Hoogbegaafd

redactie 22 jun 2018 Blogs

We zijn in het ziekenhuis, op de afdeling pediatrische psychologie. Yaël moet een niveautest ondergaan, de Bayley-test. Net als tijdens de vorige test twee jaar geleden stopt ze al het spelmateriaal in haar mond, om er hard op te bijten. De opdrachtjes ontgaan haar.

De psychologen zeggen eerlijk dat ze weinig cognitieve vooruitgang zien ten opzichte van de vorige test. Wél zien ze dat Yaël zich, tijdens de observatie, vrijer door de ruimte beweegt dan vorige keer en ook meer oogcontact maakt.

Na anderhalf uur zie ik dat haar prikkelgrens bereikt is. Ik zeg dat het genoeg geweest is voor vandaag. De psychologen, twee vriendelijke en zich inlevende dames, begrijpen het.

Het is meer dan genoeg geweest, zo blijkt als we thuis zijn. Direct bij binnenkomst begint Yaël hysterisch te huilen. De grote terugslag. Ik neem haar in een houdgreep en wieg haar, terwijl ik zachtjes mompel: ‘Ziekenhuis is klaar, afgelopen, klaar. We gaan nu een hele tijd niet naar het ziekenhuis.’

‘s Middags slaapt ze bijna vier uur, om alle prikkels te verwerken.

Ik ben opgelucht dat we dit weer voor een paar jaar achter de rug hebben.

Het liefst zou ik haar helemaal niet meer laten testen, maar ik heb de uitslag nodig voor de jaarlijkse aanvraag van Yaëls persoonsgebonden budget (pgb). De medewerkers van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat de hoogte van de pgb’s bepaalt, werken namelijk vanachter hun bureau en dus is het zaak zoveel mogelijk bewijzen te overleggen van Yaëls handicaps.

De volgende dag ligt er, als ik thuiskom uit mijn werk, een dikke envelop op tafel, van het CIZ. Ons bezwaar van augustus tegen de verlaging van Yaëls pgb is afgewezen. Sterker nog: de indicatiestelster heeft er nog een paar extra klassen afgetrokken. Voor nu heeft dat niet direct effect, maar voor de volgende indicatie kan het wel degelijk negatieve gevolgen hebben. Dat zit zo: in de regelgeving staat dat een bezwaar er nooit toe mag leiden dat je lager uitkomt dan de oorspronkelijke indicatie. Want dat zou betekenen dat in bezwaar gaan afgestraft zou kunnen worden. Als de beschikking op bezwaar dus lager uitvalt dan de indicatie, geldt gewoon de oorspronkelijke indicatie. Maar! Er zit een addertje onder het gras. Wanneer die berekening lager uitvalt, wordt dat in de indicatie van het jaar daarop wel degelijk meegewogen. En dus kan in bezwaar gaan merkwaardig genoeg wel degelijk afgestraft worden.

Ik lees het pak papier door en voel mijn gezicht rood kleuren van boosheid. Omdat Yaël ook een psychiatrische beperking heeft, moest Bureau Jeugdzorg geconsulteerd worden. En Bureau Jeugdzorg vond dat er niet nog meer afkon. Dat advies heeft het CIZ voor het gemak in de wind geslagen. Verder heet het dat Yaël in haar psychisch functioneren ‘matige beperkingen’ heeft. Op het gebied van probleemgedrag heeft zij ‘lichte beperkingen’, kwalificaties waarom iedereen die Yaël een beetje kent hard zou moeten lachen, maar die grote gevolgen hebben voor de indicatie. Het is een typisch geval van dat Hollandse ‘de regels regeren de mensen’. Om een voorbeeld te noemen: Yaël gilt ‘s nachts en gillen ‘s nachts staat niet in de CIZ-omschrijvingen van probleemgedrag. En dus bestaat het probleem niet.

Ik besluit het er niet bij te laten zitten. Er staat te veel op het spel. Na een korte geestelijke voorbereiding – adem in, adem uit, hou het zakelijk, blijf rustig, niet boos worden – bel ik de volgende ochtend de teamleider klacht en bezwaar. Ik leg hem de situatie voor en vraag of hij kan motiveren waarom het oordeel van Bureau Jeugdzorg genegeerd is.

‘Mevrouw, ik ga ervan uit dat deze indicatie met de hóógste nauwkeurigheid gedaan is, maar ik zal ernaar kijken’, klinkt het zuchtend.

En weg is mijn rust en mijn zakelijkheid. ‘Met de hoogste nauwkeurigheid?’ zeg ik met overslaande stem. ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het uiterste geprobeerd is om zo laag mogelijk uit te komen. Hoe komen ze erbij om bij Yaël te spreken van matige psychische beperkingen? Meneer, ze heeft vannacht van twaalf tot drie gegild. Ze is het grootste deel van de tijd overprikkeld. De kinderneuroloog noemt haar diep autistisch. Maar uw zogenaamde deskundigen spreken van een matige beperking.’

‘Wij streven bij het CIZ naar een objectieve blik. Misschien moeten we erkennen dat we hierover van mening verschillen,’ zegt de teamleider kalm.

‘Wilt u dan met uw objectieve blik uitzoeken waarom uw medewerker denkt 'laat ze maar lullen bij Bureau Jeugdzorg, wij doen lekker wat we zelf willen'?’

De zalvende stem begint over mijn toon, die inderdaad niet echt zakelijk meer is.

Na het ophangen besluit ik Yaël zo snel mogelijk te laten onderzoeken door een kinderpsychiater. Misschien kan een echte professional zijn licht laten schijnen over de ernst van Yaëls beperkingen.

Sorry Yaël, je krijgt nog een onderzoek. Het CIZ gelooft mama niet.

Reageer op artikel:
Hoogbegaafd
Sluiten