Dik kind: wiens schuld is dat?

redactie 19 jun 2018 Gewicht

Van de kinderproducten in de supermarkt past 96 procent niet in een gezond voedingspatroon, constateerde de Consumentenbond al in 2011. Ook de etiketten erop blijken praktisch nooit te kloppen (onderzoek 2013). Nog een feitje: slechts 5 procent van de meisjes en 7 procent van de jongens haalt de norm van minimaal een uur matig-intensieve beweging per dag. En één op de acht kinderen is te dik. Wie is de schuldige?

Feiten & cijfers

Volgens de meest recente CBS-cijfers heeft één op de acht 2- tot 20-jarigen overgewicht. Drie procent is obees. Het goede nieuws is dat dit iets minder is dan in voorgaande jaren; hoogleraar Jeugdgezondheidszorg Remi HiraSing constateerde in zijn Vijfde Landelijke Groeistudie nog dat het aantal obese kinderen tussen 1980 en 2009 flink gestegen was (van 0,08 procent naar 0,56 procent). Minder fijn is dat er nog altijd tienduizenden kinderen rondlopen die extreem dik zijn en dat (minimaal) 68 daarvan meer dan 100 kilo wegen.

Wie is schuldig?

‘Da’s de schuld van de ouders,’ roepen Nederlanders in koor. ‘De opvoeding is slecht, ze laten hun kind vast te weinig bewegen en ongezond eten,’ oordeelt 80 procent van de geënquêteerden keihard in een onderzoek van gezondNU Magazine. Gezette ouders zijn helemaal de klos; geen wonder dat hun kind ook dik is (87 procent). De Amsterdamse wethouder Eric van der Burg noemt het zelfs kindermishandeling als ouders hun kind obees laten worden. Ouders zijn zich zeer bewust van hun verantwoordelijkheid.

De toenemende kinderbuikomvang ligt voor 60 procent aan ons en voor 40 procent aan de ongezonde omgeving, zeggen bijna 2500 Amerikaanse ouders van 2- tot 17-jarigen. Maar de media (69 procent), de voedingsindustrie (61 procent) en de overheid (55 procent) gaan ook niet vrijuit. Wie zitten er in Nederland in het beklaagdenbankje in de zaak van het Dikke Kind tegen Zijn Vervetters? Het oordeel is aan de jury, bestaande uit Mai Chin A Paw (hoogleraar Sociale Geneeskunde VUmc), Elske de Jong (docentonderzoeker Hogeschool Windesheim), Remy HiraSing (emeritus hoogleraar Jeugdgezondheidszorg VUmc), Hilde de Vries (directeur voedselwaakhond foodwatch) en Linda van der Klooster (ervaringsdeskundige).

Verdachte 1: Ouders

Dat ouders eerstverantwoordelijk zijn, betwijfelt geen enkel jurylid. Zij bepalen wat er in huis komt – en kunnen natuurlijk ook gewoon nee zeggen. Elske de Jong deed promotieonderzoek naar preventiemogelijkheden in de thuisomgeving en ontdekte een aantal gezinsgewoonten die junior en senior in de breedte kunnen laten groeien. Zelf het goede voorbeeld geven is volgens De Jong het allerbelangrijkst. ‘Je kunt de meest geweldige regels hebben, als je ze zelf niet volgt, ondermijn je alles wat je wilt overbrengen.’ Genoeg groenten eten is misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld. Als zo’n 90 procent van de volwassenen de aanbevolen twee ons groenten per dag niet wegkrijgt, hoe kunnen we dan verwachten dat onze kinderen dat wel doen?

Slechts 1 tot 2 procent eet voldoende groenvoer. ‘Je wilt je kind het liefst iets geven wat je zelf ook lekker vindt,’ aldus De Jong. Fruit lusten ze wel. Misschien denken ouders dat ze zo hun vitamines wel binnenkrijgen. Maar uit alle metingen blijkt dat kinderen die veel fruit eten dikker zijn dan kinderen die geen vruchten eten of zich netjes aan hun dagelijkse twee stuks houden. De fruiteters snacken namelijk niet minder en krijgen dus het dubbele aantal calorieën binnen. Hun jonge kinderen kunnen ouders nog wel in de hand houden. Maar hoe ouder ze worden, hoe groter de invloed van de buitenwereld en hoe minder grip ouders hebben op het eetgedrag.

Tieners snoepen meer, gooien hun gezonde bruine boterhammen in de prullenbak en kopen van hun eigen geld een Turkse pizza. En ze hangen en drinken meer, ook geen slankmakers. Dat betekent niet dat pa en ma hun gezondheidsbeleid dan maar helemaal aan de wilgen moeten hangen. Pubers willen graag gezond zijn, blijkt uit het proefschrift van gezondheidswetenschapper Monique Ridder, maar daar moeten hun ouders voor zorgen: die moeten verantwoorde maaltijden voorzetten en de snaaivoorraad thuis beperken. En o ja, het goede voorbeeld blijven geven. ‘Als de basis goed is, trekken ze later wel weer bij,' voorspelt De Jong.

Verdachte 2: Andere ouders

Collega-ouders hebben ook boter op hun hoofd. Linda van der Klooster kan daarover meepraten. Ze maakt zich boos over moeders die haar zoon rustig drie spekkies aanbieden. ‘Daar gaat mijn verantwoorde eetbeleid. Die rijstwafels krijg ik er de rest van de week echt niet meer in!’ Het helpt ook niet als jouw kind in de pauze in een appel bijt, terwijl zijn klasgenootjes zich tegoed doen aan zoete koeken.

En dan de schooltraktaties. ‘Soms krijgt hij een zakje chips, een reepje en een lolly. Die zijn allang op als hij thuiskomt.’ Andere ouders daarop aanspreken is niet makkelijk, volgens De Jong. ‘Voeding is een levensbehoefte. Kritiek daarop ligt gevoelig omdat het ouders het gevoel geeft te falen op zo’n belangrijk gebied.’

Om dezelfde reden durven ouders elkaar ook geen hulp te vragen of toe te geven dat óók zij hun kind soms omkopen met snoep. ‘Een gemiste kans,’ vindt De Jong dat.

Verdachte 3: De voedingsindustrie

Tot zover de ouders. Geen enkel jurylid vindt dat die alleen verantwoordelijk zijn. Ouders kun je niet los zien van de omgeving waarin zij en hun nageslacht leven. ‘Het is een mythe te denken dat jij als ouder zelf volledig kunt bepalen wat je kind voorgeschoteld krijgt en waaraan hij wordt blootgesteld,’ zegt Hilde de Vries van foodwatch. Onderschat de macht van de voedingsindustrie niet. Die stopt miljoenen in het ontwikkelen van verleidelijk kindereten. De voorkeur voor zoet, zout en vet zit in onze genen: de mensheid overleefde op vruchten, noten en vlees. Aangezien samenvoeging van die eetlustopwekkers helemaal onweerstaanbaar is, barst het meest populaire snoep- en snackgoed van verschillende combinaties suiker + vet + zout.

De Vries: ‘Bewerkte producten leveren de meeste winst op. Goedkope grondstoffen worden opgeleukt met kunstmatige smaakmakers die geen enkele voedingswaarde hebben.’ Talloze testen geven de fabrikanten bovendien inzicht welke kleurtjes, smaakjes en vormpjes het beste scoren. Ouders moeten halve voedingswetenschappers zijn om te ontdekken wat er precies in dat reepje zit dat hun kind net in hun mandje heeft gegooid. Zelfs als ze de etiketten bestuderen.

Onderzoek van de Consumentenbond uit 2013 wees uit dat die in praktisch alle gevallen niet kloppen. Ingrediënten worden niet vermeld of staan er wel op, terwijl ze er niet in zitten. Ook op de huidige gezondheidsmanie onder ouders heeft de industrie een antwoord. ‘Ze spelen in op je behoefte om je kind verantwoord te voeden en beweren doodleuk dat hun product alles biedt wat je kleintje nodig heeft. Dat is vaak misleidend. Veel gezondheidsclaims vallen bij nadere beschouwing door de mand.’

Van de kinderproducten in de supermarkt past 96 procent niet in een gezond voedingspatroon, constateerde de Consumentenbond in 2011. Toch werd 41 procent wel als zodanig gepromoot. Het is volgens De Vries dus zo makkelijk nog niet om een honderd procent verantwoorde kindermaaltijd bij elkaar te winkelen. Helaas kost het maken van verantwoord eten vaak tijd en is bijvoorbeeld biologisch voedsel doorgaans duurder.

Verdachte 4: Kindermarketing

Wist je dat kindermarketeers en psychologen zich dagelijks verdiepen in onze nakomelingen? Dat zij nauwgezet volgen waar die gulzig of hebberig van worden? En dat zij vervolgens heuse profielen opstellen die hen helpen onze kinderen zo efficiënt mogelijk via allerlei kanalen te verleiden hun producten te kopen?

Kinderen vormen een zeer interessante doelgroep. Zij zijn de klanten van de toekomst. Smaak- en merkvoorkeuren worden al op jonge leeftijd ontwikkeld. Was chocoladepasta je lievelingsbeleg, dan is de kans groot dat je daar ook later nog blij van wordt. En waarschijnlijk maakt jouw hart ook nog steeds een vreugdesprongetje als je een pot pindakaas van Petje Pitamientje op tafel zet. Bovendien beschikken kinderen over een machtig wapen: de zeurterreur. Daarmee jengelen alleen al de twaalfminners voor zo’n twee miljard euro aan koopwaar in het winkelwagentje van hun ouders. Wij denken wellicht daar tegen bestand te zijn, maar droge cijfers van de Voedsel- en Waren Autoriteit laten zien dat kinderen in 84 procent van de gevallen hun zin krijgen. Kassa! Die gaat trouwens ook gretig open voor de geschatte 2,2 miljard (!) aan zakgeld, waarmee jong Nederland zelf zijn favoriete producten aanschaft.

Geen wonder dat de industrie zich wellustig op die vette prooi stort. Daar zijn ze volgens De Vries heel creatief in: ze zetten populaire kinderhelden in als ambassadeurs, sponsoren sportevenementen op scholen voor een gezond imago, plaatsen hun spullen op kinderooghoogte in de winkel of bij de kassa, verzinnen attractieve onlinespelletjes die kinderen naar hun site (met logo) trekken, bieden spreekbeurtmateriaal aan en geven tonnen uit aan promotie op tv en internet. Van tv-reclame weet Elske de Jong dat het werkt. Je krijgt er trek van: kinderen die commercials voor voeding zagen, aten veel meer M&M’s dan kinderen die naar neutrale reclamespotjes keken. ‘Je kunt je kind onmogelijk overal tegen beschermen. Veel gaat achter de rug van ouders om,’ aldus De Vries. Het bewijst volgens haar eens te meer hoezeer het gezag van ouders op voedingsgebied wordt ondermijnd.

Verdachte 5: Het beeldscherm

De tv is niet het enige beeldscherm met verdikkende gevolgen. Volgens hoogleraar Sociale Geneeskunde Mai Chin A Paw, gespecialiseerd in jeugd en gezondheid, draagt overmatig beeldschermgebruik – ook van telefoon, tablet en computer – eraan bij dat onze kinderen opgroeien tot couchpotato, Dikkie Dik én tot houten Klaas. Want achter een scherm bewegen kinderen niet. En te weinig beweging is niet goed. Niet voor dikke, maar ook niet voor dunne kinderen, weet Chin A Paw. Haar objectieve beweegmeters wezen uit dat slechts 5 procent van de meisjes en 7 procent van de jongens de Norm Gezond Bewegen voor de Jeugd haalt. Dat heeft negatieve effecten op onder meer de gezondheid, fitheid, aandachtspanne, hoeveelheid en kwaliteit van de slaap en prestaties op school. In vergelijking met hun leeftijdsgenoten uit 1980 scoren onze kinderen minder goed op kracht, lenigheid, coördinatie en snelheid. Terwijl de remedie zo simpel is: ‘Genoeg bewegen is een gratis medicijn.’

Gebrek aan activiteit is echter maar het halve verhaal, ontdekte de hoogleraar. ‘Te veel stilzitten is – onafhankelijk van de mate van bewegen – ook een risico voor overgewicht en andere aandoeningen. Zit je veel stil, dan is dat ongezond, ook al beweeg je netjes volgens de norm. Als studenten de hele dag stilzaten, vertoonde hun bloedsuikerspiegel veel meer schommelingen dan wanneer zij elk uur zitten onderbraken met acht minuten fietsen op een hometrainer. Als je dit al na één dag kunt constateren, dan kun je nagaan wat jarenlang stilzitten aanricht. Een doorsnee kind zit zes tot negen uur per dag op school en daarna achter z’n beeldscherm.’ Een uurtje sporten weegt daar niet tegenop. Niet voor niets pleitte HiraSing al in 2005 voor meer bewegen, met zijn BOFTprincipes als beste manier om overgewicht te voorkomen: Bewegen, Ontbijten, Frisdrank met suiker laten staan en Televisie minderen.

Verdachte 6: Het kind zelf

Uiteindelijk stopt het kind zelf al dat eten in zijn mik. Is het daarom eigen schuld dikke bult als hij te dik wordt? Nee, natuurlijk niet. Ook hij moet tegen alle genoemde verdachten opboksen. Want, zoals Chin A Paw zei in haar oratie: ‘Het is in onze samenleving bijna topsport om er een gezonde leefstijl op na te houden.’

Vonnis

De jury is unaniem in haar eindoordeel: we zijn met z’n allen verantwoordelijk voor het toenemende gewicht van onze jeugd. Het is dan ook aan ons allen – met de overheid als voortrekker – om het tij te keren. Dat kan, zegt de jury. ‘Nederland is al verder dan andere landen,’ aldus HiraSing. ‘Dat is vooral te danken aan onze Jeugdgezondheidszorg, die alle kinderen op vaste tijdstippen ziet.’ Het is wel van belang dat partijen gecoördineerd werken en niet langs elkaar heen opereren. Dat er voldoende betrouwbare informatie beschikbaar is over effectieve maatregelen. En dat de aandacht niet verslapt. ‘Anders krijg je de rekening heel snel gepresenteerd.’

Overgewicht aanpakken?

Lees het Actieplan voor Ouders (70 pag.) exclusief op jmouders.nl/link/overgewicht

Gebaseerd op een artikel van Anne Elzinga voor J/M voor Ouders.

Reageer op artikel:
Dik kind: wiens schuld is dat?
Sluiten