Het goede voorbeeld

Ik geef graag het goede voorbeeld. Aan leerkrachten, aan kinderen op school en uiteraard aan mijn eigen kinderen. Maar een smetteloze reputatie kun je zo maar verliezen. Zo werd ik afgelopen week van de straat geplukt na een blaastest. En ja, ik had gedronken. Het waren maar een paar glaasjes, maar de agenten wilden toch dat ik meeging naar het politiebureau.
‘Hoe kan dat nou, ik heb nauwelijks iets op,’ riep ik nog.

Of het er inderdaad maar een paar waren wilden de agenten graag zelf vaststellen, en dat kon alleen met geavanceerde apparatuur die ze op het bureau hadden staan. Dus ik moest mee, en mocht niet meer zelf achter het stuur zitten. De jongste van de twee – een leuke jonge jongen met donshaartjes op z'n bovenlip – bood aan om mijn auto naar het bureau te rijden. Zijn oudere collega zou dan de politiebus – waar ik volgens de agenten ook in had kunnen eindigen – mee terugnemen.

Het is een genante, maar vooral ook vreemde gewaarwording om in je eigen auto rondgereden te worden. Dat ik in mantelpak gekleed was, mijn laptoptas onhandig op schoot, maakte het nog idioter. Ik nam plaats in een lege hal. Ze vroegen of ik scherpe messen bij me had of andere voorwerpen waarmee ik mezelf of anderen zou kunnen verwonden. Nee, niets, geen messen, geen werpsterren. 'Saai he?' reageerde ik. Wat ik wel had, was een droge keel, liet ik weten. Maar nee, ik mocht niet drinken. Plassen dan, probeerde ik, maar nee, ook dat mocht niet. Het wachten was op de officier van justitie. Ik staarde voor me uit. Ik was nog speciaal vroeg naar huis gegaan van de borrel, om op zaterdag een leuke fitte moeder te zijn voor mijn kinderen. Maar dat zat er niet meer in. Ik troostte mezelf met een pepermuntje dat ik uit mijn tas opdiepte. Sabbelend telde ik de uren af.

Daar waren ze weer.Of ik mijn mond wilde legen. Ik mocht niets nuttigen. O pardon. En of ik een advocaat wilde, voor eigen rekening. Nee dank u. Inmiddels was het half twee ‘s nachts, en ik tolde van de slaap. Wat zouden mijn collega’s ervan vinden, als ze na het weekend zouden horen dat de avond voor mij zo'n staartje had gekregen? Ze zouden ‘oh en ah’ roepen, maar niet van bewondering, maar vol ongeloof en ontzetting. Emma Slingerland, die nette adviseur met drie jonge kinderen thuis. Hoe was het mogelijk? Vanaf die dag zou ik de bijnaam ‘het zuipschuitje’ krijgen, en zouden mijn collega's mij hoofdschuddend nakijken. En de leerkrachten en schooldirecteuren, wat zouden die ervan denken? Zij zouden onmiddellijk om een andere adviseur vragen. Dat sowieso. En misschien zouden ze zelfs naar een andere onderwijsbegeleidingsdienst op zoek gaan. Want als er één met een drankprobleem kampt, hoe zit dat dan met de rest?

De volgende ochtend vertelde ik mijn dochter – die gek is op spannende verhalen – over mijn avontuur op het politiebureau. Haar ogen werden zoals gewoonlijk weer zo groot als schoteltjes. 'Hoefde je niet naar de gevangenis?' vroeg ze.
'Nee,' antwoordde ik laconiek. 'Ik kreeg zelfs geen boete.'
'Waarom niet,' vroeg ze bijna teleurgesteld.
'Daarom niet,' zei ik. 'k moest nog een keer blazen, en nog een keer, nu op de knappe machine. Toen ik dat gedaan had, zei de agent met donshaartjes op zijn bovenlip: 'Ga maar snel terug naar je man en kinderen.'
'He?' Ze keek me vragend en tegelijkertijd verontwaardigd aan.
Ik knikte triomfantelijk en glimlachte naar haar. Toen trok ze haar schouders op en ging maar weer door met spelen. Tja, ik had natuurlijk JUIST achter de tralies moeten eindigen, dat was pas een mooi verhaal geweest. Een verhaal dat overigens niemand zou geloven. Want een adviseur overkomt zoiets niet. Die weet wat je wel en niet moet doen.

Reageer op artikel:
Het goede voorbeeld
Sluiten