Meer blogs

redactie 21 jun 2018 Blogs

Heron en ik zijn nooit blij als er een huiswerkopdracht binnenkomt. Hij is niet goed in het maken van huiswerk en ik ben een ramp in het helpen bij huiswerk.

Zo moest hij laatst voor het vak filosofie een gedicht maken in de stijl van Awater. Tot mijn schaamte kende ik het gedicht niet. Maar Google is mijn vriendje.

Ik leerde dat Awater een door Martinus Nijhoff geschreven Nederlandse klassieker is. Het gedicht, 270 regels lang, vertelt het verhaal van de ik-persoon, die zijn broer is verloren en op zoek is naar een nieuwe ‘reisgenoot’. De figuur Awater lijkt hem interessant en daarom volgt hij hem, om te zien of hij geschikt zou zijn.

Het gedicht bevat zinnen als:
‘De straten zijn met asfalt geplaveid.
Ik merk dat de echo, die mij uitgeleide
deed door de hall met tegels, buiten zwijgt.
De stad verleent de voet geluidloosheid.’

Jemig, zijn dit zinnen die hoogbegaafde kinderen begrijpen? Ik heb altijd negens en tienen voor Nederlands gehaald, maar dit gedicht was voor mij slechts met veel moeite te doorgronden. Had ik het op de middelbare school behandeld gekregen, dan had ik er niets van begrepen.

Als 42-jarige hoogopgeleide begreep ik pas ongeveer de tekst en de inhoud. Ik vond het taalgebruik mooi en de inhoud ontroerend. Het gedicht inspireerde me.

Dat was bij mijn 9-jarige wildeman niet bepaald het geval. Hij wist iets over het gedicht, omdat ze dat klassikaal besproken hadden. Maar de schoonheid van de zinnen en de diepgang van de inhoud ontging hem. Niet verwonderlijk. Hoogbegaafd of niet, hij is nog maar net de Annie M.G. Schmidt-leeftijd ontgroeid.

Maar we moesten roeien met de riemen die we hadden en Awater zat in ons bootje. Dus over hem zou ons gedicht gaan.

Nu komt mijn grote tekortkoming als huiswerkbegeleidende moeder: ik heb geen geduld. Terwijl Heron nog bezig was met het maken van het titelblad van het gedicht – hij had het woord Awater opgeschreven en vergroot en probeerde nu alle lettertypes uit – had ik een gedicht geschreven in de stijl van Nijhoffs Awater. Ongeveer dan, want de oorspronkelijke stijl valt niet te evenaren.

In mijn gedicht is Awater zelf de ik-persoon. Hij vraagt zich af door wie hij wordt gevolgd en waarom. Enkele zinsneden uit het oorspronkelijke gedicht komen terug in die van mij.

Ik kende het gedicht slechts een uur en had er al een lofdicht op geschreven. Bam! 26 regels schoon aan de haak. Maar geen leraar die zal geloven dat dit door de 9-jarige onverschilligheid in persoon geschreven is.

Ik heb er maar een briefje bij gedaan. Dat Heron en ik hebben gesproken over het gedicht en de betekenis ervan en dat we het gedicht samen hebben bedacht en geschreven.

Misschien gelooft hij het…

Reageer op artikel:
Meer blogs
Sluiten