Hoogbegaafd en anderen ook

redactie 22 jun 2018 Blogs

Als mensen horen dat Heron hoogbegaafd is, vertellen ze mij vaak dat ze denken dat hun kind ook hoogbegaafd is. Of dat ze misschien zelf hoogbegaafd zijn. En dan geven ze daarvoor wat redenen op. Dat ze het altijd goed doen of deden op school, dat ze zo creatief zijn, dat ze situaties eerder doorhebben dan andere mensen.

Nooit hoor ik eens iemand zeggen dat zij (meestal zij) denkt dat haar kinderen of zijzelf hoogbegaafd zijn omdat ze het lastig vinden normaal te functioneren in het dagelijks leven, op school of op hun werk. Terwijl de meeste kinderen op Herons Leonardoschool daar juist zijn terechtgekomen omdat ze dáár moeite mee hadden. Niet omdat ze het zo goed deden. Want dan waren ze op hun oude school gebleven.

Alleen ouders en leerkrachten van hoogbegaafden lijken te weten dat je geen spekkoper bent als je een hoger IQ hebt dan de rest. Net als bij een lager IQ. Of als je op een andere manier afwijkt van het gemiddelde. Maar mensen die toch anders willen zijn dan de rest, vinden het wel zo interessant om te zeggen dat ze hoogbegaafd zijn. Beter dan een leerling die niet goed meekomt. Wie wil er niet een excellente leerling zijn, slimmer zijn dan de rest?

Ik dacht als puber vaak over mezelf dat ik hoogbegaafd moest zijn. Ik voelde me een buitenbeentje. Terwijl de meeste van mijn leeftijdsgenoten vochten voor langere uitgaanstijden, vroeg mijn moeder af en toe of ik niet eens uit wilde. Ik zat liever op mijn kamertje verhalen te schrijven alleen met mijn diepe gedachtes, dan met andere pubers rond te hangen. Dat getut, geroddel en geflirt was niets voor mij.

Alleen blonk ik nergens in uit. Ik had niet veel verstand van hoogbegaafden, maar ik wist wel dat ze erg makkelijk konden leren. Ik was een erg gemiddelde leerling. En als ik heel erg mijn best deed, nog steeds. Het gevoel een buitenbeentje te zijn ging na de puberteit voorbij. Ik bleek gewoon een laatbloeier te zijn. Het tutten en uitgaan kwam bij mij pas na de middelbare school. En die diepere gedachtes en verhalen die ik opschreef, kan ik nu niet zonder kromme tenen teruglezen.

Als mensen mij vertellen dat ze hoogbegaafd zijn, knik ik maar zo’n beetje mee. Wat moet ik anders zeggen? ‘Laat je eerst maar eens testen, uitslover’ of ‘Pas maar op wat je zegt, zo leuk is het niet om hoogbegaafd te zijn’. Klinkt niet erg aardig. Bovendien kan ik me voorstellen dat mensen met weinig verstand van hoogbegaafdheid denken dat ze het misschien zelf zijn. Dat deed ik zelf tenslotte ook.

Tegen mensen die zeggen dat zij of hun kinderen misschien hoogbegaafd zijn, zeg ik daarom voortaan iets aardigs. Ik raad ze aan zo snel mogelijk het IQ te laten testen. Want als je hoogbegaafd bent, kan dat voor problemen zorgen en die wil je natuurlijk graag voor zijn.

Reageer op artikel:
Hoogbegaafd en anderen ook
Sluiten