Hoogbegaafd en ethische vragen

redactie 22 jun 2018 Blogs

Heron heeft de trailer van Jurassic World gezien. De film gaat komende zomer draaien en hij wil hem erg graag zien. Het liefst wil hij daarvoor de andere films over het eiland met de dinosaurussen ook allemaal gezien hebben. Tegen die tijd is hij net 11.

Ik denk dat hij het aankan. Maar ik twijfel. Wat als ik ernaast zit en hij het toch niet aankan en erover blijft malen of nachtmerries krijgt? Hij kan de films dan niet ‘ont-zien’. Ze staan voor altijd op zijn netvlies gebrand. Ik heb zelf als 12-jarige twee nachten niet geslapen – zelfs niet in het bed van mijn ouders – na het zien van de film Coma. Die film was overigens, heel ironisch, geschreven door Michael Crichton, de schrijver van het boek Jurassic Park.

Tijdens het ontbijt op zondagochtend hebben we het erover. Vooral de scène uit de trailer van Jurassic World waarin een witte haai, type Jaws, verslonden wordt door een zeemonster vindt hij erg interessant. ‘Nee mam, deze is niet zelf gemaakt door de wetenschappers, dit is gewoon een gekloonde pliosaurus,’ zegt hij.

In de eerste films waren de monsters gekloonde dinosaurussen uit bloed van in barnsteen gefossiliseerde muggen. Dat is 22 jaar geleden. In de komende film, die zich 22 jaar later afspeelt, gaan de wetenschappers nog een stapje verder. Ze mengen genetische kenmerken van dinosaurussen om zo het ultieme monster te creëren. Heron kent het verschil al tussen het klonen van dieren uit de eerste films en het zelf maken van een monster uit de komende film. Hij snapt hoe het werkt.

‘De schrijver van het boek waarop de films zijn gebaseerd, Michael Crichton, wilde ook ethische kwesties aanstippen,’ merk ik op. Dat vraagstuk, ‘hoe ver mag je gaan’, vond ik aan de eerste film nog interessanter dan het zien rondhuppelen van velociraptors. De arrogantie om de machtige dieren tot leven te wekken in een pretpark, met safarikarretjes. Ik vond het bijna logisch dat de natuur dat afstrafte.

Heron vraagt wat ethiek is. Zijn vader en ik proberen het uit te leggen.
‘Maar waarom zou je iets niet mogen, als je het wel kan?’ wil hij weten.
Ik bedenk een voorbeeld. ‘Stel je voor dat je de mogelijkheid hebt om onze kat Timmy tien keer te klonen?’ vraag ik. ‘Wil je dat dan?’
Robert grinnikt en ook Heron en Ilse lachen. ‘Eh nee, eentje is al druk genoeg,’ grijnst Heron.
Verkeerde voorbeeld.

Poging twee.
‘Stel je voor dat Timmy doodgaat. Zijn hartje doet het niet meer,’ zeg ik ernstig. Gezellig, zo’n zondagochtendontbijtje met het gezin.
‘Maar… de wetenschap heeft een oplossing. Hij krijgt een batterijtje, waarmee hij gewoon verder kan leven. Je merkt niets aan hem, behalve dat hij zelf elke tien minuutje een klein schokje krijgt, om de batterij op te laden. Zou je dat willen?’
Iedereen is er stil van.
‘Nee,’ zegt Heron dan, na enig nadenken.

‘Dat nadenken erover is nou ethiek,’ zeg ik.
‘Ethiek is dus een soort filosofie over wetenschap,’ vat Heron samen. Dat heeft hij goed gezien.

Hij mag de films zien. Ik denk dat hij het aankan. En ik verheug me op de discussies die we erna kunnen hebben.

Reageer op artikel:
Hoogbegaafd en ethische vragen
Sluiten