Hulpouders moet je koesteren én beschermen

Basisscholen kunnen niet meer functioneren zonder de hulp van ouders, zowel bij de organisatie van activiteiten als bij het bieden van onderwijsondersteuning. Meestal gaat dat goed, soms gaat het fout. En wie is er dan verantwoordelijk? Waarom schoolregels zinnig zijn.

Mijnheer X is al een tijdje computervader bij zijn kind op school. Tot volle tevredenheid van kinderen, ouders en leerkrachten. Totdat meneer X op een kwade dag opgepakt wordt door de politie. Hij blijkt deel uit de maken van een groot pedofielennetwerk.

Meneer X is een van de honderdduizenden vaders en moeders die de handen uit de mouwen steken op de school van hun kind. Hulpouders zijn er in alle soorten en maten. Sommigen verlenen incidenteel hand- en spandiensten als er een kast geknutseld moet worden of een sinterklaasfeest moet worden voorbereid (organisatie-ondersteuning). Anderen zijn wekelijks op school te vinden als lees- of bibliotheekmoeders en crea-vaders (onderwijsondersteuning). In de meeste gevallen verloopt die ouderhulp zonder problemen. Maar soms gaat het mis, zoals bij meneer X.

Ouderorganisaties kunnen bij monde van hun woordvoerders Ton Gelmers (VOO) en Saskia Hankins (Ouders & COO) desgevraagd allebei wel een of meer voorbeelden geven van ouders of scholen die over de schreef gaan. Gelmers schat dat bij de VOO jaarlijks zo’n tien tot vijftien klachten van of over hulpouders binnenkomen. Dat is niet veel, gezien de enorme hoeveelheid tijd die actieve ouders op school doorbrengen (gemiddeld 698 uur per school per jaar).

Dat de meeste hulpouders prima werk doen, wordt ook onmiddellijk beaamd door directeur Jos Bertrand en Intern Begeleider Anique Schoonbrood van basisschool Sint Dionysius in het Limburgse Schinnen. Hier functioneert al meer dan 25 jaar een groep ouders die tijdens schooltijd individueel extra oefent met leerlingen die problemen hebben met lezen en taal. Apetrots zijn ze op hun ‘klassenassistenten avant la lettre’. Het systeem loopt als een trein, ouders en leerlingen zijn enthousiast en leerkrachten voelen zich erdoor ontlast. Toch was het niet altijd rozengeur en maneschijn. Bertrand: ‘We zijn met vallen en opstaan groot geworden. Als je zoiets spontaan laat groeien, loop je vanzelf tegen de grenzen aan. Door steeds weer oplossingen en aanpassingen te bedenken, leerden we al doende.’

‘Vaak gaan school en ouders zich pas na een uitglijer afvragen welke regels er eigenlijk gelden,’ weet Anke Visser van het Project Preventie Seksuele Intimidatie in het onderwijs van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (PPS/APS). Anderhalf jaar geleden organiseerde het APS onder de veelzeggende titel ‘Help! Hulpouders’ een congres over dit onderwerp. ‘Toch zouden ze dat beter van tevoren kunnen doen. Al was het alleen maar omdat een slecht functionerende hulpouder een school van de regen in de drup helpt. En als hulpouder ben je zelf ook kwetsbaar,’ aldus Visser. ‘Want wat moet je doen als je ervan beschuldigd wordt te klef met je zorgleerling om te gaan of je overblijfgroepje te streng aan te pakken?’

De ideale hulpouder

De ideale hulpouder heeft gevoel voor kinderen, respecteert hun privacy, heeft niet al te veel begeleiding nodig, heeft overwicht over kinderen, kan zich staande houden in groepen, is loyaal aan de school, stelt zich dienstverlenend op, voert zijn taken plichtsgetrouw uit, weet ook andere ouders te motiveren, kan flexibel op verschillende situaties inspringen, is betrouwbaar en vindt zijn werk leuk. Zo ziet het lijstje functie-eisen eruit dat door zes deskundigen is samengesteld. Tien tegen één dat de hulpouder zelf deze eisen nog nooit gehoord heeft. ‘Je hoeft geen sollicitatiegesprek te voeren, waarin je op je geschiktheid wordt beoordeeld,’ aldus Visser. En ze kunnen ook nergens nalezen wat er van ze verwacht wordt en hoe ze zich dienen te gedragen. Want hoewel steeds meer scholen gedragsregels opstellen voor personeel, leerlingen en hun ouders, kent bijna geen enkele school een protocol of gedragscode voor hulpouders. Ook de Wet Primair Onderwijs biedt geen soelaas. Het enige artikel over hulpouders bepaalt slechts dat ‘de ouders gehouden zijn de aanwijzingen op te volgen van de directeur en het overige onderwijzend personeel, die verantwoordelijk blijven voor de gang van zaken.’(Artikel 44 WPO). Het gebrek aan een goede rechtspositie maakt ze kwetsbaar. In het beste geval voelen ze zich in de steek gelaten; in het ergste geval kunnen ze worden ‘misbruikt’.

Redelijke eisen

Het ontbreken van regels kan dan ook de bron van veel ellende zijn. School én ouders vinden het vaak lastig om elkaar erop aan te spreken als het niet lekker loopt. Dat wordt makkelijker als er wel iets zwart op wit staat. Anke Visser: ‘In je rol als hulpouder ben je een verlengstuk, een medewerker van de school. Je bent op dat moment in functie. Daarom moet je weten wat de do’s en don’ts zijn en wat wel en niet bij de cultuur van de school past. Als leerkrachten kinderen niet mogen knuffelen, is het gek als jij ze tijdens een schoolkamp opeens een nachtkus geeft. Worden leerlingen op school streng aangepakt, dan zullen ze niet onder de indruk zijn als jij met ze gaat onderhandelen.’ Toch mogen er ook weer niet al te hoge eisen aan hulpouders worden gesteld. ‘Dan rennen ze hard gillend de school uit!’ En dat kunnen scholen nou juist niet gebruiken. Ton Duif van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) hoort basisschooldirecteuren vaak klagen dat het steeds ingewikkelder wordt om ouders te vinden. Voor een incidentele klus lukt dat dan nog wel, maar voor terugkerende taken op vaste tijden (AVI-lezen, documentatiecentrum) hebben hardwerkende ouders vaak geen tijd. Bovendien is een hulpouder nou eenmaal geen professional. Het grote verschil is dat die ervoor is opgeleid en de hulpouder het uit vrije wil doet. Een goede regeling heeft vooral tot doel om te voorkomen dat de ouderhulp al te vrijblijvend is en de hulpouder zich tot vrijbuiter ontwikkelt.

Grenzen en gevaren

Door het gebrek aan regels is het ook moeilijk de grenzen aan te geven tussen wat hulpouders wel mogen doen en waar ze vanaf moeten blijven. Hoe meer ouders worden betrokken bij het onderwijsleerproces of de schoolorganisatie, hoe dieper ze de school inkomen. Ton Duif hoort schoolleiders wel eens klagen over ouders die zich dan te veel met het schoolbeleid gaan bemoeien. Toch ziet ook hij ‘in principe een prominente rol voor ouders weggelegd’, zolang hun hulp maar onder verantwoordelijkheid van een leerkracht wordt uitgevoerd en niet de primaire taak van de docent – het onderwijzen – raakt. Dat betekent in de eerste plaats dat de leerkracht te allen tijde weet wat zijn hulpje doet. Gelmers: ‘Zelfs al is die heel ervaren, dan nog mag hij niet op eigen houtje werken. Stel dat er dan iets misgaat, dan zullen ouders dat – terecht – niet pikken.’ Het is daarom ook beter dat de hulpouder in het zicht van de docent werkt en niet in een afgesloten ruimte.

Dat een hulpouder geen pseudo-leerkracht mag zijn ligt voor de hand. In het algemeen worden hulpouders alleen voor aanvullende taken ingezet. Voor de Dionysiusschool in Schinnen is het klip en klaar: hulpouders mogen géén instructie geven, maar uitsluitend stof herhalen.

Ouders structureel voor bepaalde taken inzetten mag wel, vindt Gelmers, maar het is de vraag of het verstandig is. Het is en blijft liefdewerk oud papier, waar een vrijwilliger op elk moment mee stoppen kan. Gelmers kent een school die de complete leerlingadministratie had overgedragen aan een hulpouder. ‘Als die ermee stopt, heb je als school wel een probleem!’

Hulpouders koesteren

De genoemde – mogelijke – beren op de weg doen niets af aan het enorme belang van hulpouders in het basisonderwijs. Scholen kunnen niet meer zonder hen. Als ze er niet zouden zijn, zou het onderwijs een saaie aangelegenheid worden zonder de leuke toefjes op de pudding. ‘Ze geven net dat beetje extra kwaliteit aan ons onderwijs en het broodnodige persoonlijke tintje,’ aldus Betrand en Schoonbrood van de Dionysiusschool.

Niemand van de geïnterviewden staat dan ook te trappelen om het werk van hulpouders over te laten nemen door betaalde professionele krachten. ‘Dan mis je die betrokkenheid. En het komt de school ten goede als leerkrachten eraan gewend zijn dat mensen met hen meekijken en samen met hen het onderwijs vormgeven. Zo worden klassen geen geïsoleerde eilandjes,’ zegt Betrand. Door regelmatig hun neus te laten zien, kunnen ouders meebeleven wat er op school gebeurt.

‘En dat is goed voor de sfeer, goed voor de school, goed voor het onderwijs en dus uiteindelijk goed voor je kind én voor jezelf,’ besluit Saskia Hankins van Ouders & COO haar pleidooi aan ouders om zich – liefst vandaag nog – op te geven als hulpouder! 

Tips voor hulpouders

  1. Zorg dat duidelijk is wat er verwacht wordt; maak heldere afspraken, liefst op papier.
  2. Denk na of u die hulp kunt bieden.
  3. Houd goed contact met de leerkracht; voorkom werken op eigen houtje.
  4. Werk bij voorkeur op een zichtbare plek.
  5. Vraag naar de (on)geschreven gedragsregels op school.
  6. Vraag naar de gang van zaken bij ?conflicten.
  7. Check of in de verzekeringspolis van ?de school een expliciete clausule is ?opgenomen die schade door hulpouders dekt. Zo nee, vraag hoe het geregeld is.
  8. Zorg dat het werk als hulpouder in alle opzichten door school is afgedekt.

Op vrijwel alle scholen worden de luizencontroles door hulpouders uitgevoerd

Voorkom de tien valkuil-rollen

  1. De voetveeg. Al gaan de meeste scholen er verantwoord mee om, er zijn er ook die ouders vooral zien als goedkope, derderangs hulpjes.
  2. De pseudo-leerkracht. Incidenteel komt het voor dat hulpouders onbevoegd voor de klas worden gezet of andere onderwijstaken moeten uitvoeren.
  3. De zwemmer. Als niet duidelijk is wat van de hulpouder wordt verwacht, is de kans groot dat die gaat zwemmen.
  4. De schadeplichtige. ‘Zolang een hulpouder zijn boekje niet te buiten gaat, is hij nooit zelf aansprakelijk voor schade die tijdens het meewerken op school veroorzaakt wordt,’ legt Dik Berkhout, jurist bij Ouders & COO, uit. In principe is degene die de schade lijdt óf de school aansprakelijk. Alleen als de schade het gevolg is van een onrechtmatige daad van de hulpouder kan de school die op hem verhalen. Ook als de hulpouder tijdens zijn werk voor school schade lijdt die redelijkerwijs niet voor eigen rekening hoort te komen, is de school aansprakelijk. Maar dat wil niet zeggen dat de school ook altijd betaalt. Want wie uiteindelijk de schade moet dragen is mede afhankelijk van de omstandigheden en van wat men over en weer had kunnen verwachten. Weigert de school te betalen, dan zit er voor de ouder niets anders op dan een dure rechtszaak te beginnen.
  5. Het verongelijkte slachtoffer. ‘Sommige ouders voelen zich afgewezen, omdat hun aangeboden hulp niet wordt aanvaard of omdat ze nooit eens als hulpouder gevraagd worden,’ stipt Hankins een pijnlijk punt aan. Vooral bij populaire activiteiten als schoolfeesten of het schoolreisje kan hierdoor nogal eens gemor en onrust ontstaan.
  6. De lastpost. Hulpouders die de grens overschrijden, kunnen als irritante bemoeial worden gezien met alle nadelige gevolgen voor de contacten tussen hen en de school van dien.
  7. De spion. Doordat ze veel op school zijn, zien of horen ze soms iets dat niet voor hun oren en ogen bedoeld is. Sommigen kunnen de verleiding niet weerstaan hierover uit de school te klappen.
  8. De mislukkeling. Als de hulpouder het werk niet aan kan en niet goed door school wordt opgevangen.
  9. De getuige a charge. Sommige ouders brengen hulpouders in een moeilijk parket door ze te vragen naar de prestaties van hun kind of door ze uit te spelen tegenover de leerkracht (‘zij vindt wel dat ze goed leest!’).
  10. De klos. Als conflicten met de leerkracht, de leerling, het team of andere ouders uit de hand lopen en op de hulpouder worden afgewenteld.

Informatie over het project op de Dionysiussschool is te krijgen via telefoonnummer 046 443 18 85.

Reageer op artikel:
Hulpouders moet je koesteren én beschermen
Sluiten