHD en ODD, graag buiten de lijntjes kleurt.

Onze oudste is een geïnteresseerde, slimme jongen met veel ambitie. Hij is ook snel overprikkeld en ongeduldig en laat zich vooral niets vertellen. Hij is zeker geen vwo-leerling. Havo zou kunnen als hij altijd in goede doen was, maar we weten allemaal dat we daar niet vanuit kunnen gaan. Dus kijken we naar de mavo met één oog gericht op een eventuele havo-doorstroom. We letten op de mate van vrijheid, maar ook op structuur en begeleiding. Dat betekent concreet dat wij ons oriënteren op een brede selectie aan scholen, van mavo/havo tot lyceum (met oog op die doorstroom) en van regulier tot dalton en montessori. Ik geef toe, na zeven informatieavonden ben ik serieus schoolmoe.

Elke school wil het beste uit je kind halen

Wijzer ben ik ook. Want die zeven bezoeken hebben mij geleerd dat alle scholen grosso modo hetzelfde zeggen, als het gaat om visie en ambitie en dat ze hun eigen ‘productportfolio’ opwerpen om dit te staven. Elke school wil het beste uit de kinderen halen. Kinderen moeten zich er veilig en thuis voelen en het zijn de extra vakken, buitenschoolse activiteiten en digitale middelen die de school uniek maken. Aldus de scholen zelf. Daarbij ligt op de mavo de nadruk op sport en bij het vwo op internationale verbanden, samenwerking met het bedrijfsleven en de universiteit, kunst- en techniekprojecten, twee jaar in één mogelijkheden, plusklassen of Spaanse en Chinese les. Om maar wat te noemen. De havo is het typische middelste kind, dat nauwelijks genoemd wordt.

De presentaties gaan uit van de slimme, leergierige leerling

Het zijn productgedreven presentaties, waarbij de diversiteit aan leermiddelen en methodes centraal wordt gesteld, en ze stuiten mij behoorlijk tegen de borst. Het gaat namelijk uit van de slimme, leergierige leerling, die weliswaar ook moet leren plannen en organiseren, maar met twee mentoruren per week zich prima weet te handhaven in de hectiek van een middelbare school. In dit verlengde valt het mij op dat de extra vakken op de mavo vooral gericht lijken op het compenseren van de mindere vakken van de leerling, terwijl het vwo uitgaat van verrijking van de leerling. Alsof elk kind op de mavo door z'n schooltijd heen gesleept moet worden.

En zo wordt mijn zoon direct buitengesloten

Natuurlijk, ik begrijp ook wel dat des slimmer het kind, des te meer hij of zij qua lesstof aankan. Door de focus evenwel te leggen op activiteiten die vragen om een grote mate van zelfstandigheid en een bovengemiddelde intelligentie en dat als paradepaardje te presenteren naar de ouders, wordt mijn zoon direct buitengesloten en daarmee voor mijn gevoel afgewezen. ‘Dan is het niet de juiste school voor hem,’ kun je zeggen. ‘Kan die ook weer van de lijst.’ En ja, voor een aantal scholen gaat dit op. Maar niet voor allemaal, zeker als het om het twijfelgeval mavo/havo gaat, waarbij het kind, mijn kind, nog beide kanten op kan, afhankelijk van het klimaat waarin hij terecht komt. Een klimaat dat voor elk kind van belang is en zeker voor hem. Een heikel punt, want daar waar dyslexie en dyscalculie in de meeste gevallen naar voren worden geschoven als bewijs dat de school ook plaats biedt aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en er vanaf de eerste klas speciale lessen worden aangeboden voor hoogbegaafde leerlingen, wordt een kind met AD(H)D nergens genoemd. Niet dat dit een doel op zich is, maar het geeft mij als moeder toch een negatieve bijsmaak. Want hij is echt niet de enige leerling met AD(H)D die regulier onderwijs volgt. Deze groep niet benoemen, voelt alsof mijn kind een probleemgeval is waar niet over gepraat kan worden. ‘Stel je voor, als we hen noemen, worden we straks nog gezien als ‘probleemschool’.

Mogelijkheden in plaats van beperkingen

Ho! Wacht! Is het niet de ambitie van een school het beste uit mijn kind te halen, binnen zijn mogelijkheden in plaats van zijn beperkingen? Mijn zoon is een energieke, bijdehante jongen met een korte concentratieboog. Zijn respect verdien je op basis van je gedrag en niet op basis van je hiërarchische positie. Hij kan goed overtuigen, is geïnteresseerd in andere mensen en gedreven in dat wat hij leuk vindt. Zijn stoornis is zijn valkuil EN zijn kracht. Geloof me, het laatste wat ik wil, is hem op zijn tenen laten lopen door hem op een te hoog niveau te plaatsen. Wat ik wel wil, is dat hij goede cijfers haalt, waardoor zijn zelfvertrouwen groeit en school geen continue strijd wordt. Dat hij vanuit die veilige positie activiteiten aangeboden krijgt die een beroep doen op zijn analytische, mondige en creatieve kant, zodat hij zich ontwikkelt vanuit zijn volledige potentie. Niet vanuit compensatie dus, maar vanuit verrijking. En ongeacht zijn leerniveau.

Als ouder vind ik dit heel logisch. Nu nog een middelbare school die het ook zo ziet…

Reageer op artikel:
Het dilemma dat middelbare school heet
Sluiten