Het kan: sporten zonder blessures

redactie 19 jun 2018 Blessures

Kermend van de pijn ligt je zoon op de grond. En dat net tijdens de belangrijkste wedstrijd van het jaar! Had hij of zijn trainer dit kunnen voorkomen? Misschien. Maar als ouder kun je ook wat doen om de kans op blessures te verkleinen.

Het aantal kinderen dat lid is van een sportvereniging, ligt al geruime tijd rond de 70 procent. Maar het aantal kinderen dat door een sportblessure bij de spoedeisende hulp belandt, is de afgelopen jaren met 41 procent toegenomen. Hoe komt dat?

Dr. Evert Verhagen, bewegingswetenschapper bij de Vrije Universiteit en gespecialiseerd in het voorkomen van sport- en beweegletsel bij kinderen, vermoedt dat dit te maken heeft met het feit dat kinderen minder actief zijn geworden. Omdat ze minder buitenspelen, missen ze de praktijk van het 'leren' vallen. Bovendien zijn de gymlessen op school ook niet meer wat ze geweest zijn. 'Vroeger leerden wij tijdens gym valtechnieken van een vakdocent. Tegenwoordig is gymles meer een speeluurtje, gegeven door de juf of meester die opgeleid is om voor de klas te staan en niet in de gymzaal.'

Sportblessures komen vooral voor bij tieners. Jonge kinderen sporten voornamelijk omdat ze het leuk vinden en om met elkaar te leren omgaan in een sociaal veilige omgeving. Het competitieve gedeelte speelt in hun hoofd wel een rol, maar de wilskracht om te winnen wordt pas echt groot vanaf een jaar of 13, 14. Daardoor neemt het risico op blessures toe. Om tot topprestaties te kunnen komen, eisen ze meer van hun lichaam.

Niet alleen het fanatisme, maar ook het aantal uren dat kinderen aan sport doen, neemt toe zodra de prestaties belangrijker worden. Om blessures te voorkomen is het echter voor het lichaam belangrijk om niet te veel te trainen. Vijftien uur trainen per week, zoals aankomende topsporters vanaf hun 13e vaak doen, is echt te veel voor een kinderlichaam. Maar Verhagen snapt de trainers en de ouders wel: 'Over het algemeen zit er tien jaar tussen het erkennen van talent en de uiteindelijke top van hun kunnen. Turnsters zitten vroeg aan hun top, waardoor ze jong moeten beginnen met intensief te trainen.'

Wanneer je kind nog in de groei is, moet het vooral met krachttraining voorzichtig omgaan. Sporten zoals bodybuilding, raadt Verhagen om die reden dan ook af. 'Een training moet worden afgestemd op het lichaam van een kind. Het fysieke gedeelte zit bij kinderen over het algemeen wel goed. De focus moet meer bij het tactische en technische aspect liggen.'

Judo is een goede sport voor kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die op judo zitten, minder vaak blessures hebben. Dat komt doordat ze tijdens de judotraining leren hoe ze moeten vallen. Niet voor niets krijgen kinderen in de jeugdopleiding van Ajax judotraining. Naast dit blessure-preventieve voordeel van judo is het ook goed voor de eigenwaarde van kinderen en hun algehele motoriek. Een andere sport die goed is voor (blessuregevoelige) kinderen, is zwemmen. Voor zwemmen heb je controle nodig over je hele lichaam. Blessures ontstaan meestal door verkeerde bewegingen. Zodra je kind zijn lichaam onder controle heeft, zal het minder snel een verkeerde beweging maken.

Toch kunnen kinderen ook bij zwemmen en judo blessures oplopen. Veel voorkomende problemen bij kinderen zijn pols- en enkelblessures. Zodra een kind een groeispurt krijgt, komen daar vaak knieklachten bij. Bij dit zogenoemde Osgood-Schlatter syndroom raakt de knieschijf overbelast en ontstaat er een scheurtje in het bot. Jongens die dromen van een carrière als profvoetballer, hebben dan echt pech. Door deze blessure zijn ze namelijk al snel een half jaar uitgeschakeld, terwijl ze in een periode zitten die voor scouts cruciaal is om te beoordelen of ze goed genoeg zijn voor de top. De beste manier om deze blessure te voorkomen is minder te gaan trainen zodra je kind in een groeispurt zit.

Volgens Verhagen is het onzin om aan het begin van een training te rekken en te strekken. 'Kinderen zijn van zichzelf al lenig genoeg.' Een goede warming-up is daarentegen wel belangrijk. Het lichaam raakt dan langzaam gewend aan de bewegingen die het tijdens de rest van een training moet maken. Rustig een balletje over tikken of springoefeningen doen zonder bal, zijn voorbeelden van goede oefeningen voor een warming-up.

Een kinderlichaam kan over het algemeen meer hebben dan een volwassen lichaam. Toch is het opwarmen van de spieren erg belangrijk, ook om ervoor te zorgen dat dit onderdeel van de training aangeleerd wordt, zodat je kind op latere leeftijd er automatisch mee begint. Maar het belangrijkste is dat je kind met een volledige en goed verzorgde outfit op de wedstrijden en trainingen verschijnt. Goede schoenen, scheenbeschermers en een bitje (gebitsfracturen zijn een van de meest voorkomende blessures bij hockey).

Thuis kan je kind ook veel doen ter preventie van blessures. Een goede oefening om enkelblessures te voorkomen, is elke dag tijdens het tandenpoetsen op één been te gaan staan. Hierdoor wordt de spiercontrole versterkt en zal je kind veel minder snel door zijn enkel gaan. Ook voor hamstring en knieblessures zijn er soortgelijke oefeningen die gemakkelijk thuis gedaan kunnen worden. Wat voeding betreft zijn er geen speciale voorschriften voor sportieve kinderen. Gewoon gezond eten, met dagelijks twee ons groente en twee stuks fruit. En vet is ook belangrijk, voegt Verhagen daaraan toe. Volwassenen die lijnen, lopen meer kans op blessures. Men vermoedt dat vetten nodig zijn om spieren te laten herstellen. Waarschijnlijk werkt dat ook zo bij kinderen.

Verhagen vindt dat de schuld van blessures meestal niet bij het kind zelf ligt, maar bij de ouders of de trainer. 'Ouders pushen kinderen te veel. Een kind hoeft niet altijd zin te hebben om te sporten.' Het is de taak van een trainer om kinderen oefeningen te laten doen, die afgestemd zijn op de vaardigheden die ze hebben en niet te veel van ze te vragen. Daarnaast moet de trainer grenzen aangeven om overmoedige kinderen af te remmen in gevaarlijk gedrag (zoals salto's maken, terwijl een kind nog niet heeft geleerd om hoog genoeg te springen). Maar dan nog kan je kind een blessure oplopen. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje.

Top 10 risicovolle sporten
Aantal blessures per 1000 uur sportbeoefening:

Zaalvoetbal 9,7
Squash 7,1
Hardlopen 5,6
Korfbal 5,0
Volleybal 4,6
Hockey 4,5
Voetbal 3,7
Vechtsport 3,4
Tennis 2,8
Skiën 2,0

Bron: Consument en Veiligheid

Reageer op artikel:
Het kan: sporten zonder blessures
Sluiten