Hoogbegaafd en faalangstig (1)

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Ik wou dat ik niet hoogbegaafd was,’ roept Heron uit. ‘Dan moest ik tenminste niet alles steeds maar snappen!’

Frustratie van weken doorklinkt in die zestien simpele woordjes. Er is een heel traject aan voorafgegaan. Een traject vol doorgekraste hanenpoten, stampvoeten op de trap en huilende smeekbeden. En een moeder die, tegen haar gevoel in, streng en onverzettelijk is.

Elke dag moet Heron van mij thuis tien woordjes spelling oefenen. Ik geef hem een dictee, hij schrijft en dan kijken we het samen na. Dat doen we al ruim een week en er lijkt geen verbetering in te zitten. Elke dag opnieuw laat ik hem de woorden ‘koken’ en ‘bakken’ schrijven en elke dag opnieuw schrijft hij ‘kokken’ en ‘baken’. Het stomme is dat hij toch vrij ingewikkelde woorden als ‘nieuwsgierig’ en ‘koningin’ wel goed kan spellen.

We worden er allebei chagrijnig van. Nu komt dus al in de auto op weg naar huis de vraag om dat rotdictee een dagje te mogen overslaan. Op mijn ‘nee’ volgt een smeekbede. En tegen mijn zin moet ik de strenge ouder uithangen. En nu die heftige uitroep.

Ik ben er even stil van. Hoorde ik hier het dramatisch gejammer van een jongen die zijn zin niet krijgt of de wanhopige hartenkreet van een zwaar overvraagd schoolkind?

Ik ben niet zo’n moeder die haar kind pusht. Heron heeft van mij zelden iets moeten doen dat hij niet wilde, tenzij het echt nodig was. Hij had misschien al in groep 1 kunnen lezen, hij was er slim genoeg voor. Maar hij had geen belangstelling, dus gebeurde het niet. Ik deed heel af en toe een poging, maar pas aan het einde van groep 2 begon hij echt interesse te tonen voor de kriebelige tekentjes die, in een bepaalde volgorde gezet, ineens zijn naam betekenden.

Als ik mijn zin had doorgezet, had hij vast al eerder kunnen lezen. Maar ik wil niet zo’n uitsloofmoeder zijn. Ik wil dat mijn kinderen in hun eigen tempo en op hun eigen manier leren, met hun ouders als faciliterende en niet als dwingende factor. Die tien woordjes per dag zijn om een achterstand weg te werken. Niet omdat hij de beste van de klas moet worden.

Ook op school wordt hij niet overvraagd. Dat weet ik zeker. Ik heb laatst een goed gesprek met de juf gehad en die weet precies hoe ver ze kan gaan. Uitgedaagd wordt hij wel. Voor het eerst van zijn leven moet hij moeite doen in de klas. Als hij nu geeuwt tijdens de les, is het niet van verveling, maar van vermoeidheid. En dat is goed.

Tegenwoordig loopt hij naar school in plaats van zich er naartoe te slepen. Hij huppelt na schooltijd met een vrolijk gezicht naar buiten in plaats van met een boos of verdrietig gezicht omdat hij een rotdag heeft gehad. En ook thuis zien we een gezelligere en zelfs gehoorzamere jongen.

Wat kan dan het probleem zijn?

Reageer op artikel:
Hoogbegaafd en faalangstig (1)
Sluiten