Het hebben van minimaal één gehandicapt kind is genoeg

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Ga je lekker met vakantie met papa en mama?' De in onberispelijk KLM-blauw gestoken stewardess staat voorovergebogen en kijkt Yaël lachend aan. Yaël lacht vluchtig terug en kijkt dan snel weer naar boven, naar de lampen of het plafond of weet ik wat daar allemaal voor interessants te zien is.

Een onbekende richt het woord tot mijn kind, denk ik nog even verbaasd. Dat komt niet vaak voor. Ja, er wordt vaak naar haar gelachen, want ze is heel schattig. En nog vaker wordt er naar haar gestaard. Maar gepraat? Zelden.

Intussen houd ik met één hand Yaëls hand vast en probeer ik met de andere het juiste paspoort bij het juiste ticket te zoeken. Dat duurt even, maar dat geeft niks, zegt de stewardess. 'Je hebt wel wat anders aan je hoofd,' zegt ze met een snelle blik op Yaël. 'Ik heb een dochter met Down,' zegt ze er snel achteraan, 'dus ik weet er alles van.'

Aaah, ze is een van ons, ze is lid van de club. De club van ouders met een gehandicapt kind. Dat verklaart het gesprekje met Yaël. Ik slik even iets weg. Dat heb ik wel vaker als ik in het wild iemand van de club ontmoet. Je voelt je in één klap minder alleen, zeker als het andere clublid zo aardig en begripvol is als deze vrouw.

Voor herkenning is het meestal nodig dat een van de clubleden zijn kind bij zich heeft. Dat gebeurt maar zelden, want doorgaans zijn de kinderen ergens anders. Op hun dagbesteding of speciale school, in het logeerhuis of in de instelling waar ze wonen. Of thuis, met de andere ouder of een speciale begeleider. Het is dus eigenlijk een beetje een geheime club. Niemand had kunnen bevroeden dat deze verzorgd uitziende vrouw een gehandicapt kind had. Ik was op dat moment even openlijk clublid, maar dan moet het andere clublid nog de moed en de zin hebben om iets te zeggen.

Soms is er een ontmoeting waarbij beide clubleden hun kind bij zich hebben. Dan zijn woorden overbodig. Op onze vorige vakantie, in Noord-Italië, hadden we zo'n ontmoeting. Hanno en ik liepen door een dorpje met Yaël aan onze hand tussen ons in. Aan de andere kant van de weg kwam een ouder echtpaar ons tegemoet met hun volwassen, verstandelijk gehandicapte zoon tussen hen in. Ze liepen met z'n drieën gearmd. We herkenden elkaar al uit de verte, lachten naar elkaar en groetten elkaar alsof we oude bekenden waren. Een beetje zoals Harley Davidson-rijders elkaar groeten, denk ik.

Zij waren Italiaans, wij Nederlands, maar toch behoorden we tot dezelfde club. Een internationaal genootschap, dat geen onderscheid maakt naar afkomst, geloof, ras of wat dan ook. Je hoeft niet door een ballotage om erbij te horen. Je hoeft ook niet op een wachtlijst, het hebben van minimaal één gehandicapt kind is genoeg.

Ik wil natuurlijk niemand jaloers maken, maar het is een leuke club met enorm betrokken leden en al had ik er liever niet bij gehoord, ik zou hem niet meer willen missen. 

Reageer op artikel:
Het hebben van minimaal één gehandicapt kind is genoeg
Sluiten