Het maakbare kind

redactie 22 jun 2018 Blogs

Ouders hebben faalangst’ staat er groot op de cover van de nieuwe J/M. Heb ik, als moeder van een gehandicapt kind, met veel onderwerpen in het blad wat minder voeling – perikelen op school, pesten, zakgeld – door deze tekst was mijn belangstelling direct gewekt.

Ik ben namelijk zo’n overbeschermende, onzekere moeder die het perfect wil doen en overal grote en vooral gevaarlijke beren op de weg ziet. Alleen is mijn houding legitiem, omdat Yaël, mijn grote vijfjarige baby, ook echt niets zelf kan en daarom nu eenmaal veel bescherming nodig heeft.

Ik heb dus een goed excuus. Maar toch, zou ik een andere moeder zijn geweest als ik wel een normaal en gezond kind had gekregen? Zou ik dan een makkelijke laissez-faire moeder zijn geworden? Ik ben bang van niet. Ik zou vermoedelijk precies dezelfde moeder zijn als ik nu ben: overbezorgd, enigszins onzeker, beschermend, knuffelig, een zacht ei in het stellen van opvoedkundige grenzen en voorzien van een tomeloze bewondering voor wat mijn kind allemaal kan. Misschien zou een normaal kind onder mijn vleugels wel uitgroeien tot een klein verwend nestje – wat Yaël in zekere zin ook is, alleen leidt het bij haar niet tot verwend gedrag. Ik zou zeker geen educatieve moeder zijn, zo eentje die met haar kinderen gaat knutselen, omdat ik nogal lui ben aangelegd, in praktische zin dan. Maar verder zou ik alles vooral heel goed willen doen, misschien iets te goed. Een beetje zoals nu dus, alleen dan een stuk zorgelozer.

Van de week kwam ik er nog eentje tegen, een kind van deze tijd, in de kinderschoenenwinkel. Er was tussen het meisje en haar moeder een verschil van mening gerezen over de schoenkeuze, wat ertoe leidde dat het meisje zich verloor in een winkelvullende woedeaanval. De moeder pareerde dit gedrag met een nerveus uitgesproken: ‘Ik vind dit niet zo leuk. Ik vind het niet zo leuk als je zo doet’, wat overigens weinig indruk maakte. Mijn eerste gedachte was: voed dat kind een beetje op zeg. En meteen daarna dacht ik: wie zegt dat ik het zelf beter zou doen?

Maar zag ik hier wel een incident? Is er niet iets anders aan de hand? Is onze generatie ouders misschien wat bangelijk uitgevallen? In J/M lees ik dat 87 procent van de ouders vindt dat ze grote invloed hebben op de psychische gezondheid van hun kind. Ja, dat vind ik ook. Maar hoort bij psychische gezondheid niet ook dat je kind de nodige tegenslag aankan? Gunnen we onze kinderen wel genoeg frustratie, of willen we alles wat iets minder leuk is bij voorbaat wegmoffelen? En waar zou deze houding dan vandaan komen?

Van mijn eigen jeugd herinner ik me dat ik veel vrijheid had. We moesten op tijd thuis zijn voor het eten, maar mijn moeder wist toen ik 8, 9, 10 was echt niet altijd waar ik uithing. Ze kreeg mij toen ze net 21 was, dus zelf nog bijna een kind. Ik denk dat dat alleen al maakte dat ze mij en mijn zusjes niet half zo bewust opvoedde als ouders tegenwoordig doen. Zo ging ze niet echt mee in mijn soms wat neurotische gedachten. Ik herinner me dat ik een keer in tranen bekende dat ik dacht dat ik gek was en dat ze dat voor mij verzweeg. Ze barstte in lachen uit en zei: ‘Je bent ook gek. Dat hoef ik echt niet te verzwijgen.’ En tijdens een boswandeling zei ze een keer tegen een bekende, gewoon voor de gein: ‘Dit is mijn oudste. Die is niet helemaal goed.’ Vast niet pedagogisch verantwoord, maar of het tot blijvende schade heeft geleid…

Onze generatie ouders krijgt laat kinderen. En vaak hooguit twee. We hebben jaren naar het grote moment uitgekeken en als de omstandigheden perfect zijn – partner, baan, huis – is het tijd voor een gezin. Allemaal heel bewust en uitgekiend. In een gezin van vier, zeven of zelfs tien kinderen maakt het niet zo veel uit als eentje het niet zo lekker doet – elk groot gezin heeft wel een erkende kneus – maar in een gezin van twee is het wel fijn als de kinderen dan ook nog mooi, slim, sportief en sociaal zijn. En gelukkig, vooral heel gelukkig, want dat is het bewijs van geslaagd ouderschap. Met dat doel kan het verleidelijk zijn ze voortdurend met aandacht te overstelpen en misschien wat zachte druk uit te oefenen: wéés gelukkig – wat dan vast ook weer tot frustratie leidt.

Uit eigen ervaring weet ik echter dat het voor kinderen, net als voor volwassenen overigens, heel prettig is om ook eens een beetje met rust gelaten te worden. Even alleen met de soms onredelijke woede en misschien wel merkwaardige gedachten. Zodat je kunt ondervinden dat veel minder leuke dingen vanzelf overgaan, en dat er, als ze niet vanzelf overgaan, ook vaak wel mee te leven valt. Dat geeft pas zelfvertrouwen.

Reageer op artikel:
Het maakbare kind
Sluiten