Hoe voedt Nederland seksueel op?

redactie 19 jun 2018 Opvoeden

We zijn doodsbang voor pedofielen en andere seksuele gevaren die de onschuld van onze kinderen bedreigen. Desondanks houden we de befaamde Nederlandse openheid over seks in ere. Verslag van het grote J/M-onderzoek 2013.

Zoals elk jaar voerde J/M weer een onderzoek uit onder ruim 600 ouders. Dit keer kozen we voor het thema ‘Seksuele opvoeding’. Iedereen begeleidt zijn kind vanaf het moment dat hij kan praten bij zijn seksuele ontwikkeling en bereidt hem voor op wat hij daarbij kan tegenkomen. Daardoor leert een kind voor zichzelf op te komen in relaties, doet hij het later eerder veilig en weet hij beter wanneer hij waaraan toe is.

Seksueel opvoeden is echter nog zo makkelijk niet in een wereld waarin ons kind met één swipe op zijn mobiel, laptop of iPad die andere versie van ‘poesjes’ leert kennen en waarin gerenommeerde warenhuizen sexy bikinitopjes voor 4-jarigen verkopen. Hoe voedt Nederland seksueel op? Houden we ze strak of zijn we echt zo open en vrij als de buitenwereld denkt? Lees hoe andere ouders hun seksuele opvoeding aanpakken en hoe jij in dat plaatje past.

Kinderlokkers en GHB

‘Niemand mag je daar beneden aanraken! Dat is van jou.’ ‘Er zijn heel veel zieke mensen met verkeerde bedoelingen.’ Of het gebruikelijke: ‘Ga nooit met vreemde mannen mee.’ Met dit soort waarschuwingen proberen ouders hun kinderen te behoeden voor datgene waar ze het meest bang voor zijn: pedofielen. Het is angst nummer 1 van ouders met kinderen onder de 10 (53 procent), maar het verontrust ook nog bijna een op de vier ouders van 10- tot 14-jarigen en een op de vijf ouders van 14-plussers. 

Robert M. is trouwens niet onze enige kopzorg. Of het aan hem te danken is of niet, feit is dat 37 procent van de ouders – iets meer laag- dan hogeropgeleiden – (ook) moeite heeft met mannelijke oppassen voor baby’s en peuters. We zijn sowieso als de dood dat ons kind slachtoffer wordt van seksueel geweld (op nummer 3 bij 10-minners, op nummer 1 bij 10- tot 14 jarigen en op nummer 2 bij 14-plussers). Of dat ze een Seksueel Overdraagbare Aandoening oplopen (nummer 3 bij 14-plussers). Of dat er GHB of een andere partydrug in hun drankje wordt gegooid (op 1 bij 14-plussers). 

Slechts één op de twaalf ouders kent helemaal geen zorgen over de invloed van de huidige seksuele moraal en gewoonten op hun frisse jonge blaadje (en een op de vier zelden). Want kinderen worden te makkelijk, te snel, te jong en te veel met seks geconfronteerd, vooral in de media (80 procent).

Drie taboes

Met drie verschijnselen op het raakvlak Kind & Seks hebben we het echt moeilijk. Het zijn de moderne sekstaboes.

1. Directe confrontatie met seksend kind

We vinden een hoop goed, maar we hoeven het niet te zien of te horen. Onze hartendieven actief bezig zien als seksueel wezen… brrr! Dus geen scènes met naakte doktertjes, exhibitionistische kleuters of vrijende, zoenende of – nog erger – masturberende pubers.

2. Porno

Ruim de helft van de ouders voelt zich (erg) ongemakkelijk als ze merken dat hun zoon (56 procent) of dochter (58 procent) porno kijkt; moeders beduidend meer dan vaders. We treffen en masse (62 procent) maatregelen om te voorkomen of bemoeilijken dat ze op tv of internet zomaar terechtkomen in de schoten van een kreunend acteurskoppel. Het gemak waarmee dat tegenwoordig kan, verontrust velen van ons. We houden onszelf dapper voor dat óns kind – zelfs die van 16 – daar totaal geen interesse in heeft: ruim eenderde van de ouders denkt (zeker) te weten dat hun 16-jarige nog nooit porno heeft gekeken via internet. Ouders van dochters denken dat overigens beduidend vaker (55 procent) dan die van zonen (23 procent).

3. Homoseksualiteit

Het is niet dat we het er met onze kinderen nooit over hebben, maar het is wel een van de minst besproken onderwerpen. Een op de drie ouders zwijgt dit thema volledig dood. Dat is misschien nog te begrijpen als de kinderen nog geen 10 zijn, maar zo’n 20 procent van de ouders heeft het er ook met zijn 14-plusser (bijna) nooit over. Een op de vier à vijf ouders geeft ruiterlijk toe het niet oké te vinden als zijn kind homo- of biseksueel blijkt te zijn. Vaders hebben daar zo’n anderhalf (biseksualiteit) tot tweeënhalf keer (homoseksualiteit) meer moeite mee dan moeders. En ten slotte: driekwart hoeft zijn zoon of dochter niet met iemand van hetzelfde geslacht te zien zoenen. Aan kussende hetero’s nemen zes op de tien aanstoot.

Open over seks

Ondanks de zorgen en taboes, vinden we onszelf toch best makkelijk als het om seks gaat. We zijn althans veel opener dan onze eigen ouders (vindt 80 procent). En dat is maar goed ook, aldus 91 procent. Ruim driekwart praat erover met zijn kinderen. Meestal beginnen wij of onze partner (of samen) er zelf over; in 34 procent van de gevallen ons kind. Stelt die een seksvraag, dan beantwoorden we die meestal (78 procent). En nee, we vinden het niet overdreven moeilijk om het erover te hebben, hoewel we het nou ook niet direct het meest jofele thema vinden (54 procent vindt het ‘niet moeilijk en niet makkelijk’). We zeggen dan gewoon waar het op staat: een mannelijk geslachtsdeel is een piemel, penis of plassertje, het vrouwelijk geslacht noemen we vagina, plassertje of… tja, daar hebben we niet zoveel andere termen voor.

Wat we vooral tegen onze tieners zeggen?

Dat hangt natuurlijk af van de leeftijd, maar ‘Pas seks als je er zelf aan toe bent’ en ‘Doe geen dingen die jijzelf of de ander niet wil’ komen regelmatig in de seksgesprekken met kinderen terug, of ze nou 10 of 16 jaar zijn.

Ook zonder woorden maken we duidelijk dat seks en bloot mogen: we lopen in ons nakie door het huis (71 procent), gaan met ons kind onder de douche (79 procent) en liggen nog vaker met ze in één bed (87 procent). Bijna een op de vier ouders doet dat zelfs nog met 14-plussers. Wat wij in de slaapkamer doen, gaat ons nageslacht niks aan (70 procent), maar wij knuffelen (67 procent), zoenen (55 procent) en verklaren onze partner wel de liefde (59 procent) waar onze kinderen bij zijn. Bij ons kroost zetten we op dit gebied nog een tandje bij. Die overladen we met knuffels (83 procent), liefdesbetuigingen (80 procent) en kussen (68 procent). Kortom, we halen een ruime voldoende voor onze seksuele opvoeding: een 7.2.
Vinden we zelf.

Reageer op artikel:
Hoe voedt Nederland seksueel op?
Sluiten