Het interdisciplinaire team

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Moeten we haar niet weer eens testen?' vraagt de fysiotherapeut. Bij het woord 'testen' breekt het zweet me uit. Testen betekent in de praktijk: Yaël laat weer eens zien dat ze niets kan. Een blokje in de stoof stoppen? Yaël ziet het blokje niet eens. Of ze stopt het in haar mond. Blokjes stapelen? Yaël staart naar de lampen aan het plafond. Ik voel me bij elk mislukt experiment kleiner worden en probeer nog: 'Thuis weet ze hoe de afstandbediening werkt, hoor.' Maar dat telt niet.

Testen betekent dat de experts een middel hebben om duidelijk te maken dat het niet een beetje mis is, maar heel erg mis: 'We hebben hier te maken met een ernstig geretardeerd meisje.' Testen betekent dat de voorzichtige vooruitgang die wij thuis zien, de minimuizenstapjes, er niet toe doen. Dat de prille hoop die daarmee gepaard gaat weer even vervlogen is, ook al weet ik dat het in werkelijkheid iets anders ligt. Testen betekent namelijk ook: een verstandelijk gehandicapt, autistisch kind in een vreemde, dus beangstigende omgeving speelgoed aanbieden dat haar niet interesseert en dan verwachten dat er een wonder gebeurt.

De kiem van mijn testweerzin werd al gelegd bij de eerste test die ze kreeg.

Yaël is tweeënhalf en het begint duidelijk te worden dat ze zich niet normaal ontwikkelt. Eindelijk wordt er serieus naar haar achterstand gekeken. Vandaag is een belangrijke dag. We moeten naar het audiologisch centrum. Eerst zal Yaëls gehoor getest worden, dan volgt een gesprek met de logopediste en ten slotte zal een interdisciplinair team haar observeren in een speelkamer. De geliefde en ik moeten om de beurt vijf minuten met haar spelen, terwijl het team (een psycholoog, een logopedist, een audioloog en een linguïst) haar van achter een spiegelwand gadeslaat.

Eerst mag ik. Het voelt als een examen, ik wil ze laten zien hoe leuk Yaël is, hoe leuk we samen zijn, o, wat zijn we leuk, moeder en dochter. Mijn onzekerheid is met me aan de haal gegaan en ik heb het gevoel dat hier ook mijn kwaliteiten als moeder ter discussie staan. Dus speel ik als een bezetene kiekeboe. Met een iel, hoog stemmetje zeg ik: kiekeboe, kiekeboe, kiekeboe. Ik maak clowneske bewegingen met mijn handen, grimas en ben dolblij dat Yaël in ieder geval reageert. Weliswaar met subtiel oogcontact en een klein lachje, maar reageren is reageren, toch?

Dan is de geliefde. Die is zijn ontspannen zelf. Ze scharrelen samen door de ruimte en hij spreekt Yaël geruststellend toe.

Het team moet overleggen, wij moeten ons even zelf vermaken in het ziekenhuis.

Na een uur zijn de deskundigen eruit. 'Het viel ons op dat met name de moeder creatief contact probeert te zoeken', zegt de logopediste streng. Hoera, ik ben geslaagd voor de moedertest, schiet het door mijn hoofd. 'Maar', vervolgt ze, 'we zien hier wel een kind dat op geen enkele wijze contact maakt en ook totaal geen behoefte heeft aan contact.'

De altijd kalme geliefde verschiet van kleur. 'Yaël kéék toch naar Sanne', zegt hij. 'Dat is toch contact maken? Ze kan niet praten, hoe moet ze dan contact maken? Schriftelijk en in drievoud?'

De logopediste is met stomheid geslagen. De geliefde is op dreef.

'Luister, wij zien heus wel dat er iets aan de hand is, maar wat u zegt is gewoon niet waar. Ik wil niet dat dit in een dossier komt. U mag dit niet in een dossier zetten. En ik wil het verslag dat u hiervan maakt inzien.'

De logopediste zegt dat ze het met het team bespreekt en dat ze ons het dossier toestuurt.

'Het interdisciplinaire team', foetert de geliefde na op weg naar huis. 'Het in-ter-dis-ci-pli-nai-re team', zegt hij nogmaals, de lettergrepen stuk voor stuk uitspugend. 'Dat denkt even een afgewogen oordeel te kunnen vormen op grond van tien minuutjes kijken.'

Ik moet even huilen van alle spanning, van alle verwarrende gevoelens die ik heb over Yaëls ontwikkeling, de bezorgheid, de angst niet serieus genomen te worden, het hopen tegen beter weten in, en vooral: het gevoel overgeleverd te zijn aan het oordeel van anderen. 'Ga je voortaan mee naar alle afspraken?', vraag ik.

Reageer op artikel:
Het interdisciplinaire team
Sluiten