Hoogbegaafd en verwonderd

redactie 21 jun 2018 Blogs

Zomaar, op een doordeweekse middag, kan Heron plotseling heel filosofisch worden.
We zijn te vroeg voor zijn survivalles en lopen naar de achterkant van de sportschool. Daar is een verlaten tuin aan een vijver. Het zonnetje schijnt af en toe tussen de wolken door. Op een vlonder aan de waterkant staat een tafel met stoelen. We gaan zitten.

We kijken uit over het water. Er zwemt een eendenechtpaar. Uit de struiken naast ons terras komt een waterhoentje aangezwommen. Het maakt piepende geluiden en klappert dan met de vleugels. De eenden maken bedaard rechtsomkeert. Misschien kwamen ze te dichtbij het nest van de waterhoen.

Heron haalt zijn opvouwbare vergrootglas uit zijn jaszak en speelt ermee. Hij bekijkt zijn vingertop van dichtbij, dan een takje en dan het tafeloppervlak. ‘Er groeien weer blaadjes aan,’ zegt hij verwonderd.

Ik mag ook even kijken. Het op het oog gladde tafelblad ziet er van dichtbij uit als boomschors. Ik zie inderdaad groene puntjes. Mos of een schimmel. De tafel moet dringend gelakt of geolied worden. Niet door mij, gelukkig.

Heron neemt plaats op de grond naast de tafel. Hij vraagt of hij een fikkie mag stoken. Ik zeg ja. De takjes zijn toch te nat om te branden. En de zon verdwijnt steeds even. Hooguit komt er wat rook en dat is alleen maar spannend zonder gevaarlijk te zijn.

‘Weet je dat zonlicht er meer dan acht minuten over doet om de aarde te bereiken,’ zegt hij, het vergrootglas richtend op twee takjes.
‘Nee,’ geef ik toe. Robert en ik lezen om beurten ‘s avonds voor uit het spannende en leerzame kinderboek ‘De geheime sleutel naar het heelal’ van Lucy Hawking en haar vader de beroemde natuurkundige Stephen Hawking. Het stukje over het zonlicht zal ik net gemist hebben.
‘Er zijn ook sterren die zo ver weg zijn, dat het jaren duurt voor wij ze zien, zelfs met een telescoop,’ vervolgt hij. ‘Die sterren kunnen al lang ontploft zijn, voor wij dat zien.’
‘Zo, zo,’ zeg ik maar.

Even is hij stil.
‘Geloof jij dat het heelal oneindig is?’ vraagt hij dan.
‘Ja’, zeg ik. ‘Maar ik vind het moeilijk me dat voor te stellen. En jij?’
‘Ik snap niet hoe dat kan,’ zegt hij. ‘Er moet toch gewoon een einde aan zitten?’
‘En wat zit er dan na het einde?’ vraag ik.
‘Nou, een groter heelal.’ Zijn stem bibbert een beetje. Ik vind als volwassene ‘oneindig’ al een moeilijk begrip. Dat moet voor een 9-jarige helemaal onmogelijk zijn.

‘Zullen we gaan kijken of er al andere kinderen zijn?’ vraag ik.
Hij springt overeind.

Reageer op artikel:
Hoogbegaafd en verwonderd
Sluiten