Hoogbegaafd en faalangstig (2)

redactie 22 jun 2018 Blogs

Ik wou dat ik niet hoogbegaafd was, dan moest ik tenminste niet alles steeds maar snappen!’ heeft Heron uitgeroepen. En terwijl hij nu naast me in de auto zit te huilen, probeer ik te ontdekken waarom hij zo gefrustreerd is.

Hebben Robert en ik hem te hard gepusht? Ondenkbaar. Wij zijn nog eerder lakse dan ambitieuze ouders. Heeft de Leonardoschool hem te hard aangepakt? Niet waarschijnlijk. De juffen weten precies hoe ver ze kunnen gaan met hun intelligente maar kwetsbare leerlingen.

Misschien verwacht Heron te veel van zichzelf?

Veel hoogbegaafden hebben last van faalangst. Hoe hoger je intelligentie, hoe hoger de eisen die je omgeving aan je stelt. En ook hoe hoger de eisen die je aan jezelf stelt. Je bent tenslotte hoogbegaafd, dus moet je alles weten en kunnen. Robert en ik en de juffen op school hebben Heron niet overvraagd, maar hijzelf misschien wel.

Heron voldoet niet aan het stille, magere, bleke, nagelbijtende clichébeeld van een kind met faalangst. Hij is groot en gespierd, hangt vaak de clown uit, heeft een grote mond, en speelt met zijn vele vrienden alvast de grote daden die hij later als superheld, spion, astronaut en brandweerman gaat doen.

Ik had er nooit zo over nagedacht, maar nu voelt het of er een knop is omgezet. Mijn zoon heeft faalangst.

Ik herinner me het gefrustreerde gejammer dat vaak van het speelkleed opklonk als baby Heron iets niet voor elkaar kreeg, omdat zijn lijfje daar nog niet aan toe was. Hij verwachtte eigenlijk te veel van zichzelf. En ik denk aan de vele gesprekken met de juffen van de kleutergroepen over een jongetje dat nooit eens normaal meedeed in de kring en wegliep als hij een werkje of een puzzel moest maken. Had hij misschien geen zin gehad omdat hij bang was het niet te kunnen?

Laatst was de juf boos geworden op Heron, omdat hij tijdens de les niet zijn boek had gepakt en had meegedaan, maar met een boos gezicht en zijn armen over elkaar was blijven zitten. Ze had het even aangekeken, maar was toen naar hem toe gelopen om te vragen waarom hij niet meedeed met de rest. Uiteindelijk had hij toegegeven dat hij zijn boek niet kon vinden. Hij had dus liever de indruk gegeven opstandig te zijn, dan te zeggen dat hij hulp nodig had.

Met terugwerkende kracht kijk ik anders naar mijn stoere zoon die liever gezien wordt als deugniet dan als mislukking. Al die keren dat ik boos op hem werd omdat hij zich had misdragen, had ik hem beter een aai over zijn bol kunnen geven en hem vertellen dat hij goed was zoals hij was. Dat ik trots op hem was.

‘Hé Heron,’ zeg ik. ‘We gaan vandaag die woordjes niet oefenen. En morgen ook niet.’

Ook hoogbegaafde kinderen hebben recht op een onvoldoende op hun rapport.

Reageer op artikel:
Hoogbegaafd en faalangstig (2)
Sluiten